Category Archives: 01. Dagboek 2020

Bloesem

Bloesem

‘Linkervoet op groen.’
Als ik de slogan ‘Advies en maatwerk in grootkeukens’ nu eens boven die afbeelding plaats.
‘Rechterhand op rood.’
Ja, dan komt het tekstvlak voor Ovri, de rvs-fabriek van Hakvoort Professional ook beter uit.
‘Ieuww!’
Ik hoor een gil en een harde bons boven mij op de zoldervloer. Blijkbaar is dat laatste standje in Twister niet haalbaar geweest.

Op zolder speelt Eva Luna met haar vriendin en ik zit in mijn geïmproviseerde kantoorkamer op de eerste verdieping. Her en der sprokkel ik mijn thuiswerkuren bij elkaar en maak momenteel advertenties in de nieuwe huisstijl op.
De eerste dag dat de school en opvang sloten, nam ik Eva Luna nog mee naar kantoor. Ja, ik waste mijn handen vaker, maar verder zat het corona nog niet in mijn systeem. Tot ik mijn directeuren zag. De spanning van de afgelopen weken en de bevestiging in de eerste toespraak van premier Rutte, tekenden zich af in hun lichaamshouding. Schouders die vermoeid naar voren hingen, de opeenstapeling van nieuwe ontwikkelingen zichtbaar in de rimpels op hun voorhoofd. Leen die voor het eerst niet glimlachte bij het zien van mijn meisje. ‘Hou haar op je kantoor, ze mag niet door het pand lopen.’

Mijn Lief heeft inmiddels een tante en een oom verloren aan het coronavirus. Een zoon is plots geslaagd voor zijn opleiding. Alle evenementen zijn geannuleerd, steeds meer winkels en bedrijven dicht. Ik voel angst als ik hoor dat in de Noordoostpolder mensen besmet zijn.

En onder al die onrust, verstopt als onder een laken waar we een tent van hebben gemaakt, leven Eva Luna en ik. We hebben een ritme gevonden. ’s Morgens om acht uur uit bed. Wassen, aankleden en ontbijt en om negen uur beginnen met het schoolwerk. De uitkomst van de som 7×8 kon ik nooit onthouden, maar nu ik dagelijks de tafels nakijk zal ik 56 altijd linken aan deze weken. Terwijl ik de ramen was, zie ik Eva Luna gebogen over haar spellingswerkschrift. Tussen de middag eten we samen aan de ronde tafel. We lachen veel.
O, we hebben elkaar ook wel in de haren gezeten. ‘Jij legt het helemaal verkeerd uit. Juf doet dat heel anders!’, maar juf vlogt en mailt en schreef dat Eva Luna geduld met mij moest hebben. ‘s Middags mag ze spelen in de tuin met haar vriendin of heeft ze ineens online blokfluitles. Twintig minuten stond ik met mijn telefoon in de hand met de camera op haar gericht, zodat zij met juf kon videobellen via de app.
Na het avondeten wandelen we. We zien kikkerdril en beren.

Het gekloot met inlogschermen van allerlei online lesmateriaal, het soms tot tien uur ’s avonds aan het werk zijn, het altijd aanwezig zijn van corona; ergens word ik moe van alles.
Maar het is net zoals het verhaal uit het prentenboek ‘Wij gaan op berenjacht’: We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor… O nee! We moeten er dwárs doorheen.

Ik begrijp dat mensen vanuit een vorm van controle willen hebben, doemscenario’s bedenken, maar ik denk dat je handelen je gedachten volgt …
Ik kijk naar de eerste witte bloesemblaadjes van de pruimenboom. Ik zie een nieuw begin van nieuwe vruchten. Hier wil ik in investeren en ik bewerk de grond.

Opdat wij niet vergeten

Opdat wij niet vergeten

‘Heeft oma geleefd in de oorlog?’
‘Nee, zij is daarna geboren.’
Een tijd terug stelde ze ook al vragen over de oorlog.
‘Heb je op school gewerkt over oorlog en welke dan?’
‘Ja, hoezo welke?’
‘Er is helaas vaker oorlog, maar ik denk dat jij het over de Tweede Wereldoorlog hebt gehad?’
‘Ja, die naam was het.’
Ik leg de naam daarvan uit.
‘Hoe begon die oorlog mama?’
‘Een man had ideeën en wilde dat iedereen zijn ideeën als waarheid zag en dat lukte bij heel veel mensen. Wat zou jij doen? Zo maar meedoen of zou je nadenken over wat hij zegt?’
‘Ik wil misschien wel bij een groep horen. Ik wil niet dat ze achter mij aan zitten.’
‘Wil je zien hoe die man, Adolf Hitler heet hij, eruit zag?’
‘Ja, want ik heb een monster in gedachten, maar hij was dus een gewone man?’
Ik zoek een foto op en we zien zijn snor, kapsel en rode band met hakenkruis om zijn arm.
‘Ik wil ook een filmpje over Joden zien’ en ze pakt mijn telefoon.
Uhhh, dit kan heftig zijn.
Ik vertel snel wat over barakken, hele grote huisjes op een soort camping maar dan zonder de gezelligheid en in de huisjes alleen maar rijen stapelbedden. Heel veel mensen die de hele dag een soort gestreepte pyjama grijs, blauw aan hebben, waarin ze moesten slapen maar ook werken. Bijna geen eten dus mager en korte haren vanwege de luizen.
Terwijl ze nog zegt: ‘Dan pak je toch een spin van de muur’ drukt ze op play.
Ik kijk goed mee. Is dit filmpje geschikt?
We horen een vrouw jodelen.
‘O, je hebt het verkeerd getypt.’
‘Nee hoor, dit zei de juf. Maar hebben wij nog iemand in de familie die de oorlog kent?’
‘Ja, die oudtante die bij ons was toen we de Tulpenroute gingen rijden. Zou je haar wat willen vragen over de oorlog?’
‘Ja, of ze kan jodelen.’

