Tag Archives: Volbeat

Eigenwaarde

Eigenwaarde

‘Leviathan where are you now?’ Ik sta tussen mystiek grijze mistflarden in. Af en toe zie ik een stukje van mijn geheime vriend uit de onderwereld boven de golven uitsteken. Zingend roep ik hem: ‘Leviathan open your eyes!’

Als kind was ik bang voor jou, het monster in mijn buik. Ik wist dat je er was, maar durfde geen contact te maken. Ik trok mij terug, maakte mij onzichtbaar en hield mij stil. Totdat dat moment kwam. Wilde ik niet geheel oplossen in het niets dan moest ik nú mijn stem gaan gebruiken.
Doodsbang stond ik voor je. Jij was mijn verwrongen van pijn misvormde ik. Je hitte sloeg pijnlijk in mijn gezicht. Je rood-oranje ogen waren gevuld met hoog opspattend vuur. Je benam mij de adem met je stank en toen ik probeerde te zien hoe je eruit zag, kroop ik tegelijkertijd het liefst weg. Met je vele tinten zwart en zonder echt duidelijke contouren leek je mij oneindig groot. Had je vinnen, klauwen, vleugels of meerdere staarten en groeiden er nu hoorns uit je kop?

Maar ik kroop niet weg. Ik liet mijzelf zien. Ik ging kijken naar mijn eigen ogen, naar mijn lijf, naar mijn contouren en grenzen. Je stimuleerde mij. Geef jezelf maar vorm zei je tegen mij. Ontdek jouw vuur maar. Jij kan de hele wereld aan. Open gerust je mond, dan worden jij of zij maar even bang.

Ik word wakker door mijn eigen zingende stem. Ik heb een glimlach rond mijn mond. Met open ogen stap ik krachtig uit mijn dromen. Vroeger is vroeger en heel soms nog een beetje nu. Maak het een fijn leven op deze wereld. Voor iedereen, maar ook zeker voor jezelf. Neem maar. Vraag maar. Als het alleen maar om geven ging in het leven, had je wel gedroomd over unicorns met regenbogen. Liefde geven dat gaat je wel goed af, maar neem die liefde ook. Kom maar in actie. Echt, jij bent het waard.

Mijn meisje stuitert telkens, al bij het intro op de autostoel en onderweg herhaalt ze het nummer tig keer. ‘Dit is mijn lievelingsnummer op deze nieuwe Volbeat-cd mama!’
Ieder heeft zijn eigen Leviathan, maar ik hoop mijn lieverd, dat jij die van jou eerder de hand schudt dan dat ik heb gedaan. Gebruik je vuur om liefde te geven, maar vul er ook zeker jezelf mee.

Vandaag

Vandaag

‘Leef met de dag, niemand heeft je een morgen beloofd.’
De openingstekst op de rouwkaart van opa Wietse. De afgelopen week hebben we dit nageleefd. Soms op het randje met mijn geweten; is het verantwoord? Ik had mijn meisje van zeven jaar oud, drie avonden mee naar de feesttent van het Dorpsfeest genomen.

Donderdagavond werd de standaard bedtijd met een uurtje verlaat. De vrijdagmiddagborrel stapte ik met datzelfde voornemen de feesttent binnen, maar wat was ze aan het feesten. Spelend met de kinderen buiten. Dansend op het podium. Zo trots, of was het misschien zelfs wat verliefderig, dat ze de zonnebril van meester Fokke mocht dragen en zijn stoere zwarte jasje. ‘We moeten nu echt gaan’, schoot het steeds door mijn hoofd ‘Morgen gaan we alweer naar de Bonte Avond’. Maar wat als er geen morgen is of minder dramatisch, wat als ze morgen niet in de flow zit. We leven nu. Nu moeten we het pakken! En wat hebben wij dat goed gedaan. Laat in de avond slingerden we op mijn fiets naar huis.

De zaterdagavond haalde ze trouwens gewoon nog een keer alles uit de kast. Rond middernacht fiets ik dan met haar achterop, door het dorp. ‘Als het nu oud en nieuw was, knalde op dit moment het vuurwerk de lucht in’, schets ik haar, om uitleg te geven aan de tijd.
‘Maandagavond zal ik misschien wel weer vuurwerk zien’, denk ik verheugd.

We staan in Tivoli bij een concert van Volbeat. Vieren de verjaardag van mijn Lief. Kussen omdat we een kleine vijf jaar geleden elkaars liefde vonden, bij een concert van deze band.
Herdenken de herinneringen die we hebben aan een jaar geleden. Het is avond. Vijf minuten voor halftien. De bliksem slaat ongenadig hard in en met een oorverdovend gekraak velt deze een boom. Wietse stort neer. Moeders belt. De sprong zo over de salontafel heen. De Dodge die de oprit afscheurt. De week van het ziekenhuis begon.
En wat zet Volbeat preciés op dat moment in; Goodbye Forever. We kijken elkaar aan. Ongeloof. Stilte. Alles en iedereen is weg. We staan alleen in de zaal. De muziek, de tekst knalt onze versteendheid in. ‘Word wakker voordat je vertrekt. Er zullen geen tweede kansen zijn. Leef nu. Voel. Morgen komt misschien niet.’
We strengelen onze pinken ineen. Meer contact is voor nu niet te velen. Wat zijn we klein beseffen we. Wat weten we veel niet.

We verlaten met onze vrienden als laatste de concertzaal. Als laatsten verlaten we de naastgelegen kroeg. We bezoeken de terugweg uitgebreid een pompstation. We zijn in goed gezelschap. Over vier uur gaat mijn wekker, maar dat is morgen. Eerst alles uit déze dag halen.

Koesteren

Koesteren

Staand achter mij. Zijn kin op mijn hoofd. Zijn armen om mij heen. Het stevig vasthouden van elkaars handen. Ik zie de tranen niet, maar weet dat ze er zijn. Misschien nog ingeslikt, maar ik voel ze. Zijn verdriet.
Ik zet mijzelf aan het werk. Bij elke inademing zuig ik mij vol met mooie muziek, de frisse buitenlucht, de blijdschap die er hangt op het Ketelhuisplein. Ik vul mij. En wel zo vol dat ik over kan stromen. Ik voel de liefde als een vuurbal in mijn buik groeien. Lijf tegen lijf. Dat de gloed hem mag troosten.

Ik zie de beelden op het grote podium. Schermen gevuld met een vallend skelet in rode gloed. Ik hoor de bassen over mij heen denderen. Hoor Volbeat met ‘See me falling, yeah down and lonely. Are the angels on their way, I’m in the dirt. Hear me screaming, see me bleeding. Cause the days, no more the same without you. Feel the sadness burning in my heart. You left to early father love.’

Bij Lola Montez staan wij innig zoenend. Het nummer dat ons bij elkaar bracht. Ik hoor Dead but Rising en wring mij door een paar rijen mensen heen zodat ik, voorzichtig want ik heb verkeerde schoenen hiervoor aan, in de pit mee kan douwen. Vriendlief achterlatend die het liefst zijn knokkels vel-loos slaat op elke gast die mij beukt. Mijn osteopaat zal mij lichamelijk wel weer oplappen en ik ken een adelaar. Alles komt goed.

Ring of Fire en Sad Man’s Tongue. Voorzien van heerlijk intro. De voorpret bezorgt het publiek al bijna een orgasme. De gedachte dat mijn vent vanavond nog de zoetigheid van cola en whisky van mijn borsten kan likken, de persoon voor mij tikte mijn glas aan, laat mijn ogen stralen. Ik spring, schreeuw, geniet!

We staan in de open lucht. Heel af en toe de nevel van regen ontvangend. Verkoelend bij al het vuurwerk van de meer dan geweldige show. Opgaand in de band. Fijne vrienden om ons heen. Elkaar met een knipoog aankijkend als Still Counting wordt ingezet; ‘Counting all the assholes in the room.Well I’m definitely not alone.’
We leven! We hebben het goed! We vieren het leven!

Rauzen

Rauzen

Misschien wat voor Eva Luna? Een twinkle twinkle kennismaking met Volbeat? Ik stap uit de auto waarin ik luisterde naar een cd van Volbeat en op de computer zoek ik bij Spotify naar nog een paar nummers. Ik kom een lullaby album van Volbeat tegen. Klinkt nog liefjes ook, maar beter kan ze maar gewoon aan het echte werk bloot gesteld worden. Alleen dan niet op het volume dat ik zojuist in de auto had.

Ik voel me kriegel. Nee, eigenlijk is het wel iets erger dan kriegel. De radio met geneuzel van dj’s zet ik uit en ik druk een cd in de speler. Het lieve relaxte muziekje van Jim Croce bezorgt me jeuk. The Presidents of the USA zijn vervolgens veel te blij. Ik wil schreeuwen. Heb nu echt wel even wat stevigers nodig. Kom maar op Volbeat. Wedstrijdje Michael Poulsen? Met de volumeknop zelfs op 30 win ik van je, met gemak!
Wat?! Wat heb je te kijken?! Kijk voor je in je eigen auto!
Beter sta je mij nu niet in de weg. Zo lief als ik je oor kan likken, ik scheur  hem nu net zo makkelijk bijtend eraf. Je gekrijs zal ik afdekken door je te tongen en tegelijk zo je oor terug te geven. En nee, ik ken je niet en heb niets persoonlijks tegen je. Moet dat dan om dit te mogen?

Onzeker voelen en tegelijk machteloos moeten afwachten. Het is geen goede combi voor mij. Het trilt van binnen. Geen getril van opkomende tranen of ‘Oh what a joy’.  Nu ben ik geen doetje, weggestopt onder een dekbed of een blij dansend meisje bij een bandje. Nu ben ik tien donderwolken in één. In mijn totale lijf verspreidt zich de geladenheid. Uit mijn ogen vonkt het.
Stond er daadwerkelijk nu maar iemand in mijn weg, al zal zoals altijd het verdomde fatsoen vast winnen. Een netjes ‘Mag ik passeren’ krijg ik nu niet uit mijn strot, maar het zal ook vast geen kopstoot worden. Geen duw van mijn schouder waarbij de ander lelijk tegen de grond smakt. Ik zal niet uithalen met mijn vuist. Geen kaak ontzetten. Het klinkt me trouwens allemaal ook te kleintjes. Mijn gevoel is veel grootser nu. Ik houd met mijn kracht met gemak een tank tegen en met hetzelfde gemak zou ik mij erdoor laten overrijden. Ik weiger een stap opzij te doen en het gaat me ook helemaal niet om die ander. Ik wil zelf ontladen en desnoods verpulverd worden door lichamelijke pijn. Een pijn die zelfs klinkt als troost ten opzichte van de pijn van machteloosheid.
Ach flikker toch op. Ik wil ook helemaal geen troost. Ik moet alleen even rauzen.

Tijd voor een festivalletje mevrouwtje Zweers met een pit vooraan het podium en een beetje drank? Of straks voor Eva Luna een beker roosvicee inschenken. Vaak geeft ze mij een slokje onder de woorden ‘Delen mama?’ Wie weet zegt ze straks wel, net zoals in de reclame ‘Komt wel goed Schatje!’