Dankbaar

Dankbaar

’Ik ga een andere moeder zoeken, mama!’ In de categorie ‘ooit krijg je als ouder deze zin naar je hoofd geslingerd’ werd hij vanmorgen door haar gemaakt. Boos en krachtig staat ze voor mij. Ze kijkt mij uitdagend aan. Kom maar op, straalt ze uit, ik lust je rauw.
Ik voel mij niet gekwetst. Stiekem spreekt het idee mij wel aan. Ik moet mij dan ook inhouden om haar niet op weg te helpen. Haar in de auto te zetten. Huizen van vriendinnetjes bij langs te rijden en haar ergens te dumpen onder de woorden: ‘Probeer het daar maar even lieverd van mij!’

Wat ben ik blij met al het geduld van juffen en badmeesters. Van al de mensen om ons heen die haar kansen willen geven om haarzelf te ontwikkelen. Haar haarzelf willen laten zijn. Nu zal ze daar ook vast geen brutale mond hebben. Ze zal eerder staan met haar koppie licht voorover gebogen, vingers in de mond, spelend met een wiebeltand. Al zie ik, als ik haar stiekem op de opvang even kan waarnemen, een heerlijk spelend kind; zo vrij en blij.

Ik ben dankbaar dat meester Ben haar in het zwembad allerlei spannende oefeningen kan laten doen, terwijl ze een glimlach op haar snoetje houdt. Dankbaar voor haar half-zus die in Burgers Zoo met haar op avontuur gaat door de Bush en maakt dat mijn meisje zo trots op haar is. Dankbaar dat ze van haar juf haar beer ‘s morgens in de kring op schoot mag houden, ondanks dat het geen spulletjesdag is. Dankbaar dat mijn meisje zelfs op vrijdagmorgen nog graag naar school wil, omdat ze hoopt dat ze gaat rekenen.

Ik ben oma dankbaar die haar speciale koekjes geeft en altijd wel eentje meer, dan dat ik zou doen. Dankbaar dat mijn vriend haar laat gieren van de pret en dat ze hem soms verkiest boven mij bij het naar bed brengen. Dankbaar dat een vriend haar bij de hand pakt en zegt: ‘Kom, we gaan de andere kinderen buiten op het erf zoeken.’ Dankbaar dat de grote meisjes die op het erf spelen, het zo leuk lijkt om eens op haar te passen. Dankbaar voor de oppasmeiden die ik al heb en haar zoveel aandacht geven; daarin vast uitgebuit door mijn meisje.

Het is soms moeilijk.
Het allerliefste meisje van de wereld opvoeden. Om haar alles mee te geven, óók de grenzen.
Ik ben dankbaar voor de steun van mijn vriendin, die mij deze ochtend helpt, als wij uitgeput en met tranen in onze ogen voor school staan.

Koesteren

Koesteren

Staand achter mij. Zijn kin op mijn hoofd. Zijn armen om mij heen. Het stevig vasthouden van elkaars handen. Ik zie de tranen niet, maar weet dat ze er zijn. Misschien nog ingeslikt, maar ik voel ze. Zijn verdriet.
Ik zet mijzelf aan het werk. Bij elke inademing zuig ik mij vol met mooie muziek, de frisse buitenlucht, de blijdschap die er hangt op het Ketelhuisplein. Ik vul mij. En wel zo vol dat ik over kan stromen. Ik voel de liefde als een vuurbal in mijn buik groeien. Lijf tegen lijf. Dat de gloed hem mag troosten.

Ik zie de beelden op het grote podium. Schermen gevuld met een vallend skelet in rode gloed. Ik hoor de bassen over mij heen denderen. Hoor Volbeat met ‘See me falling, yeah down and lonely. Are the angels on their way, I’m in the dirt. Hear me screaming, see me bleeding. Cause the days, no more the same without you. Feel the sadness burning in my heart. You left to early father love.’

Bij Lola Montez staan wij innig zoenend. Het nummer dat ons bij elkaar bracht. Ik hoor Dead but Rising en wring mij door een paar rijen mensen heen zodat ik, voorzichtig want ik heb verkeerde schoenen hiervoor aan, in de pit mee kan douwen. Vriendlief achterlatend die het liefst zijn knokkels vel-loos slaat op elke gast die mij beukt. Mijn osteopaat zal mij lichamelijk wel weer oplappen en ik ken een adelaar. Alles komt goed.

