Category Archives: 01. Dagboek 2021

Droom

Droom

‘Wat is jouw droom?’
Nikos vraagt het nadat hij en Victor met een knikje naar elkaar hun nummer hebben afgesloten. Dit aanwezig zijn, in dit mooie veld behorend bij een top aangekleed mini-festival-erf is al een droom. Hij wijst mensen aan in het publiek. ‘Uhhh, fuck. O gelukkig niet mij.’ Ik denk wel snel na en kom op Miss Universe antwoorden over vrede uit. Maar als ik het dichter bij mijn eenvoudiger looks houd, dichter bij mijn hart dan kom ik op mijn reeds uitgekomen droom; Eva Luna.
Mijn meisje, mijn moeder-zijn, mijn gezin. Ik droomde al over je lief Meisje van de Maan voordat je in mijn armen lag. Je bent al zo veel langer bij mij. Jij liet mijn droom van moeder worden uitkomen. Mijn droom van mijn eigen gezin.
Het loont om in dromen te blijven geloven. Ze houden je gefocust. Soms heb je geluk, soms moet je werken en soms rouwen en bijsturen.

We zitten in het gras en jij ligt in mijn schoot. De zon licht onze liefde op. De wind de kleuren van een bloemenveld. De band speelt. Jij vindt het er hier uitzien als kringloopwinkel Het Goed; mensen als hippies, sjaaltjes die hier hangen. De geur is niet goed. Je gaat. Ach. Blijf bij mij, maar nee, en tegelijkertijd vind ik het mooi. Jij vindt je weg wel. Je identiteit.

Over het luisterende publiek heen zie ik je. Je zit op de schommel en mijn Lief duwt je. Ik hoor jullie glimlach.‘Haal neer de muren om je heen, laat jezelf niet ketenen, verlies jezelf niet, maar zing je lied en raak de lucht aan. Is het niet de bedoeling dat je vliegt?’ Terwijl The Wanderer deze woorden zingt zie ik jou over dit alles heenvliegen. Jij bent al vrij. Jij gaat dat blijven. Hoog op je schommel, wind oppikkend van frisheid. De lucht, door het aanwezige publiek gevuld van liefde om je heen, ademslucht van vrijheid.

Wat is je droom? Als ík verder mag dromen: mijn gezin in een paradijs.
Mijn gezin dat uit veel meer leden bestaat dan ons twee en waarbij iedereen zich mag aansluiten. Een land vol met heerlijke appels en ander eten. Een land met een glimlach in het wapen. En dan het lied dat vrijheid zingt horen tot aan de grenzen van mijn paradijs en ver daar buiten. Tot daar waar mijn eerste droom begon, bij het Meisje van de Maan.

Pret

Pret

‘Nog een keer! Nog een keer!’
Een hele club kinderen schreeuwt de man toe die in het hokje de Super Nova bediend. Ze zijn net hoog in de lucht alle kanten opgezwiept. Ik kan de zwevende bank niet langer dan een paar tellen volgen zonder misselijk te worden, maar een gejuich gaat op als de golf waarop ze surfen na een korte stilstand een toegift geeft.
Als ze dan uiteindelijk toch echt stil staan, stormt de club inclusief mijn dochter en vriendin de attractie uit. Het spul rent met wapperende haren en schaterende lach over de stoep en binnen een paar tellen hoor ik het kletterende plaatwerk waar de attractie op staat weer onder hun voeten. Ze sluiten aan in de rij en halen het om gelijk weer een rondje mee te kunnen.

Dit is hoe kinderpret  moet zijn. Dit uitgelatene, je stem durven gebruiken, de beweging van het rennen, het samen lachen, de zon en je moeder die lachend van beneden naar je zwaait. Dit gun ik ieder kind.
Ik ben de man achter de knoppen dankbaar. Hij zet ze stil boven in de lucht en laat ze de bewegingen vervolgens kiezen. Wat speelt hij mee met ze. Hij geeft ze een spel  en een fantastische pretparkherinnering.

