Bloesem

Bloesem

‘Linkervoet op groen.’
Als ik de slogan ‘Advies en maatwerk in grootkeukens’ nu eens boven die afbeelding plaats.
‘Rechterhand op rood.’
Ja, dan komt het tekstvlak voor Ovri, de rvs-fabriek van Hakvoort Professional ook beter uit.
‘Ieuww!’
Ik hoor een gil en een harde bons boven mij op de zoldervloer. Blijkbaar is dat laatste standje in Twister niet haalbaar geweest.

Op zolder speelt Eva Luna met haar vriendin en ik zit in mijn geïmproviseerde kantoorkamer op de eerste verdieping. Her en der sprokkel ik mijn thuiswerkuren bij elkaar en maak momenteel advertenties in de nieuwe huisstijl op.
De eerste dag dat de school en opvang sloten, nam ik Eva Luna nog mee naar kantoor. Ja, ik waste mijn handen vaker, maar verder zat het corona nog niet in mijn systeem. Tot ik mijn directeuren zag. De spanning van de afgelopen weken en de bevestiging in de eerste toespraak van premier Rutte, tekenden zich af in hun lichaamshouding. Schouders die vermoeid naar voren hingen, de opeenstapeling van nieuwe ontwikkelingen zichtbaar in de rimpels op hun voorhoofd. Leen die voor het eerst niet glimlachte bij het zien van mijn meisje. ‘Hou haar op je kantoor, ze mag niet door het pand lopen.’

Mijn Lief heeft inmiddels een tante en een oom verloren aan het coronavirus. Een zoon is plots geslaagd voor zijn opleiding. Alle evenementen zijn geannuleerd, steeds meer winkels en bedrijven dicht. Ik voel angst als ik hoor dat in de Noordoostpolder mensen besmet zijn.

En onder al die onrust, verstopt als onder een laken waar we een tent van hebben gemaakt, leven Eva Luna en ik. We hebben een ritme gevonden. ’s Morgens om acht uur uit bed. Wassen, aankleden en ontbijt en om negen uur beginnen met het schoolwerk. De uitkomst van de som 7×8 kon ik nooit onthouden, maar nu ik dagelijks de tafels nakijk zal ik 56 altijd linken aan deze weken. Terwijl ik de ramen was, zie ik Eva Luna gebogen over haar spellingswerkschrift. Tussen de middag eten we samen aan de ronde tafel. We lachen veel.
O, we hebben elkaar ook wel in de haren gezeten. ‘Jij legt het helemaal verkeerd uit. Juf doet dat heel anders!’, maar juf vlogt en mailt en schreef dat Eva Luna geduld met mij moest hebben. ‘s Middags mag ze spelen in de tuin met haar vriendin of heeft ze ineens online blokfluitles. Twintig minuten stond ik met mijn telefoon in de hand met de camera op haar gericht, zodat zij met juf kon videobellen via de app.
Na het avondeten wandelen we. We zien kikkerdril en beren.

Het gekloot met inlogschermen van allerlei online lesmateriaal, het soms tot tien uur ’s avonds aan het werk zijn, het altijd aanwezig zijn van corona; ergens word ik moe van alles.
Maar het is net zoals het verhaal uit het prentenboek ‘Wij gaan op berenjacht’: We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor… O nee! We moeten er dwárs doorheen.

Ik begrijp dat mensen vanuit een vorm van controle willen hebben, doemscenario’s bedenken, maar ik denk dat je handelen je gedachten volgt …
Ik kijk naar de eerste witte bloesemblaadjes van de pruimenboom. Ik zie een nieuw begin van nieuwe vruchten. Hier wil ik in investeren en ik bewerk de grond.