Ring of Fire en Sad Man’s Tongue. Voorzien van heerlijk intro. De voorpret bezorgt het publiek al bijna een orgasme. De gedachte dat mijn vent vanavond nog de zoetigheid van cola en whisky van mijn borsten kan likken, de persoon voor mij tikte mijn glas aan, laat mijn ogen stralen. Ik spring, schreeuw, geniet!

We staan in de open lucht. Heel af en toe de nevel van regen ontvangend. Verkoelend bij al het vuurwerk van de meer dan geweldige show. Opgaand in de band. Fijne vrienden om ons heen. Elkaar met een knipoog aankijkend als Still Counting wordt ingezet; ‘Counting all the assholes in the room.Well I’m definitely not alone.’
We leven! We hebben het goed! We vieren het leven!

Mooierd

Mooierd

‘Als je mooie woorden gebruikt mama, dan wordt het nog mooier!’ Eva Luna weet het mij feilloos uit te leggen. ‘Jij wilde toeren, maar als we Pauls woord ‘cruisen’ gebruiken, is wat we doen veel cooler.’

Ondanks de airco, staan de ramen naar benee. We hangen nonchalant onze elleboog naar buiten. Eva Luna maakt het geheel af door met regelmaat een vinger de lucht in te steken. Een groet aan gapende voorbijgangers.
Wij hebben even oponthoud. Midden in het centrum van Domburg is een poppentheater aan de gang. Er staan mensen op straat. Wij, als twee goedlachse knappe blondjes, wachten wel geduldig. Ondertussen meer aandacht trekkend dan de hoofdact.
We rijden namelijk in het grote glimmende zwarte beest; de Dodge Ram 1500 Laramie.
Oke, mooie spullen kunnen ook meehelpen in de beleving, maar buiten dit centrumdingetje om, had ik met mijn Opel Astraatje hetzelfde genietende effect gehad.

‘Mama jij hebt niet zo’n kaartje als Paul. Verdwalen we nu niet?’ Ach, dat is ook maar een woord. We cruisen door de punt van Walcheren. We hebben de tijd. Genieten van het uitzicht en joelen gillend mee met de te hard aanstaande muziek.
We zijn hier goed in; plezier beleven, vrij zijn, ontdekken.

Eerder deze week ontdekte Eva Luna een krabbetje op het strand in haar schepnet. ‘Voor het eerst in mijn leven mama!’ Later volgden de zeesterren. 
Nu liggen we op onze buik op de handdoeken. Voor ons een bult schelpen. Ik mag helpen uitzoeken. Welke schelpen mogen er mee naar huis. Ik selecteer op gave hele versus kapotte. ‘Nee mama, als de binnenkant van een scherf heel mooi gekleurd is, is hij ook goed en je moet kijken naar de zeeribbels die erop zitten.’
Ik hou van de overvolle emmer schelpen die later in de strandkar staat. Ik hou van mijn meisje met haar oog voor al het mooie.

Terwijl we aan het uitzoeken zijn zegt ze: ‘Eigenlijk mama, zeggen de woorden die ik ken, niet wat ik zie. Deze schelp is mooier dan ‘witte schelp’. Ik noem deze Saladi. Deze heet Samana en deze heet Maskoeda.’
Als een malle ga ik meeschrijven. Haar woorden blijven maar komen. ‘Deze heet Seeda, deze Halla en dit is een Ganza. Dit is een Koesamisteen die zorgt dat je niet gaat opgeven. Dit is een Wasanasteen. Dit een Proesaanschelp die zorgt dat mensen beter voor elkaar en de huisdieren zorgen…’ 
De rest van de woorden gaat verloren in de wereld waarin ik door haar verblijf.

Mooie woorden. Soms misschien fantasie, maar wat een heerlijke kracht; het mooie benadrukken! Wat goed voor je welbevinden! Dankjewel Mooierd, voor al jouw moois!

Liefdevol

Liefdevol

“…. trampoline-billen.” Mijn meisje zit op een kussentje, op mijn bagagedrager. We fietsen een rondje door het dorp. Heerlijk om soms haar armen om mijn middel te voelen, terwijl ze haar blonde koppie tegen mijn rug aanvlijt. “Wat zei je? Ik kan je niet helemaal verstaan.” “Dat je trampoline-billen hebt mama.” Om haar woorden kracht bij te zetten pakt ze met beide handen mijn billen vast en veert ze op en neer.