Ik zelf kom in de clinch met mijn innerlijk kind. Of beter gezegd met mijn maag. Ik heb zojuist met dochterlief in de vlindertjes gezeten en dat duurde net 3 rondjes te lang. In het spookhuis lach ik net te hard om mijn angsten te verbloemen en in de Rollercoaster houd ik de stang voor mij net te verkrampt vast, terwijl die daredevil van mij de hele rit haar armen in de lucht steekt. Wel schreeuwen we allebei even hard van de pret! De liefde van dit samen meemaken als een aureool om ons heen. Allebei zo trots op elkaars lef. Blonde haren die achter onze ruggen  in elkaar verward raken.

We zwerven over het park. We eten patat en een waterijsje. Ik zie haar de trap van de hoge glijbaan opgaan en na even gewacht te hebben bij de trampolines vol ongeduld door rennen naar de volgende attractie. We winnen een knuffel met de muntenschuiver. Waardeloos spul deze geldmachines, maar het kan mij vandaag aan mijn reet roesten. Ik zet mijn kont weer op de bank voor de Super Nova en zwaai mijn arm uit de kom.
Haar blije gezicht in mij opnemend  als een innige omarming met de pret.

Lesstof

Lesstof

‘Hé, ze hebben de blauwe kleur boven!’ Tussen het gebrul van de trekkers door hoor ik haar roepen. Klopt, de Nederlandse vlag hangt ondersteboven om aan te geven dat er een opstand gaande is. Er is nood.  

Ik groeide op in een rijtjeshuis, maar kwam gelukkig regelmatig op een boerderij. Op bezoek gaan naar oma was geen straf door de grote moes- en bloementuin en de koeienstallen die vast zaten aan haar huis. Mijn oom die ook op de boerderij was blijven wonen, vernoemde bij geboortes in de stal zijn nichtjes. Het kalfje Alinda betoverde mij als jong meisje. Haar ogen leken meer waar te nemen dan dat mijn ogen konden zien en alles om haar heen wasemde geruststellende warmte uit.
Als tienermeisje bikte ik aan het eind van mijn eerste werkdagen hompen klei van mijn laarzen. Ik plukte bossen met riddersporen en grote gele schermen duizendblad bij een andere oom van mij van het land. Ik hield van de grond, de weidsheid, de buitenlucht op mijn huid en de manier waarop mijn neven aan de keukentafel met elkaar omgingen.
Ik geniet nog steeds van de landelijke gebieden om mij heen. Ik leer Eva Luna als dorpsmeisje graag welke gewassen er op het land staan en waarom het ene aardappelveld rode bloemen heeft en het ander witte.

En nu sta ik samen met haar op een boerenerf in de Noordoostpolder tussen een grote groep trekkers. Ik maak mij zorgen over het boeren in Nederland. Die vlag geeft namelijk het beleid van Den Haag weer. Compleet op zijn kop. In plaats van trots te zijn op haar boeren en al hun kennis is de overheid ze onder het mom van klimaat, stikstof en natuur aan het verjagen.

We zijn inmiddels in een colonne naar Assen gereden en voor het provinciehuis hoor ik Sieta van Farmers Defence Force speechen: ‘… vergunning of niet de boeren moeten weg om ruimte te maken voor die bedrijven die geen vergunningen hebben en ook nog NOx, de giftige variant van de stikstof uitstoten.’
Ze haalt aan wat ik ook gelezen heb in het Agrarisch onderzoek van ABN Amro dat de Nederlandse agrarische sector wereldwijd de laagst ecologische voetafdruk ter wereld heeft. Per kilo landbouwproduct is de impact op het milieu bij ons dus het kleinst.
In 2020 werd er voor 95,6 miljard euro geëxporteerd. In grote delen van de wereld hebben ouders zorgen of ze hun kinderen die dag kunnen voeden. Nederland kan wellicht een goede rol spelen. Met het oog op de gezondheid voor de wereld, zou ik het in ieder geval niet graag aan andere landen overlaten. Dan komt de aarde er veel slechter van af.

Eva Luna en ik houden borden omhoog met de tekst ‘Laat onze boeren niet stikken! We hebben al genoeg stof tot nadenken!’ Ik hoop dat ik mijn 10 jarige meisje op deze 7 juli goede lesstof heb gegeven. Ik hoop dat ik op deze manier letterlijk haar blik verruim. Ik hoop dat ze zelf leert kijken wat er gebeurt in het land waarin ze leeft. En ik wens haar toe dat er nog Nederlandse kalfjes naar háár kinderen vernoemd kunnen worden.