Opdat wij niet vergeten

Opdat wij niet vergeten

‘Heeft oma geleefd in de oorlog?’
‘Nee, zij is daarna geboren.’
Een tijd terug stelde ze ook al vragen over de oorlog.
‘Heb je op school gewerkt over oorlog en welke dan?’
‘Ja, hoezo welke?’
‘Er is helaas vaker oorlog, maar ik denk dat jij het over de Tweede Wereldoorlog hebt gehad?’
‘Ja, die naam was het.’
Ik leg de naam daarvan uit.
‘Hoe begon die oorlog mama?’
‘Een man had ideeën en wilde dat iedereen zijn ideeën als waarheid zag en dat lukte bij heel veel mensen. Wat zou jij doen? Zo maar meedoen of zou je nadenken over wat hij zegt?’
‘Ik wil misschien wel bij een groep horen. Ik wil niet dat ze achter mij aan zitten.’
‘Wil je zien hoe die man, Adolf Hitler heet hij, eruit zag?’
‘Ja, want ik heb een monster in gedachten, maar hij was dus een gewone man?’
Ik zoek een foto op en we zien zijn snor, kapsel en rode band met hakenkruis om zijn arm.
‘Ik wil ook een filmpje over Joden zien’ en ze pakt mijn telefoon.
Uhhh, dit kan heftig zijn.
Ik vertel snel wat over barakken, hele grote huisjes op een soort camping maar dan zonder de gezelligheid en in de huisjes alleen maar rijen stapelbedden. Heel veel mensen die de hele dag een soort gestreepte pyjama grijs, blauw aan hebben, waarin ze moesten slapen maar ook werken. Bijna geen eten dus mager en korte haren vanwege de luizen.
Terwijl ze nog zegt: ‘Dan pak je toch een spin van de muur’ drukt ze op play.
Ik kijk goed mee. Is dit filmpje geschikt?
We horen een vrouw jodelen.
‘O, je hebt het verkeerd getypt.’
‘Nee hoor, dit zei de juf. Maar hebben wij nog iemand in de familie die de oorlog kent?’
‘Ja, die oudtante die bij ons was toen we de Tulpenroute gingen rijden. Zou je haar wat willen vragen over de oorlog?’
‘Ja, of ze kan jodelen.’

‘Op 4 en 5 mei hebben de mensen het er over. Dan denken we er bewust over na.’
‘Waarom? Is het toen gestopt?’
‘Ja, die oorlog stopte toen in ons land. We denken dan aan de mensen die dood gingen in de oorlog en aan de bevrijding. Dat het fijn is dat wij nu in vrijheid mogen leven én dat we er samen aan moeten werken dat dat zo blijft.’

Misschien moet ik die tante vragen om op Eva Luna’s school in de eerste week van de maand mei wat te vertellen. Zoals vaak bij een doorfluisterspel komt aan het eind van de rit het verhaal er heel anders uit. Dit zijn de laatste jaren waarin we nog rechtstreeks kunnen horen hoe het was om als kind in Nederland, op te groeien in oorlogstijd.

Opdat wij niet vergeten.

Saamhorigheid

Saamhorigheid

‘Lange dag school, opvang op de Boterbloemboerderij en als ik je daar, na werktijd heb opgehaald, rijden we op weg naar huis langs de viskraam.’
Mijn antwoord op de vraag die elke avond als ze in bed ligt terugkomt: ‘Wat ga ik morgen doen?’

Op dinsdag staat de viskraam in het dorp en sinds een paar maanden zijn we daar steevast iets na half zes te vinden. Mijn meisje verheugt zich altijd op dat moment. De dinsdag is qua invulling waardeloos in haar ogen, maar het vooruitzicht op die overheerlijke kibbeling, maakt dat ze de dag doorkomt. Dat en ook een stukje nieuwe traditie. Ze vindt het mooi om gebruiken te hebben.
Kerst vier ik al meer dan tien jaar inclusief een logeerpartij van mijn broertje en gezin en met Oud en Nieuw moeten er spetterkaarsjes afgestoken worden. Tradities die ik graag met haar deel.
Als kind stond ik stoer, trots en lachend en heel soms een beetje angstig op de zandbakrand voor ons huis met buurtkinderen astronautjes te knallen. Later gooide ik strijkers van me af terwijl ik na middernacht van vriendenhuis naar vriendenhuis trok. Het plezierige sfeertje, het speciale moment; we gaan samen een nieuw jaar in, deed mij zo goed. Wanneer het licht werd kwam ik thuis. Ik kon dan gelijk bij mijn ouders in de auto stappen om de Nieuwjaarswensen over te brengen aan opa en oma. Daar aangekomen hapten we met heel de familie in rolletjes en was er voor de jongsten mierzoete rode kinderlikeur.