Mijn rondingen zijn de laatste tijd erg in trek bij haar en dan met name de beweging daarvan. Vriendlief pakte tijdens het stoeien mijn borsten vast en schommelde ze in zijn handen op en neer. Mijn meisje hoort mij schateren. Ze vindt het heerlijk als mensen plezier hebben. Ik zie haar denken; waarom lacht mama zo hard. Ze had het door en sloeg het met stip op in haar geheugen. Te pas en onpas voert ze de grap nu uit. Verbaasd als ik in de saaie kassarij niet superblij reageer op haar grap.

Liever heb ik niet zoveel aandacht voor mijn rondingen. Ik vind alles net wat te rond. Af en toe gooi ik er wat sportactiviteiten tegenaan of wat minder suiker; onder het mom ‘eet minder suiker, je bent al zoet genoeg’, maar lang houdt het nooit stand. Zo gauw ik de extraatjes eraf heb, verslapt mijn fanatisme weer.

Tevreden ben ik niet. Gelukkig sijpelt er wel een klein beetje acceptatie in na een half mensenleven. Dit ben ik. Ik begin van mijn lijf te houden. Mijn huid is zacht. Er zit veel kracht in dit lichaam. Het is knuffelbaar. Heerlijk om  mee te vrijen. Het heeft mijn dochter gedragen, gebaard en gezoogd. Mijn dochter kan er erg om lachen en ik kan er goed mee dansen.

Als ik blijf zoals ik nu ben is dat goed. Een paar kilo minder nog  beter. ‘Doe er dan wat aan Zweers’, bijt ik mijn eigen gemopper toe. Of anders eigen je deze spreuk toe; perfectie is een illusie van mijn ego. Liefdevolle intentie de creativiteit van mijn ziel.’

Dag

Dag

In mijn ene hand zijn hand. In de andere hand een pen. Ik waak naast zijn bed. Ik streel zijn wang en schrijf zijn in memoriam. Het is goed om samen te zijn. Ik weet wat er komen gaat. Het is bizar en niet te bevatten.

Mijn schoonvader is overleden. We hebben net zijn uitvaart gehad. De mis en koffietafel zijn voorbij.

Ik dans mijn voeten zwart.
De pumps liggen uitgeschopt tegen de muur.
Hij zit in zijn nette pak,
op zijn knieën op de vloer.

We zijn in de bedrijfshal en tranen stromen.
De radio staat hard.
De muziek hartstikke fout.

We hangen in elkaars armen.
We zwalken omarmd
tussen vlindermachines, werkbanken en het wagenpark.

We lachen.
We zijn verslagen.
Niet dat er een winnaar is.

We zitten in een niemandsland.
Hier bestaan geen woorden als leven of dood.
Dit is het gebied, als de liefde alles overstijgt.

Respect

Respect

De tranen schieten mij spontaan in de ogen. Ik was er totaal niet op bedacht. Snel mijn ademhaling onder controle brengen, voordat de tranen over mijn wangen stromen. Aan de andere kant, het zijn tranen van blijdschap. Puur genieten. Pure liefde. Maar het is wel zo’n sentimenteel gedoe van mij.

Het is de peuter- en kleuterochtend van weer een schitterend Dorpsfeest. Dit jaar is er zowaar een band aangerukt voor de jongste Tollebekers en die van mij, die danst erover. De band zet de eerste noten in, nee sterker nog, de drummer tikt alleen nog maar af en ze springt al overeind. De kinderen zitten op lange lage banken en hebben zojuist gekeken naar een toneelstuk. Het is super wat de Feestcommissie elke Tollebeker aanbied. Maar Eva Luna staat dus al te springen. Met vriendinnen hand in hand en lekker los en gek en wild. Even front row bij de band en stralen van oor tot oor.

Er was al geen twijfel dat dit meisje mijn dochter was, maar de bewijsvoering is nu zeker rond. Ik ben wel zo idioot trots op dit blonde meisje en stiekem ook op mijzelf. Zo trots dat ik de liefde voor muziek in haar bloed heb kunnen laten doorstromen. De liefde voor vrij bewegen. Ik ben trots op haar dat ze mij mijn zicht terug geeft. De vlag uithangen wat stelt dat nu voor. Maar daar vergiste ik mij in. Eerst het wisselen van de Nederlandse vlag die aan de stok hing, voor de Tollebeker vlag, dat was al een heel ding. Dan met de vlaggenstok voor je buik mogen lopen en rond marcheren door de kamer. Tot slot buiten juichen als ik hem met stunt- en vliegwerk in de houder krijg en klappen als de wind hem mooi bol blaast.