 

Pechhulp

Pechhulp

Ons  mini altaar in de auto heeft ons in de steek gelaten. Toen ik vanmorgen de sleutel in het contact stak en omdraaide was het dashboard feestelijk verlicht met alle lampjes die daarin zaten. Het geluid wat ik wenste te horen kwam helaas niet.

Een mini altaar is het ook nooit bewust geweest, maar inmiddels zag het ooit lege plateautje er wel zo uit. Ooit lag er alleen een antislip matje toen ik de auto na aankoop ophaalde. Hier zou een zonnebril of pen of telefoon misschien veilig op kunnen liggen. Nu liggen er een paar beukennootjes, opgeraapt tijdens een vakantie in Drenthe. Er ligt een mooie steen, gevonden door Eva Luna. Haar andere stenen zitten in mijn jaszak of liggen op de tafel achter thuis of in het voorste vak van haar schooltas. Had ik al haar gevonden steentjes bewaard, had ik wel daadwerkelijk een altaartje kunnen bouwen.
Er liggen lavendeltakjes geplukt uit de border bij het politiebureau. In de hoek een kastanje en op de voorgrond kamperfoelie bloemen. Mijn hoofd zat een paar ochtenden geleden vol met een soort zwaarte. Ik sloot de voordeur na een onrustige nacht achter mij en liep naar de auto. Om in mijn auto te kunnen stappen, kwam ik met mijn hoofd in de kamperfoelie die weelderig door de blauwe regen op mijn oprit groeit. De geur maakte mij aan het glimlachen. Ik bleef wat langer staan om te genieten. Dat mijn haren verstrikt zaten, had daar eerlijk gezegd ook mee te maken. Toen ik uiteindelijk in de auto zat, tóch weer uitgestapt. Kamperfoelie geplukt en het tijdens de rit naar mijn werk een paar keer onder mijn neus gehouden. Ik had vervolgens een prima dag. 
Ook ligt er op het altaartje een hart van strijkkraaltjes gemaakt door mijn meisje en een klein zilveren engeltje. 

Ik zit nu binnen in een stoel voor het raam te wachten. Ik tuur de straat af. De ANWB komt zo. Hopelijk kan de pechhulp iets resetten of opladen. Ik heb inmiddels het dashboardkastje uitgemest en toch ook het plateautje. 

Zeker wetend; de natuur zit vol pechhulp en zéker voor degene die zijn zintuigen gebruikt.

Zuiver

Zuiver

Een aanrader! Eten bij Missy’s! We zitten op een grote badhanddoek. Om ons heen frisse buitenlucht en live muziek van tjilpende jonge mussen uit het nest boven het raamkozijn. Onze borden staan deels in het gras. Elders om ons heen staat er klaver, maar hier bij Missy’s niet. Dat heeft de eigenaresse zelf al gesoupeerd.
Voor de entree moesten we over een half meter hoog hekje stappen, maar dan heb je ook wat. We zitten in onze eigen achtertuin in de ruime ren van ons konijn Missy. 

De eigenaresse schuift gezellig aan. Ze heeft lak aan de etiquette en snoept wat van onze salade. Poes Nova vindt het super interessant wat haar vrouwtjes doen. Ze is al op het dak van het kleine etablissement gesprongen, maar durft de stap naar ons landelijke terras toch niet te maken. De fluffy bruine eigenaresse die schalks toenadering zoekt is net te mysterieus.

En ach, zij weet dat zij de rest van de dag toch wel alle aandacht krijgt. Daar zorgt zij zelf wel voor. Zo belandt ze vanaf de bank, in de bakkerskast en vanaf daar weer op mijn bureau. Ze geeft mij 5 tellen, aai ik dan nog niet, dan steekt ze haar poot uit en legt die op mijn arm. Een enkele keer kan ik deze oproep om te knuffelen niet gelijk beantwoorden, omdat ik vol in een creatieve flow zit met mijn werk. Helaas voor mij zet ze dan haar troef in. Gewoon over mijn toetsenbord lopen en pontificaal tussen mij en het beeldscherm inzitten. 