Nu zoek ik Oudejaarsdag samen met mijn meisje de carbidknallen op. We staan op een boerenerf gevuld met mensen rond een groot vat vol vuur en zij mag haar eerste echte rotjes knallen.
Ze was precies 9 maanden oud toen ze met vuurwerk begon. Met ons tweetjes zaten we knus het jaar uit en na middernacht stonden we buiten bij de voordeur. We hielden elkaar en de spetterkaarsjes stevig vast. We lachten om de spetters die de boze geesten voor ons gingen verjagen en verwelkomden het licht om ons het nieuwe pad, dat voor ons lag, te laten ontdekken.

Het hebben van enige structuur is fijn. Een soort van ankerpunten door het jaar heen. De andere kant; het niet weten hoe je dag er morgen uit ziet, leven in een andere cultuur en je begeven tussen wildvreemden, het avontuur leven; dat wat ik tijdens mijn backpackreizen mocht beleven, is het lekkerste wat mij is overkomen.
Maar toch, geef mij beide maar. Ik had die reizen niet met iemand samen willen ondernemen, maar ik vond het wel fijn om mijn verhalen via een blog te delen. Het verbinden geeft meerwaarde. Zo is het ook met gebruiken, met het uitvoeren van tradities, ze maken dat je ergens bij hoort. Samenhorigheidsgevoel. Dat vuur, die warmte, dat is mooi om door te geven.

Dat mijn meisje niet in klederdracht de klompendans hoeft op te voeren zoals ik dat tijdens mijn afscheidsmusical op de lagere school deed, prima. Zij hult zich nu met haar schoolvriendinnen in oranje kleren tijdens de Koningsdagspelen en staat dansend te genieten op het speciale lied van Kinderen voor Kinderen. Een traditie mag best in ontwikkeling blijven.
Als het vuur in tradities maar uit de goede benodigdheden, de vuurdriehoek; voeding, zuurstof en warmte blijft bestaan. Als er één van die drie mist of niet zuiver is, gaat het vuur niet aan of met ons aan de haal.

Wat brengen we samen in. Wat is onze voeding aan normen en waarden. Stroomt er fris zuurstof in ons bloed of zijn we vergiftigd en hoe zit het met onze warmte, onze hartelijkheid.
Je kan conclusies trekken aan de hand van het as en het vuur verbieden, maar als de mens blijft met haar inbreng. Moet je dan niet gewoon beter naar de mens kijken?

Bescherming

Bescherming

‘Mijn geluksgetal is 31 mama, mijn geboortedag, maar ook 13 en weet je waarom? Niemand gebruikt het geluk dat bij 13 hoort.’

Tijdens het Kerstfeest op school wordt gevraagd wat een ieder voor gedachten heeft bij vrede. Thuis praten we erover na en zeg je: ‘Bij vrede denk ik aan de regenboog. De regenboog zie je alleen bij zon én regen en het woord vrede bestaat alleen doordat er ook ruzie is.’ Vervolgens noem je de namen van jouw naasten en geeft iedereen een kleur. ‘En dan wil ik oranje zijn en jij bent rood.’ ‘Waarom?’ vraag ik. Je pakt mij vast en zegt: ‘Dan ben je altijd naast mij.’

We hebben samen de knusse Kaarsjesavond in de Orchideeën hoeve bezocht. Nu alleen nog even naar de wc en dan door het donker naar huis. We staan een poos in de rij te wachten, maar eindelijk is er een hokje vrij. Jij gaat snel zitten. ‘Die oma voor ons heeft lang op de wc gezeten.’ ’Ja? Is de bril warm?’ ‘Ach als je over de rand pist is het ook lekker warm’.