Het is echt zo gruwelijk mooi om met haar een Dorpsfeest te vieren. Het bezoeken van de feesttent. De verwondering over de straatversiering. We volgen rode schoenen, proberen te ontdekken welke sporten de poppen uitbeelden en bekijken de gefotoshopte foto’s die ik heb gemaakt voor onze straatversiering. Dat laatste vervult haar met blijheid. Ze is zo trots dat ik meehelp. We groeten de mensen op straat. En nee, we kennen niet iedereen, maar het is goed, want je bent vast een goede bekende van weer een goede bekende van ons. We zijn dorpsgenoten.

Ik heb respect voor het dorpsgevoel. Hopelijk mag dat ook bij een ieder door gegeven worden in de bloedbanen, want wat is dit heerlijk feesten zo samen!

Bewust

Bewust

Vanaf de achterbank hoor ik non-stop geklets, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Als je de pech hebt dat je adem moet halen, neemt de ander snel het gesprek over. Naast mij een vrouw die met haar hele lijf mee zit te zingen met de net te hard aanstaande cd van Kinderen voor Kinderen. En ik, achter het stuur. De blijdschap in mij voelend van deze 3 lieve 6-jarige meiden. We gaan een dagje uit naar Avontura.

Gelijk na bijna elk avondeten zoeken de 2 vriendinnen elkaar op. Bij mooi weer schuimen ze de straten af en anders vliegen ze een der huizen binnen. Ze nemen vrolijkheid mee. Nadat we met z’n drieën een spelletje hebben gespeeld, hoor ik ze boven giechelen en schateren. Tegen half 8 roffelt er eentje de trap af. ‘Ik moest van mama om 7 uur thuis zijn.’ ‘Ja, ga maar mee je vriendin wegbrengen naar de straat achter ons, maar nu beiden rap jas en schoenen aan! Intussen app ik je mama.’ Later die avond krijg ik een berichtje terug: ‘Alinda was de tijd vergeten mama…’

Het is ochtend. Ik sta aan het aanrecht en vul haar broodtrommel en drinkbekers. De merels vliegen af en aan voor het raam. Vlogen ze een tijd geleden met takjes, inmiddels hebben ze hun snavel vol wormen. ’s Morgens in mijn bed met mijn slaapkamerraam open hoor ik de kleintjes al roepen om de zorg van hun ouders. Zou die moeder merel ook denken ‘laat mij eens een keer ongestoord van mij afschijten’ of ‘laat mij eens wakker worden in mijn eigen tempo?’ Zou ze zorgzaam de nog aan elkaar geplakte veertjes schikken. Een slaapliedje voor ze fluiten? Is ze al bezig met het aanleren van de eerste vliegoefeningen? Haar kroost wordt nog sneller groot en zal nog eerder uitvliegen.

De cliché opmerking: ‘Geniet er maar van. Voor je het weet, zijn ze groot’, lijkt te kloppen. Een goed bedoelde opmerking die mij soms kortaf in de oren klinkt. Een beetje toegebeten, alsof men met boosheid zit over dat men zelf niet goed heeft opgelet destijds. Alsof dat groot worden plotseling is gebeurd, zo uit het niets. Alsof het ze is overkomen, zonder dat ze genoeg genoten hebben van hun jonge kinderen.
Ik moet ook opletten dat ik niet teveel achter mijn laptop zit te werken. Dat ik het maar voor lief neem, dat er een heel mooi meisje in mijn kamer zit te spelen, maar gelukkig, wat beleef ik veel samen met haar en door haar!

Zes jaar is ze alweer. Ik ben blij met mijn dagboeken en fotoboeken vol verhalen over ons samen. Nog meer kans dat onze herinneringen levend blijven en we de afgelopen zes jaar zo lang kunnen laten duren als we maar willen.
Extra bewust leg ik haar deze avond in bed. Eigenlijk gebeurt er niets anders dan andere avonden. We liggen naast elkaar in haar bed. Bespreken wat het meest grappige of verdrietige van de dag was en knuffelen elkaar.
Ik ben mij bewust, dat ik het mooiste meisje van de wereld mag zien opgroeien.

Zon

Zon

‘Wat veel narcissen, mama!’ Rijen dik staan ze bij elke ingang van het dorp. ‘Speciaal voor jou lieverd. Ze versieren het dorp omdat jij morgen jarig bent.’ Met een verrast koppie kijkt ze mij aan en dan verschijnt er een glimlach op haar gezicht. Ze weet dat het niet zo is, maar we kunnen wel net doen alsof.