’s Avonds brengt ze samen met mij Eva Luna naar bed. Gedrieën liggen we op het zolderbed; nemen de dag door, lezen elkaar voor en knuffelen. Als ik de trap afloop neemt Nova haar oppastaak serieus. Nova maakt rustig. Ze voelt ons. Ze kroelt zich tegen Eva Luna aan en blijft daar totdat ons meisje slaapt, al verdenk ik Nova ervan dat ze, net zoals ik dat eerder geregeld had, ook zelf in slaap is gevallen.

Langs het lange lint van rode klaprozen lopen we deze ochtend onze tuin uit. We wensen Missy een goedemorgen en ze krijgt een snelle knuf. Ik mag graag met Eva Luna mee naar school lopen als ik thuis ben. We lopen over het schelpenpaadje en Nova loopt mee tot aan het rozenbottelbosje. 

Dit is met recht een goede morgen. Wat geniet ik van mijn meisje, onze dieren, de tuin en de zon. Dit is liefde. Liefde in de zuiverste vorm.

Zomerflirt

Zomerflirt

Mail van mijn favoriete band. ‘Two new songs for the summer’ is het onderwerp.
Ik struikel over de toetsen. Scrol door die mailbox en open die mail, snel Alinda.  Alsjeblieft. Ik wil muziek. Mijn medicijn, naast de zon van vandaag. Naast het tuinieren, mijn handen zwart van de grond, naast mijn creatieve werk aan verschillende flyers deze ochtend.

Ik worstel mij door een paar alinea’s Engelse tekst. Veer op bij de zin dat er een saxofoon is toegevoegd aan één van de nummers en klik op de eerste video onderaan in de mail; ‘Wait a Minute My Girl’.

Het begint met een tikkend uurwerk. O, schiet op met de tijd. Ik zie de voor mij vertrouwde letters van het Volbeat logo en dan hoor ik Michael zingen gevolgd door de gitaren die strijden om wie het eerst mijn oor bereikt. Binnen deze 10 seconden bruist het plezier door mij heen. Mijn bloed wordt spontaan rondgepompt met bubbels. Ik heb geen spiegel nodig om te zien hoe mijn gezicht straalt. Ik word opgetild door het opzwepende tempo. Mijn lijf gaat als vanzelf heen en weer. Een stukje pubertijd voelend bij de tekst van dit liefdesliedje in de zomer.
Het eerste couplet wordt afgesloten met een rauwe open kreet en daarin ligt al verborgen dat er wat fantastisch gaat aankomen. De pianist ramt de toetsen bekant door de piano en daar hoor ik de saxofoon. Nu er een prachtsaxofoon bij mijn Lief thuis staat, luister ik het nummer anders. Zou ik dit kunnen? Er is een kans dat ik best een eind kom. Even zakt mijn uitgelaten stemming. Er vond een soort modulatie plaats, maar hé, blijkbaar wil hij dat ik nu zijn woorden aandacht geef? Wat zingt hij? ‘Daar is een licht, recht voor mij en een stem die ‘familie’ fluistert. Negeer de tekens en symbolen die er zijn niet. Misschien vind je de reden waarom je hier bent. Probeer het juiste te zeggen.’

Helemaal prima Michael, maar nu eerst die andere video aanklikken; Dagen Før.

Kippenvel. De tekst maakt mij stil. Heeft hij die geschreven voor mij? Tuurlijk niet. Het is zelfs op twee manieren uit te leggen. ‘Now the curtain is burned. Let the sunshine be your guide. Fly away, it’s your turn to embrace your second life.’ Ik zeg sorry tegen mijzelf. Je zit zo blij achter je laptop en daar komt verdomd weer de C-crisis in gedachten.
De mensen die een vaccinatie hebben gehad kunnen denken dat daarmee hun tweede leven begint en jij hebt misschien iets gevoeld wat nu zorgt voor een nieuwe start?
Dit kan een nummer zijn voor iedereen.
Dat zou mooi zijn! Muziek die verbind ook al sta je er verschillend in.
Je wilt het graag Alinda, maar wat verbind je dan? Kan de Liefde boven alles staan?
Ik luister verder: ’…Laat los nu je angst. Je hebt het niet meer nodig. Vrijheid is jouw plan en de zuurstof van de ziel…..Als we nooit veranderen, hoe kunnen we dan groeien en ooit leven? Liefde is altijd in staat om de ziel te wekken…’