Ik hou van je, mijn wijze grappige meisje. Wat word je toch groot.
Vannacht lagen we naast elkaar. Ik heb niet veel geslapen.
Je zou het niet verdragen hebben als je wist hoeveel ik naar je keek. Het is maar goed dat jij sliep. Je had anders gekke bekken getrokken, dat weet ik zeker. Nu kon ik rustig je mond met volle lippen, je lange wimpers, je blonde lokken en blozende wangen bewonderen.
Jouw zachte kreungeluidjes vanuit je dromen, de warmte die je lijf uitstraalt. Wat een hoog knuffelgehalte heb je op mij. Ik houd me in, want ik wil je niet wakker maken.  
Maar hé, ik heb altijd koude voeten. Zal ik … nee, dat kan ik niet maken. Ach, ik kan het misschien wel even proberen, je slaapt altijd zo vast. Mijn voeten leg ik tegen je benen. Je gaat wat verliggen, gelukkig zonder dat mijn voeten wegglijden en legt een hand op mijn borst.
Ik kijk deze nacht telkens of je nog onder het dekbed ligt en tegelijk denk ik, is het niet te warm voor je. Ik leg mijn arm om je heen. Als baby lag je ook zo graag met je hoofd  in de holte van mijn oksel. Ik krijg wat kramp, maar vind het zo knus. Een uur later word ik wakker. Mijn arm ligt wel heel onprettig hoog. Voorzichtig wil ik je hoofd iets verleggen. Wat blijkt, ik heb stomweg een knuffel liggen beschermen.

Maar meisje, ook al ontvang je steun van je getallen 31 en 13 en heb je tig knuffels om je heen, ook ik blijf je beschermen.
Als jij oranje bent, blijf ik rood.
Erewoord.

Eigenwaarde

Eigenwaarde

‘Leviathan where are you now?’ Ik sta tussen mystiek grijze mistflarden in. Af en toe zie ik een stukje van mijn geheime vriend uit de onderwereld boven de golven uitsteken. Zingend roep ik hem: ‘Leviathan open your eyes!’

Als kind was ik bang voor jou, het monster in mijn buik. Ik wist dat je er was, maar durfde geen contact te maken. Ik trok mij terug, maakte mij onzichtbaar en hield mij stil. Totdat dat moment kwam. Wilde ik niet geheel oplossen in het niets dan moest ik nú mijn stem gaan gebruiken.
Doodsbang stond ik voor je. Jij was mijn verwrongen van pijn misvormde ik. Je hitte sloeg pijnlijk in mijn gezicht. Je rood-oranje ogen waren gevuld met hoog opspattend vuur. Je benam mij de adem met je stank en toen ik probeerde te zien hoe je eruit zag, kroop ik tegelijkertijd het liefst weg. Met je vele tinten zwart en zonder echt duidelijke contouren leek je mij oneindig groot. Had je vinnen, klauwen, vleugels of meerdere staarten en groeiden er nu hoorns uit je kop?

Maar ik kroop niet weg. Ik liet mijzelf zien. Ik ging kijken naar mijn eigen ogen, naar mijn lijf, naar mijn contouren en grenzen. Je stimuleerde mij. Geef jezelf maar vorm zei je tegen mij. Ontdek jouw vuur maar. Jij kan de hele wereld aan. Open gerust je mond, dan worden jij of zij maar even bang.

Ik word wakker door mijn eigen zingende stem. Ik heb een glimlach rond mijn mond. Met open ogen stap ik krachtig uit mijn dromen. Vroeger is vroeger en heel soms nog een beetje nu. Maak het een fijn leven op deze wereld. Voor iedereen, maar ook zeker voor jezelf. Neem maar. Vraag maar. Als het alleen maar om geven ging in het leven, had je wel gedroomd over unicorns met regenbogen. Liefde geven dat gaat je wel goed af, maar neem die liefde ook. Kom maar in actie. Echt, jij bent het waard.

Mijn meisje stuitert telkens, al bij het intro op de autostoel en onderweg herhaalt ze het nummer tig keer. ‘Dit is mijn lievelingsnummer op deze nieuwe Volbeat-cd mama!’
Ieder heeft zijn eigen Leviathan, maar ik hoop mijn lieverd, dat jij die van jou eerder de hand schudt dan dat ik heb gedaan. Gebruik je vuur om liefde te geven, maar vul er ook zeker jezelf mee.