Ze ligt in bed. Liggend op haar rug. Ze heeft een leesboek in haar handen. Zacht hakkelend hoor ik haar letters lezen en samenvoegen tot woorden. Op het dekbed tegen haar aan gerold ligt Nova, haar kleine kitten. Ik zit op de grond. Mijn rug tegen de kast en bekijk mijn meisjes. Eva Luna en Nova, maan en ster, mijn eigen nachtelijke hemel zo dichtbij.

Nachtelijke wegwijzers in een vorig tijdperk. Nu heb je heel andere navigatie. Ik ben er wars van en volgde afgelopen week de paddenstoelen van de ANWB in Drenthe. Ik toerde tussen weilanden met de eerste lammeren en erven vol bloeiende magnolia’s door. Ik was op weg naar het verjaardagscadeau, de kitten. Ik betrapte mij erop dat ik een soort van zwangerschapsspanning voelde. Gek misschien en blijkbaar heb ik mijn meisje besmet, want zij heeft inmiddels al juichend geroepen: ‘Nu ben ik grote zus!’

Lieve Eva Luna. Je bent speciaal, dus dat van die narcissen had best waar kunnen zijn. En ja, ik ben je moeder en zal je altijd speciaal vinden, maar geloof me, jij bent speciaal. Je ogen zijn gevuld met het mooiste blauw. Je hand die de mijne zo vanzelfsprekend vastpakt, zo zacht en warm. Je wil, zo sterk. Je hart zo groot.
Je raakt mij in alles. Met jou soms bijna doorschijnende huid kom je zo in mij. Soms is het alsof jij en mijn ‘innerlijk kind’ met elkaar verweven zijn. Wie van ons voelt nu wat? En is wat jij zegt, nu wat ik denk? Ben jij misschien toch nog een wegwijzer van deze tijd?

Toen ik kind was, heb ik belangrijke levensvoorwaarden gemist. Als volwassene geef ik nu, net zoals velen, reacties vanuit wat ik mijzelf heb aangeleerd aan overlevingstechnieken. Ik heb mooie vormen ontwikkeld, maar ze zijn ontstaan vanuit de oorzaak pijn. Soms sluimert die pijn nog rond.
Door jou Eva Luna, te zien en jou zo graag al het goede te willen geven, kwam ik uit bij mijzelf. Als ik nu mijzelf eens zie als kind, net zoals ik jou nu zie. Mijn innerlijk kind zien met haar pijn en er voor haar zijn.
Ik ben moe en het is eng, het voelen van de eenzaamheid, maar het ‘gezien worden’ is ook zo troostend. Ik zal verder groeien vanuit veiligheid. Ik kan groeien als volwassene en als de zon helend werken.

Bedankt mijn net zes-jarige meisje, dat je mij de weg hebt gewezen.

Cadeau

Cadeau

800 euro is de vraagrijs, maar omdat deze een knik in de staart heeft slechts 350 euro. Ik zoek een kitten voor mijn bijna jarige dochter. Ik begeef me in een compleet nieuwe poezenwereld en val van de ene verbazing in de andere. 

Tussen de raskatten door, zie ik soms een glimp van een gewoon poesje. Ik reageer. Ik weet dat ik niet de enige geïnteresseerde ben. Binnen een half uur is de advertentie 247 keer bekeken en 26 keer bewaard. Ik heb reeds gebeld maar kreeg de melding dat de telefoon tijdelijk buiten gebruik is. Misschien werd de eigenaar al door een ander gebeld en is Tijger al weg. Ik voel me paniekerig. Ik ben ook zo belachelijk vrij om nu al verliefd naar dat fotootje te staren. Had ik toch gelijk moeten bellen in plaats van eerst te mailen? Maar ik ben niet zo’n beller. Ik weet niet of dat komt doordat we thuis pas telefoon kregen toen ik in de 2e klas van de havo zat, maar ik kan nog altijd een rood hoofd krijgen als ik bel.

Mijn lieve meisje wordt eind deze maand 6 jaar. Op haar verlanglijstje staan schoenen met wieltjes én lampjes, een space scooter, een vliegreis naar een warm land en al het speelgoed dat vertoont wordt tussen de kinderfilmpjes door op Telekids. Maar ik weet ook, een poes staat al op haar lijstje sinds ze kan praten.

Maar waar vind ik een betaalbare huis- tuin- en keukenpoes. De enkeling die ik tegenkom op Marktplaats doet al gauw tegen de 200 euro. Wat zijn ze zeldzaam ineens. Winterstop qua seksleven? Zelfs de opvanghuizen kunnen mij geen kitten of jonge poes leveren. Of ik even de complete vragenlijst wil invullen om te zien of ik wel een goede match vorm en om teleurstelling te voorkomen, er hebben al vele mensen gereageerd op Lotje mevrouw.

Ik begeef mij maar weer op Marktplaats en baan mij een weg door de meest verschrikkelijke krabpalen, onbeslapen designmanden en hangmatten voor aan de verwarming. Dit alles soms heerlijk voorzien van de tekst ‘Mijn poes bleef liever op bed liggen.’ Ik zie uitlaatriempjes. Stikzielig voor een poes lijkt mij, maar ik weet zeker dat ik mijn meisje er een super plezier mee zou doen.

De zorg en verantwoording die om de hoek komt kijken bij het aanschaffen van een huisdier, daar doe ik het niet voor lief meisje van mij. Dat is bij jou al boventallig aanwezig. Ik wil je alleen zo graag iets geven waarbij je je altijd op je gemak voelt. Waar je je geheimen tegen kan vertellen. Waar je je verdriet, angst, boosheid, blijdschap en vooral heel veel knuffels mee kan delen. Knuffels om je te troosten. Bevestiging te ontvangen dat je er mag zijn. Dat je waardevol bent. Ik zie je wel meisje. Ik voel je kwetsbaarheid.
Lieverd, ik zal je voor altijd omarmen en ja je krijgt je schoenen met wieltjes, over de lampjes twijfel ik nog, maar bovenal geef ik je het liefst cadeau; zelfvertrouwen.

Levensloop

Levensloop

‘Mm wat ruikt het lekker’, zegt hij liefjes.Yes! Ik heb mijn ideale schoonschoon gevonden! Hij mag mee-eten en ik had enkel nog maar het water in de pan voor de te koken tagliatelle. Ja, dan kom je met zo’n opmerking wel met stip op nummer 1 binnen.

Beetje vroeg om over de relatie van mijn dochter na te denken? Nee hoor. Ik kom er namelijk achter dat het allemaal heel snel gaat. Leerde ik met het woordje boom mijn eerste letter lezen in klas 1 (groep 3), zij leest en schrijft, zittend in groep 2 inmiddels al vele woordjes. Had ik vroeger als kind niet zoveel weerwoord, zij kletst mij nu onder de tafel als ik even niet oplet en bij de turnles krijgt ze al meer voor elkaar dan dat mij ooit gelukt is.
Nee, die meid weet de vaart er wel in te houden. Er zijn zelfs al twee wiebeltanden.

Zaterdag, als heel de straat nog slaapt, rijden wij stilletjes het dorp uit. De Urkerweg enkel verlicht door de sterren. Alsof we op vakantie gaan. Zo’n lekker spannend gevoel. Lang voor de vroege wekker, wakker worden.
Dit was het gevoel toen we een paar maanden geleden voor het eerst de zwemles van 8 tot 9 uur volgden. Inmiddels is dit spannende gevoel wel weg. Misschien bij moeders nog iets van spanning, maar dan zeker niet als positief uit te leggen. Zes dagen in de week de wekker op 7 uur en dat al maanden lang. Maar ze wordt groot en zal ooit haar zwemdiploma wel halen. Ze zal nog leren veters strikken. En wie weet dit jaar ook nog gitaar of keyboard leren bespelen.

Ik heb een mooie opbergkist laten maken. Hij is beschilderd met details van je geboortekaartje. Ik leg het doosje met felicitatiekaarten van de zwangerschap en geboorte daarin. Ik leg het groene boekje van het consultatiebureau daarbij. De ordner met knutsels gemaakt in 4 jaar kinderopvang. Eerste slofjes en babymutsje. Dagboeken en al een stapel fotoboeken.
En het is zo raar. Ik weet dat je klein bent geweest. Zo klein dat je zelfs in mijn buik paste. Ik weet dat je in de kinderstoel zat en lachend op het potje, maar nu ik de foto’s zie, voel ik het ook zo weer. Mijn armen maken als vanzelf het wiegende gebaar, gevouwen voor mijn borst. Ik houd je vast met heel mijn wezen, heel mijn zijn. Je wordt groot. Jij bent groots. Tranen om zoveel grootsheid. Woorden niet toereikend.

Ik hoor je roepen onderaan de trap. ‘Mama, mag ik een appel?’ Ja hoor, probeer jij je wiebeltand er maar uit te happen. Ik weet dat je verder moet.