Vrij

Vrij

‘Godverdomme, de haan van de achterburen kraaide mij wakker!’ Stormachtig sloeg mijn slaapkamerdeur open en verscheen dochterlief. De deur sluit weer net zo krachtig. Ze slaat het dekbed aan de andere kant van mijn bed open. Schuift haar blote voeten eronder, krult zich tegen mij aan en sluit haar ogen. 
Ik hoorde afgelopen week het verhaal dat mijn oma van moederskant ’s morgens op Eerste Paasdag al haar kinderen begroette met ‘Goedemorgen, de Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja!’
Ik laat het mijn slaperige geest binnendringen en denk ‘Ja, er zat wel een haan in het Paasverhaal’. Deze kraaide echter in de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag. Die nacht sloot ik om 3 uur het live blog vanuit Den Haag en hoorde dezelfde haan als die Petrus heeft gehoord. In de kranten lees ik daarna dat een wederopstanding nog steeds mogelijk is. 

Ik heb herinneringen aan Pasen uit mijn kindertijd. Mijn moeder legt een gekleurd velletje in een pannetje met heet water en de eieren komen er egaal paars uit. Mijn broertje en ik plakken er stickertjes op. Ook prutsen we tegen beter weten in met het eierverfmolentje en de waterverfrondjes die nooit dekkend verven. Later kleur ik eieren met rood uienblad en koffie. Ik leg meibloempjes en grasjes tegen het ei, omhul dat met de uienschillen en bind er een lapje stof omheen. 
De mooiste eieren gaan in een gehaakt netje met onderin een sinaasappel. Als opa en oma de Pasen bij ons vieren doen we eitje tik en in het park doen we een wedstrijd; wie durft zijn ei het hoogst te gooien. Het fout vangen pijnlijk tegen vingertoppen aan. 

In de ochtend woonden we eerst samen een kerkdienst bij. Ik stond met mijn saxofoon voor in de kerk, boven bij het grote kerkorgel. Bij het naar buiten lopen van de dienst blies ik galmend met alles wat in mij zat het lied ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’ uit de bundel van Johannes de Heer over de hoofden van de mensen heen. 
Er komt een heerlijk morgenlicht aan. De dood jaagt geen angst meer aan. Leef het leven. 
Ik geloofde in een nieuwe wereld. Nu zou het gebeuren. De verandering hing in de lucht. Ik zag het nieuwe groen aan de bomen komen en sleedoorn en krentenbloemetjes bloeiden. Kwikstaartjes vlogen als blijde verkenners voor de fiets aan en dansten hun lange staarten op en neer. 

Ook nu voel ik de verandering. Ik weet niet waar alles naar toe gaat. Ik beleef dat ik graag wil sturen en beleef tegelijk dat ik mijn eigen pad ook wel weet. Vanmorgen was er een heerlijk morgenlicht. Mijn blonde engel en ik brunchten en aten een paashaantje. We zijn vrij.

Zichtbaar

Zichtbaar

‘Kom Alinda, ga je mee?’ Klonk zijn stem eerder laconiek nu is het er een die wijsheid tot opvolgen overbrengt. Zo even stond de man die mij dit vraagt in de lijn tussen de veteranen. Ik zag hem een collega begroeten met wie hij in Srebrenica diende. Ik stond een paar meter achter hen. Een geel parapluutje met daarop rode hartjes en de woorden vrijheid en verbinding in de lucht stekend.
Een half uur eerder stapte ik een wereld vol liefde binnen. Het Museumplein staat vol blijde mensen. Grote rode hartvormige luchtballonnen dansen in de wind en diezelfde wind neemt flarden muziek mee. Ik dring mij langs iemand in een groot teddybeerpak die mensen voorziet van gratis knuffels, ik wil dansen. Ik loop mij vast in een groot spandoek van Moeders voor vrijheid. Ik begroet de moeders. Het zijn gewone vrouwen en ik herken mijzelf in hen.
Rechts van mij had ik reeds een leger aan politie zien staan en zijstraten vol politiebussen. Ik bereik het veld aan de noordkant. Een lange sliert blauwe ME bussen komt aanrijden. Tientallen ME-ers vormen zich in linie. Een groot waterkanon rijdt voor en van rechts komt er nog een. Ik meng mij weer in de groep. Mijn hele festivalgevoel is weg. Ik wist dat ik niet naar een feestje ging. Of ja, ik hoopte wel dat de liefde het zou winnen, maar voor nu sta ik overdonderd door al het zwijgende geweld op trillende benen. Plots hoor ik mijn stem luid mee scanderen ‘Liefde! Vrijheid! Geen dictatuur!’ Het matrixbord geeft al een tijdje aan dat het noodbevel afgekondigd is. De ME linie heeft reeds commando gekregen en staat al dichter bij ons. Wat ik niet gezien had en waar ik nu op gewezen wordt, er zijn een aantal lijnbussen voor komen rijden. Klaar om onze groep in af te voeren.