Vrij

Vrij

‘Godverdomme, de haan van de achterburen kraaide mij wakker!’ Stormachtig sloeg mijn slaapkamerdeur open en verscheen dochterlief. De deur sluit weer net zo krachtig. Ze slaat het dekbed aan de andere kant van mijn bed open. Schuift haar blote voeten eronder, krult zich tegen mij aan en sluit haar ogen. 
Ik hoorde afgelopen week het verhaal dat mijn oma van moederskant ’s morgens op Eerste Paasdag al haar kinderen begroette met ‘Goedemorgen, de Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja!’
Ik laat het mijn slaperige geest binnendringen en denk ‘Ja, er zat wel een haan in het Paasverhaal’. Deze kraaide echter in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag. Die nacht sloot ik om 3 uur het live blog vanuit Den Haag en hoorde dezelfde haan als die Petrus heeft gehoord. In de kranten lees ik daarna dat een wederopstanding nog steeds mogelijk is. 

Ik heb herinneringen aan Pasen uit mijn kindertijd. Mijn moeder legt een gekleurd velletje in een pannetje met heet water en de eieren komen er egaal paars uit. Mijn broertje en ik plakken er stickertjes op. Ook prutsen we tegen beter weten in met het eierverfmolentje en de waterverfrondjes die nooit dekkend verven. Later kleur ik eieren met rood uienblad en koffie. Ik leg meibloempjes en grasjes tegen het ei, omhul dat met de uienschillen en bind er een lapje stof omheen. 
De mooiste eieren gaan in een gehaakt netje met onderin een sinaasappel. Als opa en oma de Pasen bij ons vieren doen we eitje tik en in het park doen we een wedstrijd; wie durft zijn ei het hoogst te gooien. Het fout vangen pijnlijk tegen vingertoppen aan. 

In de ochtend woonden we eerst samen een kerkdienst bij. Ik stond met mijn saxofoon voor in de kerk, boven bij het grote kerkorgel. Bij het naar buiten lopen van de dienst blies ik galmend met alles wat in mij zat het lied ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’ uit de bundel van Johannes de Heer over de hoofden van de mensen heen. 
Er komt een heerlijk morgenlicht aan. De dood jaagt geen angst meer aan. Leef het leven. 
Ik geloofde in een nieuwe wereld. Nu zou het gebeuren. De verandering hing in de lucht. Ik zag het nieuwe groen aan de bomen komen en sleedoorn en krentenbloemetjes bloeiden. Kwikstaartjes vlogen als blijde verkenners voor de fiets aan en dansten hun lange staarten op en neer. 

Ook nu voel ik de verandering. Ik weet niet waar alles naar toe gaat. Ik beleef dat ik graag wil sturen en beleef tegelijk dat ik mijn eigen pad ook wel weet. Vanmorgen was er een heerlijk morgenlicht. Mijn blonde engel en ik brunchten en aten een paashaantje. We zijn vrij.

Zichtbaar

Zichtbaar

‘Kom Alinda, ga je mee?’ Klonk zijn stem eerder laconiek nu is het er een die wijsheid tot opvolgen overbrengt. Zo even stond de man die mij dit vraagt in de lijn tussen de veteranen. Ik zag hem een collega begroeten met wie hij in Srebrenica diende. Ik stond een paar meter achter hen. Een geel parapluutje met daarop rode hartjes en de woorden vrijheid en verbinding in de lucht stekend.
Een half uur eerder stapte ik een wereld vol liefde binnen. Het Museumplein staat vol blijde mensen. Grote rode hartvormige luchtballonnen dansen in de wind en diezelfde wind neemt flarden muziek mee. Ik dring mij langs iemand in een groot teddybeerpak die mensen voorziet van gratis knuffels, ik wil dansen. Ik loop mij vast in een groot spandoek van Moeders voor vrijheid. Ik begroet de moeders. Het zijn gewone vrouwen en ik herken mijzelf in hen.
Rechts van mij had ik reeds een leger aan politie zien staan en zijstraten vol politiebussen. Ik bereik het veld aan de noordkant. Een lange sliert blauwe ME bussen komt aanrijden. Tientallen ME-ers vormen zich in linie. Een groot waterkanon rijdt voor en van rechts komt er nog een. Ik meng mij weer in de groep. Mijn hele festivalgevoel is weg. Ik wist dat ik niet naar een feestje ging. Of ja, ik hoopte wel dat de liefde het zou winnen, maar voor nu sta ik overdonderd door al het zwijgende geweld op trillende benen. Plots hoor ik mijn stem luid mee scanderen ‘Liefde! Vrijheid! Geen dictatuur!’ Het matrixbord geeft al een tijdje aan dat het noodbevel afgekondigd is. De ME linie heeft reeds commando gekregen en staat al dichter bij ons. Wat ik niet gezien had en waar ik nu op gewezen wordt, er zijn een aantal lijnbussen voor komen rijden. Klaar om onze groep in af te voeren.