Zielsgelukkig

Zielsgelukkig

Er ligt een briefje op de keukentafel zie ik als ik halverwege de ochtend beneden kom. Dat ze met z’n tweetjes waren weg gegaan had ik reeds door en ik hoopte al op een briefje met een mededeling van hoe of wat. ‘Wij zijn motorrijden!’ staat erop.
Ik zie het genietende gezicht van mijn meisje al voor me als ze samen met mijn Lief op de crossmotor door het veld scheurt en ben zo blij voor haar.

Wat een heerlijke ochtend. Ik mocht uitslapen. Ze zouden zich samen wel redden. Ik dommel wat, maar echt slapen lukt niet meer, hoeft ook niet, zo geniet ik nog bewuster van de rust; liggen en weten dat ik gewoon nog zeker twee uur ongestoord kan liggen als ik dat wil.
Ik hoor ze zachtjes fluisterend de trap opkomen met hun schoenen aan. Ze gaan vast weg, maar ze lijken op de kamer van Eva Luna nog wat te zoeken. Ik krijg de neiging om te roepen ‘Wat zoeken jullie’ maar dan verraad ik mijn niet slapende zijn en dit voelt toch wel zo knus. Zij zacht scharrelend door het huis om mij een plezier te doen en ik die met veel plezier tussen het zachte beddengoed lig. Het voelt geborgen.

Nadat ik ze weg heb horen rijden, lees ik nog even in bed het AD op mijn telefoon en stap dan onder de douche. Ik verheug me op het uur beneden. Niemand in de huiskamer, geen geluiden, geen ‘Mama mama, zullen we dit en dat doen’. Alleen ik … en heel lekkere muziek.
Ik zit aan de keukentafel met een kop thee en broodje kaas. De laptop open geklapt en voordat ik mijn to do lijstje van vandaag maak, ik moet nog wat vormgeversklussen verwerken, mag ik van mijzelf even op Facebook. Kom ik daar toch een filmpje tegen van een optreden van een voor mij onbekende band. Er staat iets bij over kippenvel. Dat wil ik zelf wel eens testen en klik het aan.

Geen vier drumtikken vooraf of gitaarintro. Nee, de zanger begint: ‘Hold me, don’t hold me down. Carry me, but keep my feet on the ground.’ Hij heeft een wat hees schreeuwende stem die zo puur uit zijn binnenste komt, zonder dat hij acht lijkt te slaan op eventuele mensen in zijn omgeving. Hij doet niet aan kunstjes ook al is het filmpje van DWDD. Zo krachtig, zo geloofwaardig komt het binnen bij mij. Geen kippenvel, maar ik zoek op Spotify hun album Half Mile Harvest en beluister dat terwijl ik nu typ. Mijn hart, mijn zijn sluit zo moeiteloos aan op het ritme, op de soul.

Ik zie de bus de oprit opdraaien en daaruit springt een huppelend meisje dat zielsgelukkig voor het keukenraam naar mij zwaait. Deze zondagochtend, gevuld met rust, liefde en muziek, maakt mijn ziel gelukkig.

Superwoman

Superwoman

‘Mama, deze moet je aan doen. Het Superwoman t-shirt.’ Het is ochtend en we zoeken onze kleren uit voor deze nieuwe dag. Ik voel me alles behalve super, maar hé, als ik mijn lippen wat rood stift en rode pumps aandoe wordt het misschien nog wat.

Hoe doen andere grote mensen dat als ze bang zijn, als ze verdriet hebben. Ik krijg een pijnlijke keel; opgezet en rood. Misschien wel deels door de woorden en tranen die ik inslik. Ik voel me rot, maar wil niet huilen, terwijl ik langzaam hoofdpijn krijg en schouders die steeds zwaarder aanvoelen. Ik knuffel de poes en zit ‘s nachts op mijn knieën voor het bed van Eva Luna en leg mijn hoofd naast die van haar. Mijn meest veilige mensenplek. 