Vanaf de zijkant van het veld aanschouw ik het gevecht. Al het hondengeblaf, het busje met romeo’s dat voor mij staat, de angst die dat opwekt vind ik zo niet eerlijk naar mij toe. Het in mijn ogen onrecht vult mij met kracht en steeds verder stap ik weer het veld op. Oog in oog sta ik inmiddels met de ME. Opgefokt sta ik een staredown te doen. De man kijkt weg. Naast hem staat een vrouw. Ik zie haar halflange blonde lokken gedrukt tegen de binnenkant van haar helm. We kijken elkaar aan. Ze is jong. Ze zou mij nooit uit haarzelf slaan. Ik voel mijn gezicht ontspannen en tranen opkomen. Wat staan wij hier te doen. Waar kwam ik voor.

Ik wilde mij zichtbaar maken.
Zichtbaar maken dat ik mij niet vind in de coronamaatregelen van de overheid. Ik wil mij verbinden met gelijkgestemden of eigenlijk breder, mij verbinden met mensen.
Ik vind het spannend om mij zo te laten zien. Als er een discussie komt heb ik de woorden niet altijd paraat. Toch voel ik feilloos aan dat wat er nu gebeurt niet klopt. Daar heb ik geen wetenschapper of grafiek voor nodig.

De duisternis die ik nu om mij heen beleef, die wil ik niet klakkeloos over mij heen laten komen. Ik wil mijn licht opsteken. Het is moeilijk met eenzijdige informatie die gedeeld wordt door overheidsmensen waarbij hun gezichten en woorden niet matchen met dat wat er in mijn hart gebeurt als ik hen zie en hoor en aan de andere kant, daar waar ik meer aansluiting in vind, ontwaar ik soms uit zijn verband getrokken artikelen.
Maar. Ik ben mij bewust van mijn eigen licht. Ik voel dat ik daar contact mee heb. Ik vertrouw mijn licht. En dát licht, zal ik zichtbaar laten stralen!

Bijzonder

Bijzonder

‘Ik voel mij bijzonder.’ Tranen staan in haar ogen. ‘Hij ziet hoe ik mij inzet en zei dat tegen mij.’ Ontroerd staat ze voor de camera, nadat ze net de deur van het kantoor van haar werkgever achter zich heeft dichtgetrokken. Ik kijk Undercover Boss op tv. Ze heeft financiële waardering gekregen, maar als eerste geeft ze aan, en dat hoor ik veel vaker in dit programma, dat de erkenning van het mens-zijn zo belangrijk is.

Gisteren hadden we vrienden over de vloer. Het was gezellig en ik zie hoe liefdevol de moeder met haar dochters omgaat. Zonder fysiek te zijn legt ze die middag meerdere malen onzichtbaar haar armen om haar dochters heen. Ze geeft ze een veilige plek en stimuleert ze om zichzelf te ontplooien.
Ik geniet van de verhalen van een jonge collega. Hij bouwt zijn leven op en en passant kippenhokken en moestuinbakken.
Ik zie dat de moeder van een vriendinnetje van mijn meisje wikt en weegt. Hoe bescherm ik mijn, liefkozend genoemde monstertje en wat laat ik haar zelf uitvechten. Haar moederhart maakt overuren.