Vanaf de zijkant van het veld aanschouw ik het gevecht. Al het hondengeblaf, het busje met romeo’s dat voor mij staat, de angst die dat opwekt vind ik zo niet eerlijk naar mij toe. Het in mijn ogen onrecht vult mij met kracht en steeds verder stap ik weer het veld op. Oog in oog sta ik inmiddels met de ME. Opgefokt sta ik een staredown te doen. De man kijkt weg. Naast hem staat een vrouw. Ik zie haar halflange blonde lokken gedrukt tegen de binnenkant van haar helm. We kijken elkaar aan. Ze is jong. Ze zou mij nooit uit haarzelf slaan. Ik voel mijn gezicht ontspannen en tranen opkomen. Wat staan wij hier te doen. Waar kwam ik voor.

Ik wilde mij zichtbaar maken.
Zichtbaar maken dat ik mij niet vind in de coronamaatregelen van de overheid. Ik wil mij verbinden met gelijkgestemden of eigenlijk breder, mij verbinden met mensen.
Ik vind het spannend om mij zo te laten zien. Als er een discussie komt heb ik de woorden niet altijd paraat. Toch voel ik feilloos aan dat wat er nu gebeurt niet klopt. Daar heb ik geen wetenschapper of grafiek voor nodig.

De duisternis die ik nu om mij heen beleef, die wil ik niet klakkeloos over mij heen laten komen. Ik wil mijn licht opsteken. Het is moeilijk met eenzijdige informatie die gedeeld wordt door overheidsmensen waarbij hun gezichten en woorden niet matchen met dat wat er in mijn hart gebeurt als ik hen zie en hoor en aan de andere kant, daar waar ik meer aansluiting in vind, ontwaar ik soms uit zijn verband getrokken artikelen.
Maar. Ik ben mij bewust van mijn eigen licht. Ik voel dat ik daar contact mee heb. Ik vertrouw mijn licht. En dát licht, zal ik zichtbaar laten stralen!

Bijzonder

Bijzonder

‘Ik voel mij bijzonder.’ Tranen staan in haar ogen. ‘Hij ziet hoe ik mij inzet en zei dat tegen mij.’ Ontroerd staat ze voor de camera, nadat ze net de deur van het kantoor van haar werkgever achter zich heeft dichtgetrokken. Ik kijk Undercover Boss op tv. Ze heeft financiële waardering gekregen, maar als eerste geeft ze aan, en dat hoor ik veel vaker in dit programma, dat de erkenning van het mens-zijn zo belangrijk is.

Gisteren hadden we vrienden over de vloer. Het was gezellig en ik zie hoe liefdevol de moeder met haar dochters omgaat. Zonder fysiek te zijn legt ze die middag meerdere malen onzichtbaar haar armen om haar dochters heen. Ze geeft ze een veilige plek en stimuleert ze om zichzelf te ontplooien.
Ik geniet van de verhalen van een jonge collega. Hij bouwt zijn leven op en en passant kippenhokken en moestuinbakken.
Ik zie dat de moeder van een vriendinnetje van mijn meisje wikt en weegt. Hoe bescherm ik mijn, liefkozend genoemde monstertje en wat laat ik haar zelf uitvechten. Haar moederhart maakt overuren.

Mijn werkdag zit er op en ik rijd naar huis. Ik ben benieuwd wat ik thuis aantref. Vandaag begint er een nieuw oppasmeisje. Haar korte kennismaking afgelopen weekend voorspelt een leuke tijd. Eva Luna vond haar zo bijzonder. ‘Ze is niet netjes mama. Ja wel netjes, maar niet netjes. Begrijp je mij mama? Ze is gewoon stoer met haar rommelige flubberknot met verwilderde haren en coole trui.’ Ik app deze woorden na ons treffen naar het oppasmeisje toe en krijg een enthousiaste reactie terug.