Ik weet niet wat anderen denken, doen en zeggen. Ik heb daar ook geen controle over. Misschien een heel klein beetje invloed, als ze mij belangrijk genoeg vinden en moeite willen doen om mij echt te zien. Je kan hopen dat ze goed voor je zijn, maar verwachtingen is ook zo’n machteloos iets; overgeleverd aan de grillen van de ander maakt je een speelbal van de wind. Alleen wat je zelf denkt en wat je doet kan je bepalen. 

Ik kan eerst eens een plek zoeken waar ik vrijuit kan huilen, de spanning eruit en zorgen dat ik de eerste uren niet onder de mensen hoef te komen met mijn koppie. Ik kan zorgen voor een zacht kleed en kussens. Ik kan een kop thee zetten om mij te warmen en yoghurt met fruit tot mij nemen. Nee, geen chocola, ik wilde juist slank zijn want dan is alles goed in de ideale wereld en dat is ook gelijk een goede reden om de drank te laten staan. Toch wel de eerste ingeving. De kruiden van de berenburg zijn vast helend voor mijn keel en anders verdoven en leiden ze wel af. Nee, pak een boek. De tijd gewoon even uitzitten. Het ergste moment is altijd korter dan de rest. 

Het liefst kreeg ik bevestiging van een ander. Je bent goed zoals je bent. Kom, ik zorg wel even voor je en help je als jezelf even niet weet hoe het moet. Stil maar Lief en hier een kus. 
Een ander …
Wees je eigen ander; je eigen moeder, je eigen partner. 
Ik glimlach, want zorgen voor een ander kan ik wel. Ach meisje, soms is het ook rot, moeilijk en ben je moe. Kom maar. Ik streel mijn eigen arm. Een stortvloed aan tranen volgt. Even lijkt de pijn nog erger te worden, maar daarna volgt iets van ontspanning. Ik voel liefde voor mijzelf groeien. Meid je doet het zo goed.
Eigenlijk ben ik best wel een beetje een super woman.

Vakantie

Vakantie

Klabats! Spleshh! Spetters vliegen meters hoog de lucht in. De zon schildert regenbogen in de druppels. Golven overspoelen de wal, terwijl de fuut krijsend haar pullen voor haar uit door het water jaagt. Mijn dochter gilt zonder stem. Tractors houden stil op de Tollebekerbrug. De wind houdt haar adem in.
Met al de kracht die er in mijn armen ligt opgeslagen,  sla ik twee grote zwemslagen. Mijn vingers zo lang mogelijk voor mij uit strekkend.

Ik zag het gebeuren, zittend vanaf mijn picknickkleed in het hoge gras. Ik hing achterover en steunde op mijn armen.  Met mijn ogen tot spleetjes geknepen tegen het felle licht, keek ik naar Eva Luna. Ik zag haar glimlach op haar gezicht bevriezen toen ze door had wat er gebeurde. Verrassend lenig sprong ik overeind. In één vloeiende beweging schoof ik mijn rode jurk over mijn heupen en borsten naar omhoog zonder ook maar mijn blik van het water los te laten. Ik mis nog net de rode drijver van Baywatch, maar met de gretigheid van Pamela Anderson spring ik in het water.

Ik moet nog één extra slag maken en dan heb ik het touw. Het water heeft het zich bijna toegeëigend. Het geel witte koord ligt al compleet in haar schoot.  Nog even en het wordt opgeslokt in de donkerte en meegenomen naar de koude onderstroom die ik bij mijn voeten voel. Nog één keer haal ik uit. En net voordat ik met mijn gezicht door de waterplanten naar beneden moet, voel ik het tegen mijn vingers. Yes! Ik heb het in mijn hand!
Ik haal het touw naar mij toe, trek het meter voor meter binnen en voel hoe het touw strak komt te staan. Het gewicht dat misschien al tegen de bodem aantikte haal ik omhoog.

Even kijk ik naar de wal. Eva Luna haar ogen zijn zo groot dat ik het complete tafereel erin weerspiegelt zie. Haar moeder van 46 jaar, spartelend in de Urkervaart. Haar moeder die alleen maar haar bikini had aangedaan om de smeekbedes van dochterlief te stillen. Moeder en dochter die beiden wisten dat met de voetjes bungelend in het water voor vanavond wel de max zou zijn.
Haar ogen groot van angst om mijn reactie.

Ik glimlach. Ze durft nog niet haar schouders te laten zakken, maar heel voorzichtig gaan haar mondhoeken omhoog. Ik grinnik. Zij laat haar ogen mee stralen. Ik lach voluit en roep: ‘Kom! Spring er ook in, het is lekker water.’ Na een aanloop en een bommetje ligt ze naast mij. We halen samen het touw, waarvan de lus om haar pols over haar hand was geschoten en mee door de lucht vloog richting de bodem van de Urkervaart, naar ons toe.
Aan de grote magneet die onderaan het touw bungelt zit een verroeste tentstok.
Hoe duidelijk wil je het hebben. Een uur geleden liep ik het kantoorpand uit en vanaf nu zijn wij klaar voor onze vakantie!

Knuffelvriendje

Knuffelvriendje

Het is avond en al een beetje schemerig. Ik zit op mijn knieën op de oprit. Ik heb de autodeur open en kijk of ik iets onder de bijrijdersstoel zie liggen. Dat iets zou Stekeltje, een knuffelegeltje moeten zijn. Ik ontdek drie ijskrabbers, maar daar gaat het niet om hoor ik. De voordeur staat open en boven aan de trap staat een meisje in nachthemd hartverscheurend te huilen.
Zo even kwam ze beneden. ‘Ik kan niet slapen mama, ik mis Stekeltje.’

We zoeken overal. Helaas levert onze zoektocht niets op. Vanmiddag zijn we bij Paul geweest, zou hij daar nog kunnen liggen? ‘Mag ik bellen mama?’ Paul is niet bestand tegen zoveel tranen en biedt tig nieuwe egelknuffels aan als Stekeltje echt onvindbaar blijkt te zijn. Niet dat Stekeltje vervangbaar is, maar het gesprek is toch behoorlijk rustgevend geweest. Ze krijgt nog een kus en lekker-slapen-wensen door de telefoon toebedeeld. Paul vraagt of hij ook nog een telefoonkus terug krijgt. Mijn meid die nooit kussen geeft, zelfs niet telefonisch zegt ‘Nee.’ Aan de andere kant van de lijn klinkt gesputter, maar dat wordt door haar resoluut afgekapt: ‘Misschien wil je moeder je wel een kus geven.’

De dag is weer begonnen. Mijn meisje sluipt bij mij in bed. Na een paar minuten gaat het gesprek weer over Stekeltje. We gaan al onze handelingen van gisteren na. Ineens zie ik een beeld op mijn netvlies van Stekeltje, klem tussen de zonneklep in de auto.
In nachthemd staat, dit keer dochterlief, op de oprit bij de auto. Even later hoor ik haar de trap oprennen ‘Nee mama, daar lag hij niet’, maar alles in haar lijf schreeuwt een andere boodschap uit.

Dit moet gevierd worden met een heerlijk ontbijt op bed. Gistermiddag hebben we samen met een vriendinnetje cake gebakken. Best verantwoord, er zat ook een appel door, dat wordt ons ontbijt.
Tot welke leeftijd is dat knuffeltjes-gebeuren eigenlijk of komt er daarna gewoon een ander soort knuffelvriendje en mag ik mij nu nog gelukkig prijzen …

Londen

Londen

Ik voel het licht op mijn gezicht. Ik wend mijn hoofd naar omhoog. Een smalle strook zonlicht schijnt de vertrekhal van het vliegveld Stansted in. Tussen duizend mensen in, sluit ik mijn ogen, mijn hand op de rug van Eva Luna en de andere hand op mijn tas. Wat goed. Wat rijk heb ik het zo. Wat bevoorrecht dat ik dit kan voelen.