Mijn werkdag zit er op en ik rijd naar huis. Ik ben benieuwd wat ik thuis aantref. Vandaag begint er een nieuw oppasmeisje. Haar korte kennismaking afgelopen weekend voorspelt een leuke tijd. Eva Luna vond haar zo bijzonder. ‘Ze is niet netjes mama. Ja wel netjes, maar niet netjes. Begrijp je mij mama? Ze is gewoon stoer met haar rommelige flubberknot met verwilderde haren en coole trui.’ Ik app deze woorden na ons treffen naar het oppasmeisje toe en krijg een enthousiaste reactie terug.

Mensen zijn uniek. Mensen zijn bijzonder. Bij sommigen denk ik: ‘Je bent wel heel bijzonder’. Dat bijzondere kan soms ook minder rooskleurig zijn, maar volgens mij hebben de positieve indrukken de overhand. Ik test het uit. Ik laat allerlei mensen in mijn hoofd de revue passeren. Wat zijn ze allemaal mooi bijzonder zeg.
Mijn vriendinnen met wie ik zaterdagavond bingo speelde. Hun gezinnen. Het buurmeisje dat zo lief ons konijn verzorgt als wij niet thuis zijn. Mijn wandelvriendin met haar mooie ogen waarin zoveel levenslagen verborgen zitten.

Wat neem ik de mensen om mij heen, soms zomaar voor lief in de drukte van de dag. Wat zou ik mijzelf cadeau geven, als ik mij meer bewust ben van al het bijzondere om mij heen. Én, wat geef ik de ander, als ik aangeef ze echt te zien. Als ik aandacht geef aan ieders bijzonderheid.
Ik wil dat vaker uitspreken.
Zo bijzonder, zou dat niet moeten zijn.

Zacht

Zacht

‘Mag ik van jou een bolletje met kaas?’ Ik rij over de A12 en we gaan naar het zuiden. Naar Zeeland om precies te zijn. Eerder had ik al een likkoekje uit het trommeltje gekregen en mijn meisje heeft inmiddels een pakje drinken op. We gaan op vakantie. Nee, we zijn al op vakantie. Met ons tweeën genieten we van de rit. We zien onderweg twee keer een hert, de roofvogels zijn niet meer te tellen en Eva Luna spot een dikke John Deere. We hebben het samen zo goed. Het kleine huis op de prairie verbleekt bij onze knusheid. We hebben jurkjes mee en als ik straks twee vlechten maak kan Eva Luna net als Laura Ingalls zo het duin afrennen. Terwijl ik hierover fantaseer heeft Eva Luna lol met een vrachtwagenchauffeur naast ons. Haar lach sluit aan bij het landschap waar we doorheen rijden. De puurheid. De echtheid. Het land ademt rust uit. De vlakte en de stilte komen samen in zachtheid.

We zijn iets te vroeg op het vakantiepark. Het huisje kunnen we nog niet in, maar we mogen wel het park verkennen. We zoeken ons veldje op en bewandelen het kleine pad naast ons huisje. Binnen 5 minuten staan we op het strand nabij de Oosterscheldekering en nog weer 5 minuten later heb ik mijn handen volgedrukt gekregen met schelpen. ‘Bewaar ze even, ik wil graag op dat klimrek.’ Ik kijk rond en geniet intens. Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht. Zelfs de kleuren zijn zacht.

In het laatste uur licht van de dag zijn we weer op het strand. In de campingwinkel hebben we vanmiddag een schepnet gescoord. Nu de zee zich heeft teruggetrokken inspecteren we de plassen die op het strand zijn achtergebleven. Eva Luna vindt niets en in een poging toch wat in haar net te krijgen, rent ze lachend met haar schepnet achter de meeuwen aan. We laten ons door hen meelokken richting de pier. Tussen de basaltblokken daar, licht af en toe iets op. Het zijn de parelmoerige binnenkanten van oesters zo groot als een hand. We struinen door het lage water en stappen over de rotsen. We verzamelen een zak vol.
Ik omdat ik ze wil proeven. Ik heb gehoord dat ze met een sjalotje en wat frambozenazijn heerlijk zijn en Eva Luna omdat ze hoopt op een parel.