Mensen zijn uniek. Mensen zijn bijzonder. Bij sommigen denk ik: ‘Je bent wel heel bijzonder’. Dat bijzondere kan soms ook minder rooskleurig zijn, maar volgens mij hebben de positieve indrukken de overhand. Ik test het uit. Ik laat allerlei mensen in mijn hoofd de revue passeren. Wat zijn ze allemaal mooi bijzonder zeg.
Mijn vriendinnen met wie ik zaterdagavond bingo speelde. Hun gezinnen. Het buurmeisje dat zo lief ons konijn verzorgt als wij niet thuis zijn. Mijn wandelvriendin met haar mooie ogen waarin zoveel levenslagen verborgen zitten.

Wat neem ik de mensen om mij heen, soms zomaar voor lief in de drukte van de dag. Wat zou ik mijzelf cadeau geven, als ik mij meer bewust ben van al het bijzondere om mij heen. Én, wat geef ik de ander, als ik aangeef ze echt te zien. Als ik aandacht geef aan ieders bijzonderheid.
Ik wil dat vaker uitspreken.
Zo bijzonder, zou dat niet moeten zijn.

Zacht

Zacht

‘Mag ik van jou een bolletje met kaas?’ Ik rij over de A12 en we gaan naar het zuiden. Naar Zeeland om precies te zijn. Eerder had ik al een likkoekje uit het trommeltje gekregen en mijn meisje heeft inmiddels een pakje drinken op. We gaan op vakantie. Nee, we zijn al op vakantie. Met ons tweeën genieten we van de rit. We zien onderweg twee keer een hert, de roofvogels zijn niet meer te tellen en Eva Luna spot een dikke John Deere. We hebben het samen zo goed. Het kleine huis op de prairie verbleekt bij onze knusheid. We hebben jurkjes mee en als ik straks twee vlechten maak kan Eva Luna net als Laura Ingalls zo het duin afrennen. Terwijl ik hierover fantaseer heeft Eva Luna lol met een vrachtwagenchauffeur naast ons. Haar lach sluit aan bij het landschap waar we doorheen rijden. De puurheid. De echtheid. Het land ademt rust uit. De vlakte en de stilte komen samen in zachtheid.

We zijn iets te vroeg op het vakantiepark. Het huisje kunnen we nog niet in, maar we mogen wel het park verkennen. We zoeken ons veldje op en bewandelen het kleine pad naast ons huisje. Binnen 5 minuten staan we op het strand nabij de Oosterscheldekering en nog weer 5 minuten later heb ik mijn handen volgedrukt gekregen met schelpen. ‘Bewaar ze even, ik wil graag op dat klimrek.’ Ik kijk rond en geniet intens. Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht. Zelfs de kleuren zijn zacht.

In het laatste uur licht van de dag zijn we weer op het strand. In de campingwinkel hebben we vanmiddag een schepnet gescoord. Nu de zee zich heeft teruggetrokken inspecteren we de plassen die op het strand zijn achtergebleven. Eva Luna vindt niets en in een poging toch wat in haar net te krijgen, rent ze lachend met haar schepnet achter de meeuwen aan. We laten ons door hen meelokken richting de pier. Tussen de basaltblokken daar, licht af en toe iets op. Het zijn de parelmoerige binnenkanten van oesters zo groot als een hand. We struinen door het lage water en stappen over de rotsen. We verzamelen een zak vol.
Ik omdat ik ze wil proeven. Ik heb gehoord dat ze met een sjalotje en wat frambozenazijn heerlijk zijn en Eva Luna omdat ze hoopt op een parel.

Ik stond net een poos in de keuken met de oesters. Ik huiver bij de aanblik van een geopend exemplaar. Ik stel het proeven nog even uit. Ik doorzoek er nog enkele op parels al zie ik links van mij de mooiste en de grootste.
Eva Luna zit op haar knieën bij de salontafel. Ze heeft haar pyjama aan. Het truitje is poederroze van kleur en zacht als van een teddybeer. Ze tekent in haar nieuwe schetsboek. Ik zit nu achter haar op de bank en typ dit bovenstaande. We hebben tulpen op de tafel staan en er brandt een kaarsje.
Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht.