Category Archives: 12. Ghana 2005

36. Zondag 28 augustus

36. Zondag 28 augustus

Duidelijk geen bezoek aan het Bobiri  Forest vandaag, maar ik kan gelukkig wel iets beter mijn voet gebruiken. Om 9.00 uur ben ik klaarwakker. Tegenwoordig betekent slapen tot 9.00 uur, érg lang uitslapen. In Tamale was 6.00 uur de normale tijd.
Zybourn blijft graag nog even liggen. Zondag is de enige ochtend dat hij kan uitslapen. Prima. Ik ga beneden in de receptie kijken of ze internet hebben en mijn webspace bijwerken. Slaap jij nog maar lekker een tijdje.
Later deze dag vertelt hij hoe bijzonder ik ben en haalt het voorval van vanmorgen aan. Een Ghanese vrouw zou nooit wat alleen willen ondernemen als haar vriend in de buurt was. Ik krijg soms het idee dat niet ik, maar juist alle gemaakte regeltjes hier erg bijzonder zijn.  Enneh, er zit verschil tussen een vriend en dé vriend, vriend.

Ik wil vandaag wel iets meer van Kumasi zien dan de receptie van het hotel en het ziekenhuis. Het National Cultural Centre is misschien wel te doen. Met een taxi rijden we het terrein op en laten ons voor de deur van het museum afzetten. Ik wil het graag bezoeken omdat ik meer van de Ashanti’s, de oorspronkelijke bevolking hier wil weten. Ik wil iets over hun geschiedenis weten en hoe ze geleefd hebben.
Eerst is het even een tegenvaller. Het museum ziet er wel heel simpel uit, bestaande uit vier muren met een kleine presentatie voor elke muur. De vrouwelijke gids dreunt bij de eerste twee foto’s een verhaaltje op, maar als ze doorkrijgt dat ik echt geïnteresseerd ben, vertelt ze met veel meer passie. Ik stel veel vragen en gelukkig blijkt het kleine museum veel meer verhalen te bergen dan dat je bij binnenkomst zou verwachten.

De koningstitel gaat bij de Ashanti’s  over van oom op neef. Jongste of oudste neef maakt niet uit. De wijze mannen kijken naar wie de meeste talenten heeft. De vrouw van de koning is geen belangrijke vrouw, maar gewoon één van zijn zovele vrouwen. Daarentegen zijn de moeder en de zussen van de koning erg voornaam en krijgen zij de titel van koningin.
In de tijd van de slavernij hebben de Ashanti’s veel met de Engelsen te maken gehad. De Ashanti’s stonden in een soort dienst van de Engelsen en droegen zorg voor het aanleveren van  voldoende slaven, die zij ronselden onder andere Afrikaanse stammen. De Engelsen wilden echter meer. Ze wilden net zo’n gouden stoel als de koning van de Ashanti’s. Het werd een grote rel, want de stoel zou ook speciale krachten bezitten. Uiteindelijk gaven de Ashanti’s een nep gouden stoel cadeau en zijn ze nog steeds trots op hun stunt.
En daar zie ik eindelijk het beeldje staan waar ik zo gek op ben. Ik zag het al op een foto in een boek, toen ik in Nederland was en heb het inmiddels in Tamale gekocht, maar niemand kan mij het echte verhaal van dit beeld vertellen. Het blijkt een lucky doll te zijn voor vrouwen die problemen hebben met zwanger worden. Je behandelt de houten pop alsof het je baby is. Zo draag je het in je draagdoek op je rug. Leg je het naast je in je bed en geef je het ’s morgens zogenaamd te eten. Het onderwerp ongewenst kinderloos is taboe en de vrouwen lopen tegenwoordig niet meer met de pop rond, maar in huis koesteren sommige vrouwen wel hun houten baby.
Ik zal morgen eens met mijn houten pop vastgebonden op mijn rug de straat op gaan. Zybourn kijkt me aan en verzucht: ‘En dan een nieuwe Jezus ter wereld brengen?’ De gids heeft deze opmerking niet gehoord en begrijpt niets van mijn gelach. Zybourn wil het niet herhalen, godslastering? Ik herhaal de opmerking, want ik vind hem super. Ik vraag naar de oorsprong van het verhaal. Het komt bij een priester vandaan. Ik kom erachter dat priesters, de medicijnmannen vroeger, wel erg veel macht hadden. Sommige dingen blijven mysterieus, maar sommige dingen zijn ook gewoon rare verzinsels en dat is waar Zybourn zich tegen afzet. De mensen zijn zo bijgelovig. Ze gebruiken hun gezonde verstand niet en blijven hangen in oude gebruiken.
Het verhaal bij al de verschillende trommels vind ik ook erg mooi. Vooral dat van de oorlogsdrum. De drum is gespannen met de huid van een luipaard. In plaats van er met een gewone trommelstok op te slaan, kras je er met de punt van een speciale stok overheen. Het  geluid dat je dan hoort, klinkt als het gegrom van een luipaard. Het is echt super als je dat hoort. Als men vroeger door de velden rondtrok, gebruikte men die drum om andere stammen op afstand te houden. Ik vraag of ze eens met die punt over de andere drumvellen wil schrapen. En verdomd, bij de andere vellen ontstaat alleen een gewoon schurend geluid.

Ik kan echt genieten van deze verhalen. Vorig jaar heb ik dit soort verhalen in Peru en Bolivia over de Indianen gehoord. Ik zit te denken. Wat zijn de verhalen van Nederland. Hebben wij ook zoveel mysterieuze verhalen die verband houden met het leven in de natuur en de bijzondere krachten van het leven?

35. Zaterdag 27 augustus

35. Zaterdag 27 augustus

Ik kan nu helemaal niet meer op mijn voet staan. Qua uiterlijk is hij maar heel iets dikker dan de linkervoet en blauw is hij ook niet. Geen kneuzing dus, want dan is het toch blauw en opgezwollen? Wat is het dan? Middenvoetsbeentje kapot? Ik hinkel naar de badkamer ondertussen op mijn tanden bijtend. Gisteren was de badkamer nog zo lekker dichtbij. Nu is 5 meter een idioot grote afstand.
In plaats van de grootste markt van Ghana te bezoeken en het daar in de buurt gelegen paleis van de Ashanti’s zal ik een hospital moeten zoeken. In The Bradt Travel Guide staan alle hotspots maar stom genoeg zie ik geen informatie over een ziekenhuis. Ik zit op het balkon en heb gelukkig nog brood en sinaasappels van gisteren. Ik heb mijn voet op een stoel naast me liggen. Ik hoop dat het beter gaat als ik hem gewoon even laat rusten. Af en toe test ik even of ik hem kan bewegen, maar de tranen schieten in mijn ogen. Toch doet de pijn van het idee dat ik niet verder kan reizen, meer zeer dan de lichamelijke pijn. Ik wil nog zoveel zien. Ik ben nog lang niet klaar.

Om 12:00 uur komt Zybourn aan op het STC-station. Hij had voorgesteld om samen nog wat te ondernemen. Het lijkt me gezellig en ik heb hem geld als afscheidscadeau gegeven voor o.a. een busticket naar Kumasi. Zondag gaan we samen naar Bobiri Forest, het vlinderbos. Ik zou hem opwachten bij het STC-station en durf het risico niet te lopen om nu in een taxi naar een hospital te gaan. Ik ben er vast nooit voor 12:00 uur weer. Plus ik vind het ook wel makkelijk als Zybourn meegaat. Hij kan voor tolk spelen. Ik wist niet goed of ik het super leuk zou vinden om met Zybourn samen even in Kumasi te zijn. Ik had me er eigenlijk al op ingesteld om alleen te reizen. Ach, die anderhalve dag en twee nachten is ook wel weer gezellig om samen met mijn broer te zijn. Ik moet hem alleen op lichamelijke afstand houden, helemaal straks op de gedeelde hotelkamer.
Hij had hier een vriend in Kumasi en wie weet kunnen we vanavond nog even stappen. Iets dat ik in mijn eentje hier denk ik niet zo gauw zou ondernemen. Maar voor nu moet ik misschien even niet teveel plannen maken. Ik moet even zo koelbloedig mogelijk nadenken. Ik kan proberen zo naar het station te hinkelen of achter op een voorbijgaande fiets te springen. En dan zal ik toch denk ik naar het ziekenhuis moeten. Misschien kan ik krukken krijgen en kan ik me weer even redden. Ik wil niet naar huis!
Maar ik ben bang dat ik het hier echt niet red met mijn voet. Het huilen staat me nader dan het lachen.

Ik sta op het punt om op mijn achterste te gaan zitten en zo de 2 trappen in het hotel af te dalen en tegelijk de trap met mijn broek schoon te vegen als er plotseling een blanke hotelgast de trap opkomt. Hij ondersteunt me en totaal uitgeput laat ik me op de bank in de receptie vallen. Ik kan echt helemaal niet op de voet staan. De weg naar het busstation is niet te nemen voor mij. Ik leg in de receptie uit dat er iemand op het station op mij wacht en vraag of ik de telefoon mag gebruiken. Tegen de tijd dat Zybourn is gearriveerd, heb ik de naam van het ziekenhuis. Ik wil dat er foto’s van mijn voet worden gemaakt. Ik wil weten wat er mis is. Ik wil weten waar ik aan toe ben.

Het ziekenhuis oogt iets frisser dan in Tamale, gelukkig. Zybourn geeft aan dat ik foto’s van mijn voet wil en al snel krijg ik een verwijsbrief voor de röntgenafdeling zonder dat de arts eerst heeft gekeken of het nodig is. Ze zullen wel denken, die blanke heeft toch geld zat, stuur maar door. Terwijl ik in de rolstoel zit te wachten voor de röntgenafdeling probeer ik mijn tranen te verbergen. Mijn voet bonkt door al het gehinkel. Veel mensen vergapen zich aan de blanke vrouw en ik verdom het om er als zielig vogeltje bij te zitten.
In Nederland gaat iedereen achter een wandje staan als de foto’s genomen worden i.v.m. de straling. Hier staat Zybourn gewoon naast de tafel waar ik op lig. Ik verbaas me over al de röntgenapparatuur in deze verder kale bruine kamer. Het zullen vast verouderde modellen zijn, maar het staat er wel allemaal. Terug rollend naar de wachtkamer bekijk ik snel de foto’s. Ik zie zo niets geen aparts. Raar is dat. Ik wil dat alles goed is en toch hoop ik heel eventjes ook dat er een donker lijntje in de witte botten zichtbaar is. Slaat nergens op. Misschien omdat ik bang ben dat ze me een aansteller vinden? Of omdat ik wil weten waar ik aan toe ben?

In de wachtkamer (gewoon naast de parkeerplaats half in de open lucht) zit een man met een kind op schoot. Het kind lijkt wel buiten bewustzijn. Een ander kind heeft een dicht oog en ik zie een vrouw met haar arm in het gips. De mensen zijn stil. Net zoals in een ziekenhuiswachtkamer in Nederland waar je ineens gaat fluisteren als je wat wilt zeggen. Je neemt elkaar een beetje op en gokt wat de ander voor klachten heeft. Ik ben blij dat ik gewoon op mijn beurt moet wachten en ze mij geen voorkeursbehandeling geven. Terwijl ik de spreekkamer al wordt binnen gerold, zitten er nog 2 mannen in discussie met de jonge vrouwelijke arts. Ze praten verder in hun eigen taal waarin af en toe wel eens een Engels woord in wordt gebruikt, maar ik kan niet volgen waar het over gaat.
De vrouw krijgt mijn sympathie. Ze praat zonder te schreeuwen en in haar gezicht kan je aflezen dat wat zij nu zegt waarheid is en dat de mannen niet moeten zeuren. De vrouwen die ik hier ben tegen gekomen praten amper kalm. Ze gedragen zich half hysterisch of ongeïnteresseerd, gezien door de ogen van een Nederlandse vrouw. De arts komt over als een moderne vrouw. Het lijkt me best moeilijk om dan in Ghana te blijven wonen en werken en niet je heil te zoeken in een Europees of ander meer ontwikkeld land waar je jezelf misschien nog meer vaardigheden aan kan leren. Aan de andere kant, hier ben je zo gewenst en zo nodig.

Ik heb intussen heel veel Ghanezen gesproken en het spijt me om te zeggen maar echt intelligent komen ze niet op mij over, uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Misschien zit de intelligentie wel in ze, maar hebben ze er niet echt naar gezocht?
Ze leven bij de dag. Ik moet vandaag leven en morgen en dan zien we wel weer verder. Als eten zoeken voor je gezin je grootste zorg is, hoef je ook niet zoveel na te denken over je dromen. Je moet eten hebben, anders heb je helemaal geen toekomst. Vooruit denken en een plan ontwikkelen is dan ook niet aan de orde. Maar kan je dan echt het puzzelen en nadenken hoe je je dromen zou kunnen realiseren stop zetten?
Iets dat me in de weken op het schooltje ook zo opviel. Het zelf nadenken wordt niet gestimuleerd. Het is niet denigrerend bedoeld, maar hoe werkt het? Sluit iemand een week op in een kamer zonder eten en misschien dat hij dan in deze benarde positie ineens wel kan nadenken en iets bedenkt om vrij te komen? Maar als het niet echt hoognodig is, ach waarom zou je dan de inhoud van je hersenen gebruiken. Wat zou je je dan druk maken?
Iets in deze houding spreekt mij wel aan. Ik denk dat ik in het afgelopen jaar ook wel iets meer zo’n houding hebt ontwikkeld; leef maar in het nu en niet in het verleden of in de toekomst. Je bent niet zo oppermachtig als mens dat je echt al je dromen kan realiseren hoe hard je je verstand ook gebruikt. Er zijn ook elementen in het leven waarover je niets te zeggen hebt.

De 2 mannen druipen af en de arts bekijkt mijn foto’s. Ze verontschuldigt zich voor de slechte kwaliteit. Alleen de grote botten in de voet zijn te zien. De rest blijft in het lichtgrijs verscholen. Ze gaat er van uit dat er iets heel erg is opgerekt en zegt dat dat meestal net zo zeer doet als een breuk. Ik mag 2 dagen geen druk op de voet zetten. Ik zou ook niet weten hoe ik dat zou moeten doen, want ik zit tegen het plafond als ik ook maar iets op de voet steun. Ik krijg een recept voor pijnstillers en een gel. Mocht er na 2 dagen geen verandering zijn opgetreden dan moet ik terugkomen.

Geduld hebben en 2 reisdagen verspelen, erg moeilijk om te accepteren, maar alles beter dan de reis te moeten afbreken. We laten ons met de taxi naar de apotheek brengen en vervolgens naar Vic Baboos, een erg populair eetcafé zoals blijkt aan de meerdere toeristen. Was ik in mijn eentje geweest had ik heerlijk kunnen zitten lezen of schrijven, maar nu voel ik me een beetje verplicht om met Zybourn te praten. Ik baal gigantisch voor mezelf, maar nu ook nog eens voor hem. In plaats van dat we samen op stap gaan in Kumasi en het vlinderbos bezoeken zit hij hier nu stil, terwijl hij dan misschien ook wel wat beters te doen zou hebben gehad in Tamale.

Gelukkig kunnen we ook erg lachen met elkaar. Helemaal ’s avonds in het hotel als hij er op staat mij de trap op te dragen. Hij heeft een iel en pezig lichaam en volgens mij zegt het knak als ik op zijn rug zit. Als hij een grote emmer had, waarin ik in zou kunnen zitten, zou hij mij op zijn hoofd tillen zegt hij. Ze tillen hier echt van alles op hun hoofd en vaak zijn het hele zware gewichten. Ze leren het al van kinds af aan.
We zouden de straat op kunnen gaan en gaan bedelen. We zijn vast een hoofdact. Helemaal als ik dan ook nog eens fluit ga spelen vanuit de emmer. Het geld kunnen we wel gebruiken, want doordat ik nu niet kan lopen, geef ik een vermogen uit aan taxi’s en eten we in restaurants (ik betaal voor ons tweeën) i.p.v. in goedkope eetkraampjes langs de straat. En ook nog eens het ziekenhuisbezoek en de medicatie. Vermogen in cedis, maar als ik het omreken in euro’s is het ook wel weer te overzien.
Na een erg indringende blik van zijn zwarte ogen weet ik dat ik nu moet stoppen met tegensputteren en hem moet geloven en vertrouwen. Aangezien er ook niet echt een ander alternatief is laat ik me op zijn rug hijsen. Ik al lachend en hij al ploeterend komen we de 2 trappen op, gadegeslagen door mensen die op ons geluid afkomen.

34. Vrijdag 26 augustus

34. Vrijdag 26 augustus

Dag 1 in Kumasi.
Sommige dingen voel je gewoon gelijk aan. Zonder het nu echt te kunnen benoemen, weet je, het is zo. Ik hoop dat mijn gevoel er nu helemaal naast zit, want ik kan echt niet op krukken over de touwbrug van National Park Kakum.

Ik kom zojuist uit het internetcafé. Als ik buiten sta, zie ik dat het al donker is. Ik baal even. Ik ben vanmiddag net in deze stad Kumasi aangekomen en ken nog niet de weg. Ik sta even stil om me te oriënteren. Terwijl ik in de richting loop waarin ik denk te moeten lopen, word ik aangesproken door 2 jongens. Ik heb geen zin in een praatje en zeg alleen ‘good evening’ en reageer verder niet op hun vragen. Ze blijven echter roepen en hebben het over Holland. Ik wil niet dat ze denken, dat ik arrogant ben. Ik wil geen gedonder nu op straat en draai me om, om toch vriendelijk over te komen.
Tegelijk stap ik echter van de straat op het lager gelegen trottoir. Stappen is trouwens niet het goede woord. Ik val gewoon. Even lig ik versuft. Wat voel ik allemaal. Ik voel mijn voet en voel een schrijnende plek op mijn elleboog. De jongens komen naar me toe rennen en helpen me overeind. Eén wil aan mijn voet zitten. Blijf eraf!
Terwijl mijn hartslag weer wat rustiger wordt, laat ik ze lekker doorkletsen. Ik moet even goed nadenken en zit veilig zo met deze 2 jongens. Ik vraag de weg naar het STC-station. Vlak daarbij is mijn hotel, maar zij hoeven de naam van mijn hotel niet te weten. Gelukkig, ik liep in de goede richting. Ze vragen of ik een taxi nodig heb. Volgens mij ben ik in 5 minuten bij mijn hotel en ik heb geen zin in gezeur en afdingen bij een taxichauffeur. Ik probeer op mijn voet te staan. ‘Auw!’, maar het gaat. Ik loop tukkend de straat af. Beweging is vast goed, houd ik mezelf voor.

Boven gekomen op mijn hotelkamer, trek ik mijn schoen uit en bekijk de schade. Ik zie niet echt wat bijzonders aan mijn voet. Ik pak een emmer water uit de gezamenlijke badkamer op de gang en vul die met koud water. Wat luxe zeg, ik heb stromend water zo uit de kraan. Oh en een spiegel waarin ik mijn hele bovenlichaam kan zien. Ik zit op de rand van mijn bed en stop de voet in de emmer. Hopelijk gaat het koude water zwellingen tegen.
De pijn wordt alleen maar erger. Ik leg mijn voet op de stoel en betast hem voorzichtig. Boven op de voet in het midden is het erg pijnlijk. Ik ben bang. Dit is niet goed. Er is iets mis in mijn voet.