Ik stond net een poos in de keuken met de oesters. Ik huiver bij de aanblik van een geopend exemplaar. Ik stel het proeven nog even uit. Ik doorzoek er nog enkele op parels al zie ik links van mij de mooiste en de grootste.
Eva Luna zit op haar knieën bij de salontafel. Ze heeft haar pyjama aan. Het truitje is poederroze van kleur en zacht als van een teddybeer. Ze tekent in haar nieuwe schetsboek. Ik zit nu achter haar op de bank en typ dit bovenstaande. We hebben tulpen op de tafel staan en er brandt een kaarsje.
Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht.

Melodie

Melodie

Sneeuw langs het pad. Lachende stemmen vol verwachting. Door de geopende deur stroomt de warmte mij tegemoet. De geur van een kaars zegt ‘Welkom in dit huis’. De grote mosterdgele wand, voorzien van strepen zon die door de lamellen heen piept. Muzikanten die aan het inspelen zijn. Ik geef mensen een hand. Ik voel de sensatie van huid. Ik kijk in vriendelijke gezichten.

Muziek maken. Muziek beleven. Wie begeleidt wie. De toetsenist het instrument of leidt de melodie hem. Vingers die zelfstandig een weg lijken te vinden naar de toetsen.
Een stem, warm en vol. Een inleidend praatje. Een lied. Ik pik zinnen op en in mijn hoofd begint een feestje. Ik leg mijn hand op mijn buik want ik wil niet alleen in mijn hoofd leven. Ik wil dit door mijn hele lijf. Met mijn hand schrijf ik namen van geliefden op mijn been. Ik wil hen erbij halen.

Dit wat ik nu meemaak. Dit is hoe het leven bedoeld was. We zijn hier met dertig mensen bij elkaar, maar veel meer mensen zouden dit moeten voelen. Zouden er mensen zijn die muziek willen maken volgend weekend of het weekend daarna? Het mag bij mij thuis of ik regel een ruimere plek.

Door welke melodie laad jij je leiden. Ik voel wat mijn melodie is. Wat mijn weg is. Ik vind het spannend mij uit te spreken. Slim gekozen woorden en cijfers in de media maken mij stil, terwijl ik zo sterk de trilling op pak van een ander geluid waar ik nog niet de woorden van ken. Geluid ontstaat wanneer er iets in trilling wordt gebracht. Met het oog kunnen we die trillingen niet zien omdat deze heel snel zijn, maar je kan het geluid wel opvangen met je oren.

Ik vang het op met mijn bewustzijn. Het voelt groots. Het voelt zo waar en ik weet dat ik mijzelf mag vertrouwen. Ik wil mij verbinden met mensen, met muziek, met kunst, met natuur. Het kan gewoonweg niet fout zijn dat te doen.
Bescherming van een ander, vaak welkom, maar wanneer pakt het je eigen wijsheid, je eigen leven uit handen.

Ik zie levenslustige gezichten om mij heen en luister naar het lied We’re all coming home. ‘We gaan allemaal naar huis. Luister naar het ritme van je hart als je niet weet waar je heen moet. Luister naar het lied dat op je eigen zielsradio speelt.’

Mooi setje

Mooi setje

‘Ik vind ons wel een mooi setje.’ 
‘Ja, ik het T-shirt en jij de stoere spijkerbroek.’ 
Ik bedoelde een iets ander setje, maar kruip nog even iets dichter tegen Eva Luna aan en sla mijn arm om haar heen. Zij pakt deze vast en trekt hem strakker om haar heen. We genieten allebei. Ze mag vannacht bij mij in bed logeren. Het laatste nachtje van dit jaar.

Aankomende nacht zal ze pas ver in 2021 in bed stappen. Het is een nachtbraker. Eentje die intens kan genieten van een lekker sfeertje om haar heen. Oudjaarsmiddag carbid schieten op het erf bij vrienden. Wie weet daar nog een laat geboren kitten knuffelen. ‘Avonds thuis spetterkaarsjes aan en rond de klok van middernacht toch echt wel rotjes afsteken.

Als kind stond ik stoer, trots en lachend en heel soms een beetje angstig op de zandbakrand voor ons huis met buurtkinderen astronautjes te knallen. Later gooide ik strijkers van me af terwijl ik na middernacht van vriendenhuis naar vriendenhuis trok. Het plezierige sfeertje, het speciale moment; we gaan samen een nieuw jaar in, deed mij zo goed. Wanneer het licht werd kwam ik thuis. Ik kon dan gelijk bij mijn ouders in de auto stappen om de Nieuwjaarswensen over te brengen aan opa en oma. Daar aangekomen hapten we met heel de familie in rolletjes en was er voor de jongsten mierzoete rode kinderlikeur.

Ik weet het. De rotjes mogen dit jaar niet, maar ik wil niet luisteren. Ik kan het niet. Ik weet heus, iedereen maakt offers en levert in en wat stelt een rotje nu voor, maar ik wíl er een paar afknallen. Het is als een soort innerlijk setje met mijzelf. De vrijheid die ik die nachten voelde als puber. Een soort onoverwinnelijkheid. Alsof ik het nog nodig heb. Dat ruiken van het kruid. Het horen van de knal. Die korte lichtflits. Het raakt iets in mij aan dat ik levend wil houden.

Ik weet het, we willen de wereld levend houden. Het tijdperk van de mens oneindig maken of geld oneindig maken. Maar is dat echt de synoniem van vrijheid, van liefde, van mooie setjes?

Schoonheid

Schoonheid

Mijn hele volwassen buitenkant lost op en een kwetsbaar meisje kijkt naar omhoog. Alsof veertig jaar zo wordt weggeveegd.  Hoe hij de woorden ‘lieve kind’ zingt.  ‘Everything passes, my darling child’ en hoe hij weet ‘Better days are coming your way’. Perplex lees ik de tekst in de clip mee. De muziek in een ritme dat alle tijd voor mij heeft.

Eerst moest ik aan Eva Luna denken bij ‘How it hurts me to see you cry. Boys will be ruthless and girls will be mean. That’s a story that’s as old as time.’ Ze gaat graag naar school, maar dit schooljaar is het lastig om aansluiting te vinden op het schoolplein. Als ze uit school komt moppert ze en ’s avonds in bed tussen haar tranen door hakkelt ze: ‘Dan sta ik op het betonnen paaltje voor school en als ik dan de thuiseters zie aankomen, weet ik dat de middagpauze gelukkig bijna voorbij is.’

‘When you get older you’ll see the world’s great wonders and how their beauty’s in the palm of your hand. It’s not in your schoolbooks and no one can teach you. It’s a thing you gotta feel for yourself.’
Je moeder heeft echter niet zoveel geduld. Jouw tranen kan ik in perspectief zien, al stap ik ’s avonds met een zwaar gemoed de trap af na jou te hebben toegestopt. Aan je schoenen zie ik dat je wel ingaat op de vraag van de jongens om mee te voetballen en ik hoor verhalen over het aanleren van tiktok-dansjes, maar ik maak je graag weerbaarder. Ik wil je kennis laten maken met je eigen schoonheid.
Ik ga op onderzoek en ik kom uit bij Grip PMT. Door middel van bewegen, grip krijgen op jezelf en leren omgaan met de problemen die je op dat moment ervaart.

Ik kan het hier typen, want jij bent zó dapper. Ik was even huiverig, moet je dit nu wel gelijk delen? Maar jij vertelt op school in de kring je verhaal. Ik zit op Grip. Ik ga daarnaartoe omdat ik mij op school soms buitengesloten voel. In de pauzes mag ik wel met de jongens meedoen. Graag speel ik ook met een meidengroepje, maar vaak zeggen zij nee en dan vind ik het moeilijk wat ik dan moet doen.
Ik doe nu oefeningen om meer zelfvertrouwen te krijgen, te ontdekken welke kwaliteiten ik heb. Ik leer voor mezelf op te komen, grenzen aan te geven en hoe ik contact kan maken.

Van haar juffen hoor ik hoe goed ze het verwoordde en dat het delen haar opluchting gaf, terug te zien in haar ademhaling. Thuis zie ik in de afgelopen weken haar verzachting en tegelijk haar kracht.

‘You gotta hold on. You’ve got a life to live. So much love to give.’ Het liedje raakt mij aan. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik kan glimlachen en ben trots. Op ons. Op onze schoonheid. Op jou.

Gebor(g)en

Gebor(g)en

Wat duwt er nu tegen mijn borst. Ik word er wakker van. Ach, het is het koppie van Eva Luna. De laatste nacht in het vakantiehuisje liggen we samen. Ik leg mijn hand op haar hoofd. Hé, wat is haar wang nat. En haar ademhaling is niet van een slapende. Ik knip het licht aan en kijk in een in en in verdrietig gezicht. ‘Mama, wil je wakker blijven?’ klinkt het zacht smekend.
Ze heeft rot gedroomd. In haar droom zou ik niet meer wakker worden en was ze helemaal alleen in het vakantiehuisje.

Ach meisje toch. Ik streel je haren. Met mijn wijsvinger veeg ik je tranen weg. Je schokschoudert en ik zie hoe je mond trilt, terwijl je krampachtig je lippen op elkaar perst. Vechtend om je snik binnen te houden. ‘Lieverd, als jij zo verdrietig bent, dan moet je even huilen. Toe maar. Ik wil je heel graag troosten, maar ik wil niet zo je verdriet wegvegen. Laat die tranen er maar uit komen, dan is er straks weer plek voor leuke dingen.’

Terwijl jij huilt en ik mijn armen om je heen sla, schieten er in mijn slaapsluimerstand ook de ergste dingen voorbij. Zou het je gelukt zijn om Paul te bellen als het echt was? Je zou met je negen jaar niet alleen in ons huis kunnen wonen. Het huis zou trouwens ook terug naar de woningbouwvereniging gaan en jij zou op straat staan. Gelukkig heb ik bij de notaris het een en ander laten vastleggen en weet ik dat er hele lieve mensen zijn die zich over jou zouden ontfermen.
Je zou niets tekort komen.

Jawel. Je zou wel veel tekort komen. Je zou je moeder missen. Je zou het missen dat je voor eentje altijd op nummer 1 staat. Je zou het missen dat er iemand glimmend van trots in het klimbos naar je staat te kijken. Die de spanning van je overneemt.  Je zou het missen dat iemand zoveel herinneringen met je deelt. Je zou het missen om onbekommerd boos te kunnen zijn, om de deur eens hard dicht te slaan en stampvoetend de trap op te gaan in de wetenschap dat voordat je slaapt er iemand is die je knuffelt. Iemand die bijvoorbeeld tegen je zegt: ‘huil maar even, dan is er straks weer plek voor leuke dingen’.

Ik streel je rug en blijf wakker. Ik denk aan al de leuke dingen die we deze vakantiedagen hebben gedaan. O en ik wil nog zoveel meer leuks met je ondernemen. Twintig jaar doe ik er sowieso nog bovenop. Dan ben ik 68 en jij 29 jaar. Nee, dan ben je nog te jong. Dertig jaar dan; ik 78 en jij 39 jaar.
Ik stop met rekenen.
Ik beslis deze nacht dat ik 100 jaar word. Ik kan je niet missen.

Liefs je mama

Freerunnen

Freerunnen

‘Hou je bek, kut.’ De eerste kennismaking bij de proefles Freerunnen kan maar duidelijk zijn. ‘Maar ik zei helemaal niets’, perst ze er nog net kleintjes uit voordat haar stem haar verlaat en zij zichzelf via haar rug uit haarzelf duwt. ‘Nou, je keek naar me’, wordt ze toegebeten. Een kort gedrongen jongetje met stekelhaar zit in kleermakerszit op de verhoging naast de trampoline. Hij kruist zijn armen demonstratief over elkaar. Zijn hoofd is naar voren geknakt. Bij het horen van de stem van meester Juan draaien zijn ogen naar boven en glimmen, net zichtbaar onder zijn gefronste wenkbrauwen op.
Ik zie hem. Hoe sneu ik dit moment ook voor mijn meisje vind, ik zie een speciaal jongetje. Meester Juan reageert naar Eva Luna en de jongen en ik trek mij snel terug. Zij is net zoals het jongetje in goede handen.

Het was spannend die eerste les in februari eerder dit jaar. De lessen daarna ook nog wel. De groep bestaat op 1 meisje na, waar ze niets mee heeft, uit zo’n 20 jongetjes. Sportieve mannetjes, schuchtere jongens, hyperactieve stuiterballen en eigenlijk is ieder op zijn of haar manier speciaal. Het is een mooie mengeling aan individuen.

Wie ben je. Wat vind je leuk. Wat doe je als het spannend wordt. Ik vind het mooi om haar beweging te zien in de uren freerunning. Hoe ze overzicht heeft gekregen in de hectiek van de Jumpstyle-hal. Ook mooi is dat de meesters na de zomervakantie de lessen zo gestructureerd aanbieden. Haar plezier krijgt hierdoor makkelijker de ruimte.
Het tikspel bij de warming up wordt behalve met spannende oogjes nu gecombineerd met een lachende mond en regelmatig glunderen haar wangen trots als ze pas als een van de laatsten getikt wordt. Ze krijgt het nu voor elkaar om, het zij zachtjes, bij een meester aan te geven dat ze de backflip graag wil leren. En hoe heerlijk, ze kan het inmiddels. Ze groeit in het ontdekken van haarzelf, haar lichaam en kracht.

Dat ze niet vrijelijk rond rent in een groep begroot mij soms. Dat ze zich zo bewust is van de aanwezigheid van de ander. Ik had haar meer vrijheid gegund. Iets onbezorgder, luchtiger, speelser of zoiets.
Maar ze wil niets fout doen en aan regels houd je je. Ze kan anderen lezen en vindt het naar als iets niet puur is. Ze kan compleet ontdaan zijn als iets niet eerlijk verloopt. Ze kijkt de kat uit de boom en vind het heerlijk om filmpjes te kijken met poes Nova op schoot.

Mijn fijngevoelige meisje, mijn dappere avonturier, ik hoop dat, terwijl je al die sprongen maakt, je mag beleven dat er meer is dan hoog en laag. Dat daar heel veel tussenin zit. Ga maar freerunnen en ontdek het maar. Het is goed. Ik zie je.

Elkaar vasthouden

Elkaar vasthouden

Zet de tijd maar stil. Laat mij hier maar staan. Met mijn voeten in de modder. Tot over mijn knieën in het slootwater. Mijn rode jurk met witte stippen lichtelijk omhoog getrokken.
Zicht op slootwanden gevuld met botergele bloemen. Een frisgroene rietstengel tussen mijn tanden. De schaterlach van Eva Luna rollend tussen het mooiste blauw van de hemel door. De zon maakt dat ik mijn ogen een beetje dichtknijp. Mijn mondhoeken gaan mee omhoog net zoals mijn stem. Licht en helder roep ik wat terug tegen mijn meisje, terwijl ik een lichtblauw vlindertje spot.

We lopen het Blote Voetenpad. Eva Luna zit inmiddels in de modder en bedekt haar blote benen ermee. Die meid kan zo genieten en zo ontzettend stralen.
Samen met een lieve vriendin en haar kinderen zijn we bij De Strandhoeve. Eerst dwaalden we hier door maisdoolhoven. De mais is nog niet op de maximale hoogte en stiekem is dat wel leuk. We zien de kinderkoppies er nog net bovenuit steken; rennend van links naar rechts en weer terug.
Ik hoor een plons en gegil. Over de vijver is een touwbrug gespannen. In het midden daarvan is Eva Luna met kleren en al er vanaf gesprongen.
De jongsten likken aan een ijsje en wij de moeders, delen gebak en onze liefde voor dit moment.

De volgende dag delen we kwark met honing en walnoten. We zitten op een picknickkleed in een veld vol paarse bijenkorfjes en gele bloemetjes die lijken op wilde leeuwenbekjes in de bossen van Schokland. Eva Luna en Stan graven in het zand van de Gesteentetuin.
We lopen door het bos en er worden vele kikkertjes gevangen en net zoveel weer vrij gelaten. Er wordt weegbree gezocht voor op de opgelopen brandnetelbulten. We wijzen elkaar op mooie kleuren groen, op roofvogels en ondergaan de zuiverende rust tussen de bomen.

We spelen in onze polder. We lopen met onze liefsten. We delen ons eten. We delen onze glimlach en onze tranen. We zijn benieuwd naar de toekomst. We zouden willen weten hoe het er over een jaar uitziet. Mijn vriendin is ziek.
De tijd van deze twee heerlijke middagen stil zetten en vasthouden kan niet en hoeft ook niet.
We houden elkaar, gewoon even wat vaker vast.