‘Op 4 en 5 mei hebben de mensen het er over. Dan denken we er bewust over na.’
‘Waarom? Is het toen gestopt?’
‘Ja, die oorlog stopte toen in ons land. We denken dan aan de mensen die dood gingen in de oorlog en aan de bevrijding. Dat het fijn is dat wij nu in vrijheid mogen leven én dat we er samen aan moeten werken dat dat zo blijft.’

Misschien moet ik die tante vragen om op Eva Luna’s school in de eerste week van de maand mei wat te vertellen. Zoals vaak bij een doorfluisterspel komt aan het eind van de rit het verhaal er heel anders uit. Dit zijn de laatste jaren waarin we nog rechtstreeks kunnen horen hoe het was om als kind in Nederland, op te groeien in oorlogstijd.

Opdat wij niet vergeten.

Saamhorigheid

Saamhorigheid

‘Lange dag school, opvang op de Boterbloemboerderij en als ik je daar, na werktijd heb opgehaald, rijden we op weg naar huis langs de viskraam.’
Mijn antwoord op de vraag die elke avond als ze in bed ligt terugkomt: ‘Wat ga ik morgen doen?’

Op dinsdag staat de viskraam in het dorp en sinds een paar maanden zijn we daar steevast iets na half zes te vinden. Mijn meisje verheugt zich altijd op dat moment. De dinsdag is qua invulling waardeloos in haar ogen, maar het vooruitzicht op die overheerlijke kibbeling, maakt dat ze de dag doorkomt. Dat en ook een stukje nieuwe traditie. Ze vindt het mooi om gebruiken te hebben.
Kerst vier ik al meer dan tien jaar inclusief een logeerpartij van mijn broertje en gezin en met Oud en Nieuw moeten er spetterkaarsjes afgestoken worden. Tradities die ik graag met haar deel.
Als kind stond ik stoer, trots en lachend en heel soms een beetje angstig op de zandbakrand voor ons huis met buurtkinderen astronautjes te knallen. Later gooide ik strijkers van me af terwijl ik na middernacht van vriendenhuis naar vriendenhuis trok. Het plezierige sfeertje, het speciale moment; we gaan samen een nieuw jaar in, deed mij zo goed. Wanneer het licht werd kwam ik thuis. Ik kon dan gelijk bij mijn ouders in de auto stappen om de Nieuwjaarswensen over te brengen aan opa en oma. Daar aangekomen hapten we met heel de familie in rolletjes en was er voor de jongsten mierzoete rode kinderlikeur.

Nu zoek ik Oudejaarsdag samen met mijn meisje de carbidknallen op. We staan op een boerenerf gevuld met mensen rond een groot vat vol vuur en zij mag haar eerste echte rotjes knallen.
Ze was precies 9 maanden oud toen ze met vuurwerk begon. Met ons tweetjes zaten we knus het jaar uit en na middernacht stonden we buiten bij de voordeur. We hielden elkaar en de spetterkaarsjes stevig vast. We lachten om de spetters die de boze geesten voor ons gingen verjagen en verwelkomden het licht om ons het nieuwe pad, dat voor ons lag, te laten ontdekken.

Het hebben van enige structuur is fijn. Een soort van ankerpunten door het jaar heen. De andere kant; het niet weten hoe je dag er morgen uit ziet, leven in een andere cultuur en je begeven tussen wildvreemden, het avontuur leven; dat wat ik tijdens mijn backpackreizen mocht beleven, is het lekkerste wat mij is overkomen.
Maar toch, geef mij beide maar. Ik had die reizen niet met iemand samen willen ondernemen, maar ik vond het wel fijn om mijn verhalen via een blog te delen. Het verbinden geeft meerwaarde. Zo is het ook met gebruiken, met het uitvoeren van tradities, ze maken dat je ergens bij hoort. Samenhorigheidsgevoel. Dat vuur, die warmte, dat is mooi om door te geven.

Dat mijn meisje niet in klederdracht de klompendans hoeft op te voeren zoals ik dat tijdens mijn afscheidsmusical op de lagere school deed, prima. Zij hult zich nu met haar schoolvriendinnen in oranje kleren tijdens de Koningsdagspelen en staat dansend te genieten op het speciale lied van Kinderen voor Kinderen. Een traditie mag best in ontwikkeling blijven.
Als het vuur in tradities maar uit de goede benodigdheden, de vuurdriehoek; voeding, zuurstof en warmte blijft bestaan. Als er één van die drie mist of niet zuiver is, gaat het vuur niet aan of met ons aan de haal.

Wat brengen we samen in. Wat is onze voeding aan normen en waarden. Stroomt er fris zuurstof in ons bloed of zijn we vergiftigd en hoe zit het met onze warmte, onze hartelijkheid.
Je kan conclusies trekken aan de hand van het as en het vuur verbieden, maar als de mens blijft met haar inbreng. Moet je dan niet gewoon beter naar de mens kijken?