Ohh en ik voelde me vandaag net weer zo lekker dapper en avontuurlijk. Na de 6 uur durende busreis stapte ik uit op het STC-station. Hijs de backpack op mijn rug en wandel over het station naar een man in uniform. Ik vraag de weg naar The Guestline Lodge. In The Bradt Travel Guide las ik dat dat een hotel vlakbij het station is en ook nog eens een van de goedkopere. Ik had gistermorgen gebeld om alvast een kamer te reserveren, maar toen zeiden ze dat het vol was, tegelijk met de mededeling ‘zie eerst maar dat je alle vervoer haalt, reserveren is hier geen doen voor ons’. Ik gok het erop. Mocht het echt vol zijn dan hebben zij misschien wel een ander adres voor mij.
Daar loop ik in mijn uppie met mijn veel te zware backpack loopjongens en taxichauffeurs af te wimpelen. The lodge is inderdaad vlakbij het station en ze blijken een kamer voor me te hebben. Op het balkon zit ik de omgeving te bekijken en lees The Bradt Travel Guide en heb een idee van wat ik hier wil zien en bezoeken.
Vanmiddag dus lekker door te stad lopen dolen en de straat gevonden met boekenkraampjes. Na lang zoeken een Nederlands boek gevonden. Veel te dik helaas, past moeilijk in mijn kleine handtasje en de titel ‘Weduwe voor een jaar’ van John Irving spreekt me niet gelijk aan, maar ik herken de omslag wel. Het is een bekend en hopelijk goed boek. Het is tevens het enige Nederlandse boek dat ik kan vinden en ach ik kan weer even vooruit met deze 739 bladzijden.

Al lezend probeer ik een beetje in slaap te vallen. Ik heb een tijdje gedommeld, maar word wakker door de pijn. Ik slik 2 paracetamols. Morgen is mijn voet vast weer normaal.
In mijn hoofd ben ik bang, maar ik wil niet aan het idee denken dat mijn reis heel misschien is afgelopen.

33. Donderdag 25 augustus

33. Donderdag 25 augustus

Ik zit als een African obroni met de familie in de huiskamer en deel de cadeautjes uit. Vanmorgen heb ik de speciaal voor mij gemaakte rok van Afrikaanse stof aangetrokken en Afrikaanse sieraden om gedaan. Dit in combinatie met mijn nieuwe haarstijl levert me veel reacties op als ik over de straat loop.

Zybourn lacht mopperend dat hij het kleinste pakje krijgt. Na mijn uitleg vindt hij dit toch wel een heel mooi cadeau. Het is een steen aan een leren veter. Dezelfde steen als die er aan mijn ketting hangt. Een soort oranjebruin sienna kleurige steen in een driehoekige vorm. Als ik straks de ketting in Nederland draag denk ik aan jullie, wetende dat jullie dezelfde steen in huis hebben. En wie weet denken jullie omgekeerd ook aan mij.
Ook de andere cadeautjes vallen erg in de smaak. Ik heb voor iedereen een passend cadeau geprobeerd te vinden. Edina die zo graag een schoolbord wilde met bijbehorend lesmateriaal, Samantha die een speciale crème voor haar haar wilde en een aantal kleinere pakjes. Het is mooi om te zien dat zelfs het cadeaupapier al als zo bijzonder wordt beschouwd.

Vanmorgen was ik druk met het kopen van de laatste cadeautjes, het kopen van lekker fruit, drinken en koekjes. ’s Middags heb ik Zybourn nog even geholpen met het aanmaken van een webspace. Hij wilde een gewone website. Ik heb wel eens een site gemaakt in Frontpage en houd die ook bij voor mijn werk, maar hoe leuk ik het vind om iets te ontwerpen, de bijbehorende techniek is niet mijn ding.
Als ik ooit tijd over heb dan zou ik het wel willen leren, maar tot die tijd houd ik het maar even bij een gewone webspace met mijn verhalen over Ghana.

Ik wil samen met mijn Ghanese moeder op de foto. Ze heeft een feestjurk aan en bijpassende sjaal om haar hoofd. Salomon moet wel 10 keer opnieuw een foto maken, omdat ik maar niet tevreden ben. Ligt overigens niet echt aan mij. Hij is een beroerd fotograaf. De ene keer staat ons hoofd er maar half op en de andere keer zie je weer meer lucht dan onszelf. Handig dan zo’n digitale camera. Ik ben nog niet echt tevreden over het eindresultaat, maar het moet maar.

’s Avonds maken we familiefoto’s en hebben het erg gezellig. We bekijken een komische film en ik geniet eigenlijk meer van hun plezier dan van de film zelf. Gelukkig is het geen African movie met van die ontzettend gemaakte acteurs. Iedereen hier in Ghana is daar helemaal gek van en het is me toch afschuwelijk. Alleen maar geschreeuw, overspel, ruzie en altijd wordt er iemand vermoord uit wraak of  liefde. Gezichten waarop overdreven gemaakte wanhoop zichtbaar is en geknutselde bewegingen. Ik hoorde van een andere vrijwilliger dat ze haar een beetje gepikeerd hadden gevraagd waarom ze in Nederland wel Amerikaanse films bekijken maar geen Afrikaanse. Ze zat te twijfelen. Zal ik eerlijk zeggen dat het bagger is of ze door verwijzen naar de inkopers en zeggen dat wij daar als gewone kijker geen invloed op hebben.

De film die we nu bekijken speelt zich af in de Afrikaanse velden. Ik zeg dat ik deze gele, droge velden gemist heb. Dit is toch het beeld van Afrika dat je vaak ziet in natuurfilms. ‘ Als je hier nog even blijft totdat het regenseizoen voorbij is, dan zie je dezelfde beelden.’ Ik kan me amper voorstellen dat alle frisse kleuren groen die ik nu elke dag heb gezien zullen veranderen.
De film is afgelopen en dan is het toch echt bedtijd. Na een knuffel en de groet tot morgenvroeg bij het uitzwaaien, loop ik voor de laatste keer naar mijn kamer. Ik voel me niet triest of zoiets bij dit afscheid. Misschien komt het door het vooruitzicht dat ik morgen weer zal rondtrekken me weer verheug op nieuwe dingen.

32. Woensdag 24 augustus

32. Woensdag 24 augustus

Je raadt nooit waar ik nu zit, terwijl ik dit schrijf. Ik zit in de kappersstoel. En inderdaad het is weer zo’n mooi plastic kuipstoeltje. Op het moment staan er 6 of 7 vrouwen om me heen, waarvan er 4 mijn haar aan het draaien zijn en 2 of 3 assisteren en geven mijn nieuwe haar aan. Ik wilde kleine vlechtjes, of nee geen vlechtjes, maar gewoon 2 in elkaar gedraaide strengen haar. Ik vind het niet mooi als je die blanke hoofdhuid ziet en er worden nu dus heel veel kleine twisters gemaakt. Ahh, er is iemand met mijn nekhaar bezig. Verder valt de pijn trouwens wel mee. Plus ik wil ook graag dat ze het strak aanzetten. Wie weet kan ik dan deze haarbos nog in Nederland showen. Ik heb gekozen voor 2 kleuren; goudblond en bruin zodat het iets meer leeft dan alleen zo’n egaal kleurige blonde coupe. Auw! Dat nekhaar indraaien is niet fijn.
Eerst hebben ze het gewassen met mijn zelf meegebrachte shampoo en conditioner en toen werd ik onder een droogkap gezet. Ik had nooit verwacht dat ze dat in deze container met aangebouwde veranda zouden hebben staan. In heet Ghana zit ik onder een snikhete droogkap. Niet echt een pretje. Ik heb een soort oorkleppen opgekregen ter bescherming van mijn oren. Als ik even later op de kappersstoel moet plaatsnemen voelt de een na de ander even aan mijn haar en wil het kammen. Het voelt heerlijk zacht en is totaal anders dan de haren hier. Als de vrouwen hier niets aan hun haar doen zijn het net van die leeuwenmanen. Kroes droog haar dat alle kanten opstaat en waar niets mee te beginnen valt. Ik begrijp nu ook wel waarom ze allemaal sjaaltjes om hun hoofd binden. Je kan je met deze kapsels toch niet met goed fatsoen op straat vertonen.
Ze rekenen op 6 uur werk. Volgens mij zit er inmiddels bijna 2 uur op. Ik zie al aardig wat twisters om me heen hangen en hoop dat mijn wens, dat het eindresultaat een hele dikke bos wordt uitkomt. Ik heb ze lachend toegesproken dat ik de mooiste blanke Afrikaanse wil worden en ze zijn zeker van plan om daar aan mee te werken.

Ik ben zo’n 5 uur verder. Geregeld is het erg pijnlijk en eigenlijk hoop ik dat het zo klaar zal zijn. Ze werken vanaf de zijkanten van het hoofd naar het bovenste puntje op mijn hoofd en aangezien enkelen nu op een krukje staan zullen ze wel bovenop zijn aangekomen. Ik ben blij dat ik mijn schrijfblok bij me heb en mijn dagboek kan aanvullen. Het is een mooie afleiding van deze toch wel lange zit. Ik tast met mijn hand op mijn hoofd. Helaas, ik voel nog een hele grote pluk met onbewerkt haar. Dat wordt dus nog wel een tijdje doorbuffelen. Ik was altijd zo blij met mijn volle haarbos, maar nu …

Marloes, kom me halen, alsjeblieft.
Ik zie haar en samen staan we dansend voor het podium op het Oerol, zitten we voor de tent in Midwolda, bekijken we een film in het filmhuis van Leiden, lopen we over het strand van Noordwijk, spelen we kolonisten samen met Anneke en Gonny aan de keukentafel, gaan we een hapje eten op een terrasje in Lemmer en drinken een vakantieborrel in The Bottom. Al deze beelden maken dat ik de 6 vrouwen en de pijn die ze me bezorgen niet bewust meer meemaak.
Ik fiets lekker met Marloes en Sanne achter mij aan op de sleurfiets over Ameland, we verkennen de 9 straatjes in Amsterdam en stappen aangeschoten na het stappen met kleren en al in haar bed. Geregeld denk ik  ‘Loes, dit had jij hier ook moeten zien. Dit is pas eco huishouding.’ Of zou ik gewoon even samen met je willen zitten of lopen en alles wat ik hier zie samen willen bekijken. Gewoon even in je nabijheid zijn. Ik geniet van je berichtjes op mijn webspace.
Van alle berichtjes trouwens. De internetverbinding hier in Ghana is erg traag. Als ik het gastenboek open verschijnt er na een tijdje alleen de bovenste regels. Maar daarin staat wel het getal met aantal reacties. Soms zie ik dat de teller wel 4 omhoog is gegaan. Ik moet dan nog even geduld opbrengen om te zien welke 4 mensen het zijn, maar zit me intussen al wel te verheugen op het stukje persoonlijke aandacht. Vervolgens kijken de mensen naast me in het internetcafé me soms vreemd aan, omdat ik hardop zit te lachen tegen een beeldscherm.

Ik krijg intussen de verheugende mededeling dat de laatste twister is gedraaid en steek mijn armen in de lucht alsof ik net over de finish ben gekomen, na het lopen van de marathon. Ik denk er te zijn, maar helaas. Met een schaartje gewapend, staan er 4 vrouwen om me heen de twisters nog bij te werken.
Maar dan, na 10 uur in de kappersstoel, het plastic kuipstoeltje (en ik verlang naar een kappersstoel van Gerard) te hebben gezeten heb ik wel een heel mooi kapsel. Ik heb er een heel ander gezicht door gekregen. Het is trouwens best zwaar. ’s Avonds in bed zit ik even te hannesen. Hoe kan je nu lekker je hoofd neerleggen. Mijn hoofdhuid is nog best wel een beetje gevoelig en het is ook net alsof je een extra kussen onder je hoofd hebt. Hopelijk is het morgen nog steeds zo mooi.

Morgen is alweer de laatste dag in Tamale. Onvoorstelbaar dat ik er alweer 4 weken op heb zitten. Het is dubbel; aan de ene kant heb ik het idee dat ik hier al een eeuwigheid ben. Ik weet goed de weg en ken vele mensen, aan de andere kant is de tijd voorbij gevlogen en is het vreemd om alweer aan het naar huis gaan te denken.
Als ik nog een keer op reis kan gaan, wil ik weer een geheel nieuw land verkennen. Maar mocht ik toch ooit in de gelegenheid komen om nog een keer Ghana te bezoeken, dan zou ik heel graag weer bij deze familie willen binnenlopen en kijken hoe het met ze gaat.

31. Dinsdag 23 augustus

31. Dinsdag 23 augustus

Ik ben in mijn element. Ik heb sinds lange tijd weer eens een lijstje in mijn hand. Tien zaken voor vandaag. Te beginnen met het kopen van een busticket  to Kumasi voor vrijdagmorgen. Heerlijk om dat zelf uit te zoeken en vervolgens het kaartje in mijn portemonnee te steken. Daarna een fietstocht met als doel de school tegenover het weeshuis waar ik een ochtend op bezoek ben geweest. Ik had ze schoolmateriaal beloofd en fiets nu met een goed gevulde fietsmand naar ze toe. De school is gesloten maar Madam Mary is gelukkig aanwezig. Ze herkent me nog en na vele zegeningen van God fiets ik zwaaiend het rode zandpad weer op.
Ik verwen mezelf met een sinaasappel  die ik langs de kant van de weg koop. Ik zit tussen de mensen in en iedereen gaat gewoon lekker door met zijn bezigheden. Gewoon een beetje zitten en kijken naar één iemand die de schil van mijn andere gekochte sinaasappels met een mesje bewerkt.

In de stad struin ik kraampjes en winkeltjes af om de perfecte cadeaus voor de familie te vinden. Ik had voor drie weken betaald. Deze laatste week ben ik te gast en hoef ik niet te betalen. Ik koop dus grote cadeaus in plaats van aardigheidjes. Ik had Zybourn vanmorgen gepeild. Hij had eens laten vallen dat we misschien samen nog wat konden ondernemen. Dat hij mij wil opzoeken op mijn trip. Als hij kan en als hij het leuk vindt zou ik een ticket voor hem naar Kumasi kunnen kopen. We zouden een hotelkamer met twee afzonderlijke bedden kunnen delen en samen naar het Bobiri Forest kunnen gaan op mijn kosten. Geen idee of hij het aanneemt.
Voor iedereen heb ik nu cadeaus, maar voor hem weet ik het niet. Ik heb ook al bij de zakenkoffertjes met cijfersloten gestaan. Misschien moet ik hem wel een envelop  met geld geven. Dan kan hij zelf beslissen.
Ik koop inpakpapier, een luxe artikel hier en plakband. Ik wil vanavond alles inpakken alsof het een Sinterklaasfeest betreft en morgenavond onder het genot van lekker fruit, popcorn, koekjes en drinken uitdelen. Een klein afscheidsfeestje.
Het volgende op mijn lijstje, de webspace bijwerken en foto’s maken, want er moet nog het een en ander vastgelegd worden en zo werk ik mijn punten bij langs. De oplaadbare batterijen zitten in de lader en ik zal zo mijn wasgoed voor morgen bij elkaar zoeken.

Ik zal het missen om hier in Tamale rond te fietsen. Om met iedereen een praatje te maken. Om begroet te worden door al mijn kennissen. De man in het hokje bij het bankgebouw, de trotrochauffeur, de waterverkoper, de ijscoman, de supermarktjuffrouw. Met iedereen heb ik gesproken en tijdens mijn fietstocht let ik op hen en zij op mij. Heel soms vergeet ik even dat ik blank ben en ben ik verbaasd dat kinderen mij zo aangapen.
O, vanavond ook zo mooi. Er is een vrouw met 2 jongetjes van 4 en 6 jaar oud bij ons op bezoek. De jongste staat voor me en kijkt in mijn ogen. Een heerlijk vrij jongetje. Hij aait over mijn haar, knijpt in mijn neus en legt zijn hand op mijn arm. We drukken onze voorhoofden tegen elkaar. Steeds komt hij even voor me staan of naast me zitten en onderzoekt mij. We maken grapjes. Het is zo’n mannetje dat door zijn ondeugende blik iedereen om zijn vinger windt en het liefst zijn eigen plannetjes uitvoert en zich niet laat commanderen. De broer is heel lief en netjes en trots dat ik hem op de foto zet. Ik moet denken aan de broertjes Hermsen; Rik en Koen, de blanke versie van dit duo. Jongens die je heel gemakkelijk in je hart sluit.

Ik zie dat ik het niet haal om mijn hele lijstje af te werken. Wie weet heb ik morgen in de namiddag nog even tijd over. Om 8.00 uur moet ik morgenvroeg op de kappersstoel zitten. Zal vast wel weer zo’n plastic kuipstoeltje zijn. Ze verwachten zeker 6 uur werk te hebben met het invlechten van mijn haar. Ik ben erg benieuwd naar wat het gaat worden. Wie weet  zit ik morgen als blanke Afrikaanse vrouw op mijn afscheidsfeestje. Rok en shirt in de stof van hier, haar op zijn Afrikaans ingevlochten en sieraden van hier om.
Donderdag tas inpakken en nog even een bezoek aan Habiba brengen. Kijken of ik nog een serie foto’s op mijn webspace kan plaatsen en nu op tijd naar bed. Ik zit al te gapen. Welterusten.

30. Maandag 22 augustus

30. Maandag 22 augustus

Stop met dat mopperen in jezelf. Je krijgt er alleen maar rimpels van. Fietsen in die klote zon, over een klote zandpad vol kuilen en stenen met 3 vage jongens om me heen, waarvan er een zelfs zo’n groot kapmes in zijn hand heeft. Ik moet de farm van broer Solomon bekijken. Vorige week benaderde hij mij. Hij had een project voor zichzelf opgezet. Hij wil geld verdienen en dan weer terug naar school. Het stomme alleen is, dat het illegaal is.
Hij gaf me een handgeschreven brief van 3 kantjes met daarop zijn levensgeschiedenis. Een triest verhaal. Hij eindigt zijn verhaal met de vraag of ik hem wil ondersteunen en geeft vervolgens dus aan dat het illegaal is. De familie mag niets weten, anders zullen ze hem het huis uitzetten. En dan komen bij mij de vraagtekens en de eerste lichtelijke irritaties. Hij geeft mij het adres van zijn mailbox en wachtwoord. Dan kan ik de mailtjes van de andere 4 vrijwilligers lezen. Ze ondersteunen hem allemaal, zegt hij trots. Ik word er echter niet veel wijzer van. Behalve dan dat hij ze blijkbaar grote cadeau’s heeft gegeven waarvoor ze hem hartelijk bedanken en dat ze grote sommen geld naar zijn bankrekening hebben overgemaakt. Doris had er met gemak haar operatie en medicijnen van kunnen betalen.

Voor vandaag heeft Solomon iemand geregeld die mij naar zijn farm brengt. Ach, een kijkje nemen kan geen kwaad. Om me enigszins in te dekken had ik Ruud, een eerdere vrijwilliger een mail gestuurd met dit wazige verhaal. Hij kan toch zo goed met Zybourn en de familie overweg. Deelt hij mee in het geheim van Solomon en zegt hij niets tegen Zybourn? Ik heb intussen een mail teruggekregen, met dat het hem ook niet lekker zat en zich kan voorstellen dat ik mijn vraagtekens heb. Hij schrijft dat hij Solomon ook iets in de trant had gezegd van het niet prettig te vinden dat hij achter de rug van de familie om geld bedelt bij de vrijwilligers. Ik kan me voorstellen hoe boos Doris zou worden als ze dit hoort en terecht. Ik vind dit eigenlijk ook geen stijl, maar ja als je in nood zit maak je misschien rare sprongen.

Om 9:00 uur ben ik samen met een vreemde jongen, die ik op de hoek van de straat tref en zich voorstelt als een vriend van Solomon, in een taxi gestapt en naar het trotro-station gereden. Na een uur wachten is de trotro vol en rijden we de 10 à 11 mile. Dat was de afstand naar de farm in de village was mij verteld. Waar ga ik in hemelsnaam naartoe. Is dit wel slim wat ik nu doe? Geen idee meer hoelang 1 mijl is. Moet je dan 1 kilometer keer 4 doen of was dat met de Pond toen er nog guldens waren. Of was het keer 2. Of zijn dat de Dollars. Zal dan ook wel in de tijd van de guldens zijn geweest want nu is de Dollar toch minder dan de Euro? Een uurtje rijden, zei de chauffeur. Hoe snel zou het busje rijden? 50 km per uur? 50 km is dan dus die 10 mile. Dan is 5 km, 1mile? Een groot gedeelte van de weg is niet geasfalteerd en volgens mij halen we het gemiddelde van 50 km bij lange na niet.
Het maakt ook niets uit. Ik zie wel waar ik terecht kom.

In the middle of knowhere stap ik uit. Samen met de jongen loop ik de village in. Wat een heerlijke rust. Af en toe zie ik kinderen naar mij spieken vanachter een boom. Een village bestaat uit verschillende compounds. Een compound houdt in een stuk of 7 ronde huisjes die aan elkaar geschakeld staan en een grote cirkel vormen. Op de binnenplaats die dan ontstaat kookt de familie of zoals ik nu tegenkom, liggen er pinda’s, mais, ocra’s e.d. uitgespreid om te drogen. In een compound leven vader + moeder (of moeders) en hun kinderen + eventueel een oma. De mannen zijn op het land en ik maak kennis met enkele vrouwen en vele kinderen. De jongen die me vanmorgen begeleidde regelt nu met zijn hier wonende broer en nog een jongen een paar fietsen en ik fiets nu door schitterende velden over dat klote weggetje me af te vragen wat ik hier nu doe.
Als ze kwaad in zin hebben leg ik het af tegen ze. Nu zullen ze me waarschijnlijk niets doen. Ze willen juist overkomen als vriendelijke en hardwerkende mannen, zodat ik Solomon geld geef voor zijn project en hij weer geld kan geven aan de mensen die zijn stuk land bewerken. We fietsen in een slakkentempo en ik vind mijn rol in dit verhaal helemaal niet leuk. Ik ben kriegel en knoop geen sociale gesprekjes aan. Even tussendoor. Ik ben vandaag ongesteld geworden, wie weet heeft dat ook enige invloed op mijn humeur. Ik zoek de horizon af op zoek naar een farm. Ik heb geen zin meer in dat gestuiter en dat zadel zit ook niet lekker. Het rode zand stuift in mijn ogen en ik heb er gewoon even geen zin meer in. We rijden van de weg af en fietsen nu gewoon door een maïsveld. Plotseling stopt de jongen voor me. Ik moet ook stoppen. Hij pakt mijn stuur vast. Achter mij stopt de andere jongen. Wat willen ze hier midden in het veld?

Trots wijzen ze naar de maïs.
Dit is de farm.
Ohhh, een boerderij is geen huis, zelfs geen schuur of schuurtje. Het is een boom waar je je fiets tegen aan kan zetten en een veldje tussen alle andere veldjes in. Waarschijnlijk gemarkeerd met de enkele bomen die hier her en der staan. Er is mais verbouwd. In vergelijking met de andere mais die ik heb gezien, staat het nog erg laag. Ik vraag naar de planttijd en de lang uitgebleven regen en sjok mee over het stukje land. Ik probeer de mieren die hier 3 keer zo groot zijn dan in Nederland te vermijden met mijn blote voeten in slippertjes, zwik mijn enkels, krijg kriebelbenen door al de grassen en onkruid die tussen de mais staan, moet eigenlijk plassen, irriteer me aan dat eeuwige gespuug van de mannen hier en gun deze jongens een goede toekomst, maar niet met mijn geld. Ik werk verdorie ook het hele jaar hard. Heb nu een te dure huurwoning, ben door Rijksbezuinigingen mijn halve baan kwijt en heb ook geen normale televisie of dvd-speler of modern mobieltje, spullen die ik hier genoeg zie (oké, niet in de village). Ik vertaal iets van mijn gedachten naar het Engels, maar bedenk me halverwege. Laat me eerst maar weer in de village staan, hier 20 minuten vandaan, voordat ik hardop ga zitten mopperen. Ik kan zien dat ze me echt zo goed mogelijk willen rondleiden en mijn insteek word positiever. Ik glimlach meer en zet ze tussen de mais op de foto nadat ze daar schuchter om gevraagd hebben.

De terugweg irriteer ik me aan tegenliggers, waardoor ik soms gedwongen word door het mulle zand te fietsen. Ik irriteer me aan dat gegroet en dat ‘naah’ zeggen de hele tijd als antwoord op een begroeting. Het klinkt zo zeurderig naaaaaah, met een neusklank. Kinderen vanuit het veld roepen naar me. Een enkele keer schreeuw ik een groet terug, maar vaker zwaai ik alleen en mopper vervolgens in mezelf als ik dan een schuiver maak met de fiets. Dat ge-hello-hello met van die hoge piepstemmetjes. En net zolang dwingend hello roepen totdat je terug groet. Je denkt ze tevreden te hebben gesteld met je groet, maar ze worden nog enthousiaster en ze krijgen je zo gek dat ik nu al schrijvend, ze nog in mijn hoofd hoor roepen. Gelukkig zie ik ook hun blijde gezichtjes daarbij en toveren ze daardoor ook nu weer een glimlach rond mijn mond.

Aangekomen in de village gaan we in de schaduw onder een boom zitten bijkomen. Alle kinderen verzamelen zich om ons heen. We hebben plezier. Later mag ik in de compound enkele huisjes binnen gaan. Ik maak kennis met de vader van het gezin. Vraag 1: Hoe gaat het? Vraag 2: Heb je al kinderen gebaard? Ik denk aan mijn verhaal over de hangborsten hier (zie ergens mijn verhaal bij Mole dacht ik) en kijk naar beneden. Hangen ze zo uitgelubberd in mijn shirt? Of heb ik een nazwangerschapsbuik? Of heb ik zo’n oude kop? Of is het voor hier een hele gewone vraag en zegt het misschien iets over je status. Ik antwoord dat ik single ben en ik word van top tot teen bekeken; waar zitten dan de mankementen. Ik krijg een maaltijd aangeboden, maar weet dat met veel sorry’s en met nadruk te leggen op mijn maag en blanke huid dat ik de maaltijden hier helaas slecht verdraag, beleefd te weigeren. Leugentje om bestwil. Mijn darmen kunnen aardig wat hebben, maar ik vind die tizet zo afschuwelijk.

We lopen weer naar de doorgaande weg en gaan zitten wachten op een trotro. Er komen alleen maar vrachtwagens, volgeladen met grote zakken levensmiddelen met daarboven op zittende mensen voorbij. Ik twijfel of ik daar op kan zitten. Het moet wel lukken, alleen blijf ik ook zitten met al die hobbels en stuiters? Ik stel het voor aan de jongens die samen met mij zitten te wachten. Ik ben wel een erg rare salaminga (ander woord voor obroni/blanke). Er word mij duidelijk gemaakt dat dit geen optie is. Intussen moet ik nog steeds naar de wc. Ik vraag of er hier een wc is of dat ik het maïsveld in moet lopen. Ik word naar een muurtje gebracht en alle 30 mannen + kinderen die hier rondhangen weten nu dat ik op een paar meter afstand van hen met mijn blanke blote billen gehurkt zit. Alinda, opletten en niet daar aan denken, anders heb je straks natte voeten of een natte broek.
Ik ga weer bij de anderen zitten en begrijp al de hier rondhangende mannen niet. Waarom zijn ze niet aan het werk. Ga eens wat doen, dan hoef je ook geen geld te vragen aan mij. Hoe denk je dat ik aan mijn geld kom.
Hé, daar zie ik een jongetje in een typische tante Sina blouse. Zou ze ooit kleding in een speciale zak voor Afrika hebben gestopt? Je ziet hier veel shirts met Nederlandstalige teksten of printjes die bij ons uit de mode zijn. Bedankt tante Sina, ik kan weer even lachen om de zwarte blouse met geel/oranje kleurige bloemen. Ze hebben alleen je schoudervulling eruit gehaald. Ik kijk nog maar eens bij het spel dat de mannen spelen om te onderzoeken of ik het kan begrijpen. Ik heb toch tijd zat en kan geen kant op. Een spel bestaande uit 2 plankjes met daarin 6 ronde uithollingen en een soort knikkers, opgedroogde zaden, gezien in het Monkey Sanctuary.

Om 17:00 uur ben ik eindelijk thuis, terwijl gezegd was dat het alleen een ochtend zou duren. Ik ben bekaf. De taxirit was een ramp. 4 volwassenen waarvan één een hele dikke vrouw was, op de achterbank van een oud opeltje. Ik heb mijn benen gekruist over elkaar en zit helemaal bekneld. Op mijn rechterschouder ligt de hele tijd mijn in slaapgevallen buurvrouw. Ik druk haar weleens terug als het me te warm word en het zweet van mijn armen afdrupt, maar bij de volgende kuil stuitert ze weer terug. Als we weer in Tamale zijn aangekomen en ik verlost word uit mijn positie, zak ik naast de taxi in elkaar. Mijn been slaapt en dat had ik niet door. Het duurt een heel tijdje voordat ik er weer op kan staan en het voelt niet prettig.

Ik doe mijn best om het beeld van de village, de mooie contacten goed voor mijn geest te halen en de rest te verkleinen, want ik wil niet met zo’n mopperkop bij Solomon aan komen zetten. Ik weet dat hij zo graag hoopt dat ik een goede dag heb gehad. Hij is blij me te zien. Hij was erg ongerust. Bang dat er iets gebeurd was, omdat ik maar niet thuis kwam.
Ik vertel hem dat ik het dapper van hem vindt, dat hij dit probeert op te zetten. Dat hij zichzelf zo wil helpen en de familie in de village die het land onderhoud. Tegelijk vertel ik hem ook dat het mij niet aanstaat dat hij het achter de rug van de familie omdoet. Ik vraag waarom. Twee eerdere projecten zijn mislukt en hij wil eerst dat dit slaagt voordat hij het vertelt. Ik kan hem wel een beetje begrijpen, maar zeg toch dat ik geen illegale projecten ondersteun. Er is niets geen toezicht op het geld. Solomon komt niet vaardig genoeg op mij over. Ik wil best wel mensen helpen, maar niet door lukraak ergens geld aan te geven. Ik vind het niet prettig om dat nieuws tegen hem te vertellen. Hij wil mij woensdag mijn toegezegde cadeau’s geven. Ik zeg dat dat niet hoeft. Hij moet het geld in zijn land steken en niet in mij. Het is al geregeld zegt hij en hij geeft het me graag als vriendschappelijk gebaar. Ik voel me hier niet prettig onder. Ik hou mezelf voor dat ik goed gehandeld heb. Vriendelijk en duidelijk, maar toch blijft het gevoel van onvrede deze dag overheersen.

Ik maak het gevoel nog rotter door te besluiten Zybourn iets van dit project op de hoogte te brengen. Ik voel me een verrader, maar wil ook niet meegaan in dit stomme geheim en later ooit nog eens moeten zeggen als alles misgaat ‘oja, dat wist ik allemaal wel’.
Zybourn heeft dit jaar ook een stuk land beplant en denkt nu te begrijpen waarom de chemicaliën e.d tekort waren. Solomon heeft ook een sleutel van die opslag. Ik probeer Zybourn te overtuigen, dat Solomon echt denkt dat hij goed bezig is. Ik wil niet dat hij Solomon gaat straffen, maar een oogje in het zeil houden kan geen kwaad en misschien dat hij door het nu te weten, Solomon eens uit zijn tent kan lokken. Zybourn zegt het met me eens te zijn, maar ik heb geen idee wat er echt in zijn hoofd omgaat. Hij geeft aan zich verraden te voelen door Solomon en door de vrijwilligers die zo open leken te zijn, maar dit niet deelden.
Zybourn is de vervangende vader voor het gezin nadat ze hun vader jong verloren hebben en hij onderhoudt het gezin (Solomon is aangenomen, omdat hij wees is en Doris iedereen het beste gunt en wil delen in het weinige dat ze zelf hebben).
Gatver, waarom kan ik niet als ieder ander een zak geld geven en mezelf goed vinden en er verder niet meer naar omkijken. Moet het weer eens verstandig en eerlijk uitgesproken worden. Er lag een mooie asfaltweg en jij kiest het stoffige rode zandpad met al de hobbels en stenen.
Het gezicht van oma in haar hutje in de village, dat was zo mooi vandaag. PUNT.

29. Zondag 21 augustus

29. Zondag 21 augustus

Vanmorgen heb ik me eerst gestort op het maken van een overzicht voor de resterende weken. Wat wil ik allemaal nog gaan doen. Hoeveel tijd heb ik daarvoor nodig, moet ik hotels reserveren, wat worden de kosten? Ik begin bij 8 september. Dan vlieg ik ’s nachts om 1:00 uur terug naar Düsseldorf. 7 september moet ik dus in Accra zijn. Ik wil niet de laatste dagen in deze drukke stad zijn en verkies een strandplaatsje 25 kilometer verderop, Kokrobitebeach. Hier wil ik van 3 t/m 6 september wel even helemaal relaxen voordat ik aan de terugvlucht begin. Zondagavond 4 september hebben ze een traditionele Afrikaanse zang- en drumavond in Kokrobitebeach (elke zaterdag en zondag staat er in de Bradt Travel Guide). Als ik dan ook eens kijk of ik er een lekkere cocktail bij kan drinken dan vier ik mijn verjaardag hier op het strand.

De dagen daarvoor wil ik naar Cape Coast. De slavenforten hier in de buurt bezoeken en ook naar National Park Kakum. En de dagen dààrvoor wil ik naar Kumasi. Vanuit Kumasi wil ik o.a. een trip maken naar het Bobiri Forest, een bos met 400 verschillende soorten vlinders.
Na wat gepuzzel besluit ik aankomende vrijdagmorgen uit Tamale te vertrekken. Dan kan ik in de komende dagen op mijn gemak onderzoeken wat ik in Kumasi en er om heen allemaal wil zien, vervoer regelen en een hotel boeken. Plus ik kan nog even in alle rust Tamale doorlopen en de laatste dingen doen. Zo wil ik deze week nog mijn haar laten vlechten. Aan de ene kant vind ik het bijna zonde, want ik vind mijn haar nu ook al wel leuk, maar aan de andere kant. Ik ben erg nieuwsgierig hoe het me staat.

Het is wel prettig om een beetje een indeling op papier te hebben staan. Ik wilde de hele tijd niet zo plannerig bezig zijn en heb de eerste 3 weken dus ook echt geleefd bij de dag en toch ook veel trips ondernomen. In Nederland was het mijn idee om alleen rond te reizen. Aangekomen in Tamale klikte het goed met Evelien en heb ik samen met haar veel ondernomen. De afgelopen dagen was ik aan het opletten welke andere blanken er hier rondlopen en schoot af en toe iemand aan in het internetcafé. Misschien kan ik samen met iemand reizen. Het is ook wel weer gezellig om dingen te delen. Ik kwam echter niemand tegen en ben nu ook weer op het punt aanbeland dat ik het eigenlijk wel weer fijn vind om alleen op pad te gaan. Ik heb er gewoon alle vertrouwen in dat ik goed voor mezelf kan zorgen. Op de hotspots in Ghana kom ik wel blanken tegen en kan ik als ik daar behoefte aan heb, ervaringen delen. Maar ook met de Ghanezen maak ik makkelijk contact en kan ik een praatje aanknopen. Ik heb er zin in om weer op pad te gaan.

Deze laatste dagen wil ik nog even extra aandacht aan het gezin hier schenken. Mijn idee om samen naar het zwembad te gaan wordt enthousiast ontvangen. Helaas is Doris nog niet fit genoeg en kan ze niet mee, maar samen met Salomon, Samantha en Edina stap ik in een taxi en laat ons naar de rand van de stad, naar het zwembad brengen. Nadat de chauffeur 3 keer verdwaalt en ik hem de weg moet wijzen, terwijl ik nog nooit bij het zwembad geweest ben en alleen een uitleg van anderen heb gehoord en dat combineer met mijn coördinatie-vermogen zie ik dan toch eindelijk de 2 kleine zwembaden voor me liggen. Salomon is bang voor water en zoekt wat jongens om mee te kaarten. Edina verzuipt zich 10 keer en hangt om mij heen als een aapje en Samantha slaat ons vanaf de kant lachend gade. Ik kom er steeds meer achter dat haar niveau zoveel lager is dan dat haar uiterlijk, haar gedrag doet overkomen. Ze mag het water niet in. Deels omdat ze niet kan zwemmen en deels omdat haar lichaam dan ziek wordt. Ze heeft een heel zwak gestel.
De zon schijnt en het is heerlijk om in het water te liggen. In huis durft Edina niet zo goed tegen me aan te hangen. De familie denkt dat ik dat hinderlijk zou vinden of is gewoon niet zo lichamelijk ingesteld of zoiets en Edina wordt op haar nummer gezet als ze te close met me is, maar in het zwembad haalt ze het ruimschoots in. Intussen onderzoekt ze mijn witte benen, de plekjes daarop en zijn mijn contactlenzen die nu gigantisch irriteren in het water ook wel heel erg interessant. Als andere kinderen een praatje met mij komen maken, is ze er als de kippen bij om te vertellen dat ik haar grote zus ben. De kinderen mogen niet met water spetteren i.v.m. mijn ogen en soms duwt ze kinderen gewoon weg. Ik gun haar deze belangrijke positie, alhoewel ik haar soms wel even iets temper.
Ik leg mijn haar in de week in het zwembad als voorbereiding op de wasbeurt straks onder de douche. Een waaier van blond haar drijft aan het wateroppervlak en voordat ik het weet staan er 5 meisjes om me heen kappertje te spelen met mijn haar. Heerlijke hoofdmassages, pijnlijk mislukte vlechtjes worden geoefend, gegiechel en ik heb vriendinnen voor het leven gemaakt. Ik lig echt te genieten, ook van het kleine jongetje dat op het bovenste treetje van dit kleine badje zit en bang is voor het water en voor mij.

Eigenlijk wil ik wel even op het gras liggen en bruin bakken, maar ik durf Edina niet uit het oog te verliezen. Ik heb al een paar keer als een zeekoe door het water gerend om haar weer boven water te halen. Ze kukelt om, voelt iets van water in haar mond of oog en is dan helemaal de kluts kwijt en is in staat om zichzelf zo te verdrinken.
En dan, 2 seconden kijk ik naar wat anders, draai me om en ik zie geen Edina meer in dit kleine zwembad. Ik speur het terras af, zit ze bij Samantha. Ik kijk in het diepe en grotere bad. Ik herken de zojuist gemaakte vriendinnetjes. De angst slaat me om het hart. Waar is verdomme Edina. Dan ontwaar ik een klein meisje leunend tegen het hek aan de andere kant van het diepe bad. Zou dat Edina zijn? Ik schreeuw haar naam, maar ze hoort me niet. Mijn angst slaat om in boosheid. Ik loop naar haar toe, maar het toeval wil dat zij net langs de andere kant van het bad terug gaat. Ik zie haar rennen. Oh, iets dat ik verboden had en ze springt al rennend het kleine bad in, glijdt uit bij haar landing, verdwijnt even onder water en komt weer proestend boven.
Voordat ik bij het kleine bad sta is mijn boosheid gelukkig weer getemperd, maar het feest is nu wel voorbij; weglopen en rennen, einde verhaal. Ze sputtert heel even tegen. Ziet dan mijn ogen en weet dat het geen zin heeft om nog een pleidooi voor haar zelf te houden. Ik was mijn haar en we kleden ons om.
Later zie ik op mijn horloge dat we ook al heel lang in het zwembad hadden geleden en we nodig naar huis moeten omdat Salomon nog moet koken. Tegen 18:00 uur stappen we de taxi uit en ik koop voor alle familieleden een sinaasappel en we lopend lachend het huis in.

’s Avonds kom ik mijn blokfluit weer tegen tussen al mijn spullen en zittend op mijn bed fluit ik het ene na het andere weg. Grappig, de bundel van Johannes de Heer, de opwekkingsliederen en de gospel/negrospirituals rollen er achter elkaar uit. Ja, een christelijke opvoeding blijft je je hele leven bij en geeft me nu een goed gevoel. Er wordt op mijn deur geklopt. Zybourn komt op de muziek af. Ik geef hem de andere blokfluit en hij piept er wat op. Het is niet om aan te horen. Ik onderneem een kleine poging tot het aanleren van een normale noot, maar besluit dan om mezelf niet langer te kwellen en pak de blokfluit weer af.
Ik laat hem via het kleine recordertje een cassettebandje horen. Mijn liefste nichtje Zoë heeft er met haar 2,5 jaar een paar liedjes op ingezongen. Daarna komen er een paar liedjes van de schoolkinderen uit Tamale. Zybourn wil ook wat zingen. Eerst iets vaags van ‘Hup Holland hup’ en daarna zo duidelijk als het maar kan, het hele refrein van ‘ik heb een toet toet toeter op  mijn waterscooter’. Ik schaterlach en probeer dat in te houden omdat de recorder aan het opnemen is, maar dat is erg moeilijk. Een Ghanees die zo duidelijk Nederlands zingt. Hij wil dat ik hem ook een Nederlands lied aanleer. Ik zing iets van Jantje Smit: ‘als de nacht verdwijnt en de zon weer schijnt, als ik jou dan zie klinkt een symfonie, en je weet dat ik van je hou, heel mij hart staat open voor jou’. Sinds het weekend van de Zwarte Cross zit dit stomme refrein iedere keer in mijn hoofd en iedere keer denk ik dan weer lachend terug aan dit feest. Maar het blijkt veel te moeilijk te zijn voor Zybourn. Misschien iets van André Hazes ‘een beetje verliefd?’ Nee, ook niet. Ik kan even niets makkelijks bedenken. Ja, behalve ‘er staat een paard in de gang.’ Drie keer dezelfde zin + 1 andere, maar om dat nou aan te leren.

28. Zaterdag 20 augustus

28. Zaterdag 20 augustus

Ik had de achterkant van het boek gelezen en besloot het te kopen. ‘…wordt de lezer meegenomen op een wilde tocht langs liefde, pijn, verlangen en vernieuwing. Ze is kwetsbaar en cynisch, hard voor zichzelf en anderen en tegelijkertijd een vrouw om lief te hebben.’ En nu heb ik het boek ‘Walvismuziek’ van Wally Lamb uit. Ik heb me ingeleefd en meegeleefd met Dolores, de vrouw uit het boek. Ik beleefde haar relatie met haar ouders, beleefde haar seksueel misbruik, beleefde haar overlevingsstrategie, beleefde haar therapie, haar relatie, haar zelfbewustzijn, de verbroken relatie, haar verlangens, haar dromen, de wens om lief te hebben en lief gevonden te worden, de wens een kind te dragen. En nu is het boek uit en voel ik me plots alleen. Het is een vreemde gewaarwording.

In de bijna 400 bladzijden heb ik deze fictieve persoon leren kennen en nu scheidden onze wegen zich. Ik heb haar gekend van haar 4e jaar tot eind 30. We hebben dezelfde leeftijd, oké ik ben iets jonger. Zij heeft met veel innerlijke moeite van haar kant een nieuwe lieve partner. Haar kinderwens kan helaas, zelfs niet met medische hulp, vervult worden. Maar hoeveel verdriet ze ook met zich meetorst, ze zegt dat ze blij is met alle goeds dat haar ook is gegeven. En ik weet dat ze dat meent (ja, ik ken haar na deze 3 weken toch een beetje haha). Ik vind het mooi dat het boek niet eindigt met iets in de trant van, alles is uiteindelijk helemaal in de gloria. Het is realistisch.
Ik zou ook graag een man hebben, een gezin willen vormen, kinderen willen baren en opvoeden en schrijf dan graag wel zo’n happy ending storing voor mezelf bedenk ik me nu glimlachend.
Wat zit ik hier in Ghana mijn tijd te verdoen. Ik moet naar Nederland en de juiste man tegenkomen. Ach, als ik in Nederland ben, zit ik ook te stuntelen en sputter ik dat ik me niet wil binden. Dat ik er niet aan toe ben en dat soort shit. Wat dat betreft kan ik er prima even tussenuit en me laten overspoelen met alle mooie indrukken die ik hier in Ghana opdoe.

Ik kreeg trouwens vandaag twee keer een aanbod en had nu een man en een zoon kunnen hebben. De ijsjesverkoper vroeg of ik met hem wilde trouwen en ’s avonds toen ik met Zybourn aan het stappen was, kwam er een jongetje naar me toe. Hij vroeg of ik hem wilde adopteren en voor hem schoolgeld wilde betalen. Ja Alinda, je kan alles hebben wat je wenst.

Van de week kocht ik voor het eerst een soort ijszakje. Ik had al gehoord dat het ijs langs de weg niet echt te vertrouwen is, maar ik las op het fietskarretje iets van yogo-ijs. En ik ben er achter gekomen welk eten ik het meest mis. Een emmertje boerenyoghurt met onderin aardbeiensaus. Een gewone bruine boterham (liefst pain de boulange van de AH) met kaas zou er trouwens ook wel ingaan en een mars zou ook niet verkeerd zijn.
Van de week dus voor het eerst een ijsje getest. Binnen een uur moest ik rennen om de wc te halen. Er kan geen laxeertabletje tegen dit ijsje op, maar oooh wat was dit ijsje lekker. Het smaakt gewoon heel simpel naar aardbeienyogodrink dat in een zakje is geschonken en half bevroren is.
Ik fietste nu op weg naar huis, dus de wc was binnen een half uur te bereiken. Ik gok het er weer op. Ik mis gewoon zo die yoghurt. Ik kan me voorstellen dat de jongen van het ijscokarretje me vroeg om te trouwen. Ik moet er gelukzaligmakend uit hebben gezien toen ik aan dat ijszakje stond te zuigen. Het leven is zo gek nog niet.
En dit keer bleef het trouwens rustig in mijn darmen.

Ik had het ijsje ook wel verdiend na mijn lange fietstocht van vanmorgen. Ik had toen ik nog in Nederland was een telefoontje gekregen van een vrouw die eerder in Tamale was geweest. Ze had in een village nabij Tamale gewoond en zou er deze zomer ook weer naar toe. Helaas kon dat voor haar niet doorgaan, maar aangezien ze een belofte had gemaakt om net zoals vorig jaar schoolgeld voor 2 kinderen te betalen, benaderde zij mij met de vraag of ik dat geld kon overhandigen.
En daar fietste ik dat hele lange eind terwijl Habiba voor mij aan reed op haar brommertje, dat volgens haar te klein was om ons tweeën te vervoeren. Als ik bij de village ben aangekomen, fiets ik door een wir war van huisjes en koeien, geiten en kippen. Kinderen komen juichend op me af en trekken aan mijn fiets. Ze willen mijn fiets vasthouden, terwijl ik lopend verder ga en ook mijn tas. Dat laatste draag ik liever zelf. Op mijn briefje staan de namen van Fatima die voor Carla (de vrouw uit Nederland) heeft gekookt, Mohammed de tolk en de 2 kindernamen Ayuba en Mira. Fatima is gevonden. Het huisje waar Carla heeft gewoond heb ik inmiddels gezien. Kinderen worden erop uitgestuurd om Mohammed te zoeken.
Wat ik vooraf niet had verwacht is nu toch gelukt. Ik heb alleen het geld niet aan de schooldirecteur kunnen overhandigen, omdat de school gesloten was i.v.m. de vakantie. Maar ik heb het geld aan Mohammed, de oom van de kinderen gegeven onder toeziend oog van vele getuigen. Ik heb foto’s van hen gemaakt die ik van hen aan Carla moet laten zien en ik moet haar ontzettend bedanken voor de zorg en het geld en haar alle goeds toewensen.

27. Vrijdag 19 augustus

27. Vrijdag 19 augustus

Ik stop mijn roze blouse in de tas voordat ik hem straks moet uitwringen van het zweet. Het is de laatste schooldag en ik verwacht een feestelijke afsluiter. Ik hoorde de directeur vertellen dat iedereen mooie feestkleren aan zal doen en we samen een feestmaal gaan nuttigen. Dress to impress is niet meer nodig, maar ik vind het wel leuk om er nu even extra verzorgd uit te zien.
De directeur loopt in een schitterende jurk bestaande uit meerdere lagen en een tulband rond. Later kleedt hij zich zelfs nog een keer om en komt als chief weer tevoorschijn in grote gewaden. Dat gecombineerd met zijn best grote lichaam en zijn stem doen hem groots overkomen. Mensen die gewoon over de straat passeren buigen voor hem. Zelfs als hij gewoon met mij op een bankje heel wat meters verderop zit te praten. Ze komen pas weer overeind als hij een seintje daarvoor geeft. Ik vind het fijn om met hem te praten. Later hoor ik thuis van Zybourn, nadat hij mijn foto’s heeft bekeken, dat dit een heel voornaam en wijs man is. Hij geeft vele lezingen, zowel nationaal als internationaal. Schitterend dat ik hier met hem een discussie kan hebben over de positie van de vrouwen in de Islam en de aanslagen zoals van 9/11 in de USA.

Hij geeft heldere toelichting en mijn waarom-vragen worden beantwoord. De antwoorden klinken logisch en goed onderbouwd, maar ik kan me er niet altijd in vinden. Ik vind het mooi dat hij onderscheid maakt tussen de religie Islam en het handelen van vele mensen. Vele mensen weten niet wat er in de koran staat doordat ze geen goed onderwijs hebben gehad en handelen in oude extremen die generaties lang werden overgedragen, maar uiteindelijk weinig meer met de religie te maken hebben. De directeur gebruikt het schooltje op zaterdag om onderricht aan de mensen te geven over de koran en ze tegelijk Engels te leren.
Hij heeft mij uitgelegd waarom vrouwen geen hand krijgen van mannen. Het is uit bescherming. De mannen zijn te hitsig, zit in de mannelijke natuur. Eerder in de moskee kwam iedereen tegelijk in één ruimte. De mannen hadden echter alleen aandacht voor de vrouwen om hen heen en niet meer voor de koran. Er werd besloten om de vrouwen in een ander gedeelte van de moskee te laten plaatsnemen. Een hand geven is close contact en kan leiden tot lust. Uit bescherming is nu elk lichamelijk contact verboden.
U heeft de mond vol over respect. Echter als de mannen de vrouwen zouden respecteren als mens en niet alleen zagen als lustobject dan waren al deze strenge regels toch niet nodig?
Hij vindt juist dat er uit de bescherming veel respect spreekt, dat vrouwen kostbaar zijn. Het klinkt heel nobel, maar ik vind de positie van de vrouw op die manier toch niet fijn overkomen. Misschien ligt dat meer aan mijn aard. Geen betutteling, maar zelf willen doen, gelijkwaardig zijn.
In de religie komen we niet op één lijn, maar over vele andere zaken vinden we in elkaars woorden herkenning. We moeten het gesprek afronden. De fotograaf is gearriveerd. Ik vraag of ik hem een hand mag geven of dat ik hem dan teveel prikkel met dit lichamelijke contact. Gelukkig waardeert hij mijn humor. We hebben elkaar elke dag trouwens al een hand gegeven.
Zijn toelichting is; er zijn uitzonderingen, maar als we dat van tevoren al aangeven denkt iedereen dat hij net die ene uitzondering is en sluipt alle onrust er zo weer in. Dus we hebben één algemene regel naar buiten toe.
In mijn hoofd draait het even op volle toeren. Ben ik niet aantrekkelijk genoeg en geen gevaar of heb je eigenlijk ook wel door dat het wel zo respectvol is om vrouwen een hand te geven.

Evelien en ik moeten met de voorzitter van de ouderraad, de coördinator en nog iemand van de staf mee naar het huis van de directeur. De fotograaf zet ons neer en we krijgen een speech en een letter of appreciation overhandigd. Super lovend!
Tijdens de uitreiking worden officiële foto’s genomen. Elkaar een hand geven en dan allebei het document vasthouden. Zoals je wereldleiders met elkaar op foto’s ziet staan. Grandioos!
Vervolgens krijgen we allebei een mooie leren tas en portemonnee en ook dat wordt door de fotograaf vastgelegd. Het is overdonderend.
We gaan naar buiten en er wordt een schoolfoto gemaakt. Later zie ik op de foto dat één van de mannen het schooladvies geschreven door Evelien en mij trots omhoog houdt.
Nu gaat de staf op de foto. Ik stap opzij, maar word terug geroepen. Ik moet er perse bij staan. Ik hoop dat de directeur de foto’s van de fotograaf doorstuurt naar Nederland. Ik zal in Nederland zeker afdrukken maken van mijn schoolfoto’s en naar hem sturen.
Na de fotosessie storten de kinderen zich op hun feestmaaltijd. Ze hebben ontzettend veel eten meegekregen. Pannetjes vol rijst, vele pakjes koeken. Zelfs flesjes coca cola en fanta. Het is maar goed dat we eerst de fotosessie hebben gehad, want na de maaltijd zien ze er niet meer uit.

Evelien en ik worden weer het huis ingeleid en er komt eten op tafel te staan. Een pan kippensoep, brood, thee en bananen. Evelien durft het  niet aan met haar maag, maar ik wil alles testen hier en schep een bord soep plus daarin een drijvende kippenpoot op mijn bord. De soep smaakt goed, maar die kip is niet te eten. Ik zet mijn tanden er in, maar krijg het vlees niet losgetrokken van het bot. Wat een taai en glad vlees. Ik vis in de pan op zoek naar een ander stuk kip. Plotseling heb ik een gele poot met tenen in de opscheplepel liggen. Ik gruwel ervan en mijn maag draait zich om. Ik moet rustig ademhalen, terwijl ik samen met Evelien lachend op de bank lig. Gelukkig zijn we alleen gelaten en hoeven we niet beleefd rechtop te zitten en dit normaal te vinden of op z’n minst niet zo schokkend te reageren.
Ik laat de kip voor wat ie is, maar lepel de soep wel verder naar binnen. Die smaakte prima. Je moet alleen niet over de kip gaan nadenken. De kop zal ook vast nog wel ergens in deze pan drijven. Zou het de kip zijn van vanmorgen. Er zat een jongen op het schoolplein met een dikke kip op schoot. Logisch dat het vlees voor mij niet te eten is. Na het plukken, kan de kip hoogstens een uur in het water hebben gelegen.
Aan het eind van de maaltijd worden we weer vergezeld door de directeur. We praten nog een hele poos en ik kom er steeds meer achter hoe fijn ik het vind om met hem te praten en van gedachten te wisselen. Hij wil graag mailcontact onderhouden. Helaas is mijn Engels niet zo denderend, maar ik ga het zeker proberen.

Als we het schoolplein affietsen en voor de laatste keer de mensen langs de weg groeten, voelen we ons allebei goed om het werk dat we gedaan hebben en ook een beetje stil omdat het nu dan echt is afgelopen. Ik verheug me wel op de vrije dagen die nu komen, maar ik zal het contact met de staf en kinderen ook zeker missen. Ik vind het zo fijn te merken, dat ik echt een plekje had gekregen tussen deze mensen.

’s Middags in het internetcafé wil de enige man in Tamale met cd-brander mij gelukkig helpen. Hij vindt het mooi dat ik een briefje mee heb waarop iemand vraagt of hij mij alsjeblieft wil helpen. De memorycards worden gedownload en de cd wordt gebrand, nadat eerst Nero nog geïnstalleerd moest worden. Ik krijg de cd overhandigd. Na een driedubbele check of alles op de cd staat, maak ik de kaartjes leeg. Op naar de komende weken.

Nog even de ‘letter of appreciation’ die ik vanmorgen kreeg overhandigd met jullie delen, want ik ben er best wel trots op.


Ik was samen met Evelien de eerste blanke op deze school en wij hebben duidelijk veel indruk achter gelaten. Andersom heb ik het zo mooi gevonden dat ik zo samen met Ghanezen heb kunnen leven en werken. Dit is zo anders dan de toerist uithangen.
Aangezien ik niet meer in deze buurt van Tamale zal komen, heb ik vandaag voor de laatste keer allerlei mensen mijn naam horen roepen, terwijl ik op de fiets over het zandpad van de school naar huis fiets. Kinderen en volwassenen die ik nog nooit heb gezien, maar die via de straatpraat weten wie ik ben en net zo genieten van de aandacht die ik ze geef als dat ik geniet van hun begroetingen aan mij.
Ik zit nu met tranen in mijn ogen om de waardering in de brief en om de gezichten die ik voor me zie als men mij begroet.
Ik voel me zo rijk!