We vliegen terug na drie dagen met z’n tweeën in Londen te zijn geweest. Wat was dit super om samen te beleven. Wat een avontuur. En wat hebben we veel gedaan! Complete dagen de hort op.

Ik heb je dagboek voor me en onze tickets en flyers om in te plakken. Ik wil schrijven maar weet amper waar te beginnen; het vliegtuig of nee de heenreis in de auto al naar het vliegveld toe. Om half vijf vertrokken we. Jij mocht de avond daarvoor met een deel van je kleren aan in bed stappen, zo kon je in de ochtend zo de auto in, om verder te slapen. Jouw adrenaline werd echter geactiveerd en je bleef de twee uur durende rit naar het vliegveld non-stop kletsen.
Tijdens het opstijgen pakten we elkaars hand stevig vast. De spanning ontladend in gelach ‘Mama, we zijn van de grond!’ De verrukking die je uitstraalde toen je het wolkendek onder ons zag.
Er huilt een kindje. Ik zeg dat ik destijds blij was dat jij niet huilde tijdens de veertien uur durende vlucht naar Bolivia. Toen je net geen twee jaar was zijn we met ons tweeën daar naar toe gevlogen. Je wilt alles weten over deze vliegreis. Ik vertel dat je op de stoel stond en net met je blonde koppie over de leuning kon kijken. De mensen in het vliegtuig, dat gevuld was met Bolivianen, vergaapten zich aan je en probeerden je te laten lachen en maakten foto’s van je. ‘Ik was beroemd!’

Vanaf vliegveld Stansted met de trein naar Ilford om daar in te checken en onze koffers op de hotelkamer te plaatsen. Daarna met de trein via Stratford de Underground in op weg naar het centrum van Londen. We zoeven onder de stad door en stappen uit in de wijk Camden Town. We struinen over marktjes en winkelstraten met uitbundige gevels en doen een verlate lunch bij de Camden Lock Market. Alsof ik op een festival zit met rondom mij alle verschillende eettentjes. Het sfeertje is er ook naar en wat ben ik blij met jou, dat je precies aanvoelt waar we het beste kunnen zitten. Een verhoging gebouwd om een boom en jij eet zittend met je rug tegen de boomstam je broodje.
Aan het eind van de middag bezoeken we Hamleys. Een speelgoedwinkel met zeven verdiepingen. Met gemak vermaak jij je hier ruim twee uur. Er wordt speelgoed gedemonstreerd, je mag ermee spelen en als kers op de taart mag je een workshop Build a Bear volgen.

De volgende dag zien we de wisseling van de wacht bij Buckingham Palace, rijden we in rode dubbeldekker bussen, natuurlijk bovenin en vooraan zittend door de stad, lopen we door parken, stappen in een de cab die ik voor ons aanhoud omdat de Diana Memorial Playground toch wat verder blijkt te liggen en stappen wij in het donker het Underbelly festivalterrein à la De Parade aan de Southbank af waar we genoten hebben van een wel zo’n fantastische acrobatiek show en zien het rad Londen Eye en de stad met al haar lichtjes.
En dan vergeet ik nu ook nog meer dan de helft. Alle mooie gebouwen en ohh het Natural History Museum, wat was dat gaaf!

En het allermooist ben jij. Wat ben ik trots op jou. Wat een avonturiersbloed zit er in je. Van ’s morgens half acht tot ‘s nachts half elf uur op pad en dan nog om tien uur ‘s avonds de deuren van de Underground steeds open doen voor de in-en uitgaande mensen. Mij eruit lopen bij het bekijken van mineralen in het museum. Er staan daar tientallen vitrines met stenen en jij wilde meer zien dan ik, terwijl ik mezelf toch echt tot de top reken wat verwonderen betreft. Kilometers in de benen, al onze gesprekken, het vrije reisgevoel dat jij ook zo knap beheerst en toch ook bijna de hele tijd hand in hand. Jij bent mijn licht. Ik ben rijk.

TIPS VOOR 2 DAGEN LONDEN MET KIND: reisschema, vervoer, attracties, bezienswaardigheden en prijzen.