Author Archives: Inktspettersblog

Freerunnen

Freerunnen

‘Hou je bek, kut.’ De eerste kennismaking bij de proefles Freerunnen kan maar duidelijk zijn. ‘Maar ik zei helemaal niets’, perst ze er nog net kleintjes uit voordat haar stem haar verlaat en zij zichzelf via haar rug uit haarzelf duwt. ‘Nou, je keek naar me’, wordt ze toegebeten. Een kort gedrongen jongetje met stekelhaar zit in kleermakerszit op de verhoging naast de trampoline. Hij kruist zijn armen demonstratief over elkaar. Zijn hoofd is naar voren geknakt. Bij het horen van de stem van meester Juan draaien zijn ogen naar boven en glimmen, net zichtbaar onder zijn gefronste wenkbrauwen op.
Ik zie hem. Hoe sneu ik dit moment ook voor mijn meisje vind, ik zie een speciaal jongetje. Meester Juan reageert naar Eva Luna en de jongen en ik trek mij snel terug. Zij is net zoals het jongetje in goede handen.

Het was spannend die eerste les in februari eerder dit jaar. De lessen daarna ook nog wel. De groep bestaat op 1 meisje na, waar ze niets mee heeft, uit zo’n 20 jongetjes. Sportieve mannetjes, schuchtere jongens, hyperactieve stuiterballen en eigenlijk is ieder op zijn of haar manier speciaal. Het is een mooie mengeling aan individuen.

Wie ben je. Wat vind je leuk. Wat doe je als het spannend wordt. Ik vind het mooi om haar beweging te zien in de uren freerunning. Hoe ze overzicht heeft gekregen in de hectiek van de Jumpstyle-hal. Ook mooi is dat de meesters na de zomervakantie de lessen zo gestructureerd aanbieden. Haar plezier krijgt hierdoor makkelijker de ruimte.
Het tikspel bij de warming up wordt behalve met spannende oogjes nu gecombineerd met een lachende mond en regelmatig glunderen haar wangen trots als ze pas als een van de laatsten getikt wordt. Ze krijgt het nu voor elkaar om, het zij zachtjes, bij een meester aan te geven dat ze de backflip graag wil leren. En hoe heerlijk, ze kan het inmiddels. Ze groeit in het ontdekken van haarzelf, haar lichaam en kracht.

Dat ze niet vrijelijk rond rent in een groep begroot mij soms. Dat ze zich zo bewust is van de aanwezigheid van de ander. Ik had haar meer vrijheid gegund. Iets onbezorgder, luchtiger, speelser of zoiets.
Maar ze wil niets fout doen en aan regels houd je je. Ze kan anderen lezen en vindt het naar als iets niet puur is. Ze kan compleet ontdaan zijn als iets niet eerlijk verloopt. Ze kijkt de kat uit de boom en vind het heerlijk om filmpjes te kijken met poes Nova op schoot.

Mijn fijngevoelige meisje, mijn dappere avonturier, ik hoop dat, terwijl je al die sprongen maakt, je mag beleven dat er meer is dan hoog en laag. Dat daar heel veel tussenin zit. Ga maar freerunnen en ontdek het maar. Het is goed. Ik zie je.

Elkaar vasthouden

Elkaar vasthouden

Zet de tijd maar stil. Laat mij hier maar staan. Met mijn voeten in de modder. Tot over mijn knieën in het slootwater. Mijn rode jurk met witte stippen lichtelijk omhoog getrokken.
Zicht op slootwanden gevuld met botergele bloemen. Een frisgroene rietstengel tussen mijn tanden. De schaterlach van Eva Luna rollend tussen het mooiste blauw van de hemel door. De zon maakt dat ik mijn ogen een beetje dichtknijp. Mijn mondhoeken gaan mee omhoog net zoals mijn stem. Licht en helder roep ik wat terug tegen mijn meisje, terwijl ik een lichtblauw vlindertje spot.

We lopen het Blote Voetenpad. Eva Luna zit inmiddels in de modder en bedekt haar blote benen ermee. Die meid kan zo genieten en zo ontzettend stralen.
Samen met een lieve vriendin en haar kinderen zijn we bij De Strandhoeve. Eerst dwaalden we hier door maisdoolhoven. De mais is nog niet op de maximale hoogte en stiekem is dat wel leuk. We zien de kinderkoppies er nog net bovenuit steken; rennend van links naar rechts en weer terug.
Ik hoor een plons en gegil. Over de vijver is een touwbrug gespannen. In het midden daarvan is Eva Luna met kleren en al er vanaf gesprongen.
De jongsten likken aan een ijsje en wij de moeders, delen gebak en onze liefde voor dit moment.

De volgende dag delen we kwark met honing en walnoten. We zitten op een picknickkleed in een veld vol paarse bijenkorfjes en gele bloemetjes die lijken op wilde leeuwenbekjes in de bossen van Schokland. Eva Luna en Stan graven in het zand van de Gesteentetuin.
We lopen door het bos en er worden vele kikkertjes gevangen en net zoveel weer vrij gelaten. Er wordt weegbree gezocht voor op de opgelopen brandnetelbulten. We wijzen elkaar op mooie kleuren groen, op roofvogels en ondergaan de zuiverende rust tussen de bomen.

We spelen in onze polder. We lopen met onze liefsten. We delen ons eten. We delen onze glimlach en onze tranen. We zijn benieuwd naar de toekomst. We zouden willen weten hoe het er over een jaar uitziet. Mijn vriendin is ziek.
De tijd van deze twee heerlijke middagen stil zetten en vasthouden kan niet en hoeft ook niet.
We houden elkaar, gewoon even wat vaker vast.

Niks mooier as dat

Niks mooier as dat

‘Deze hanger is mooi voor aan jouw ketting.’ Ze houdt een goudkleurig zonnetje omhoog. ‘Want jij bent het zonnetje in huis.’ Zij zelf is met haar naam Eva Luna vanzelfsprekend de maan en poes Nova de ster. We staan in een sieradenwinkeltje in Groningen. Zojuist hebben we ook al oorbellen uitgezocht en het leuke is, we hebben besloten daar samen mee te doen. Met haar negen jaar is ze een echte grote meid aan het worden en door haar blijf ik jong.

Door haar tel ik alle treden van de Martinitoren. Door haar zie ik een jongen met een Knolpower shirt. Zijn moeder zegt even later op een terras aan de Grote Markt: ‘Wat heeft je dochter een coole trui zegt mijn zoon’. Trots gaat ze rechterop zitten in haar hoodie van Brawl Stars. Door haar zitten we op de grond in een grote boekhandel en lezen elkaar stukjes voor. Ze is helaas nog niet zo’n fervent lezer als ik, maar als stimulans mag ze voor haar nieuwe boeken ook een 3D boekenlegger uitzoeken. Door haar zit ik twee dagen achter elkaar in Kattencafé ‘Op z’n kop’ te lunchen waar ze meer aandacht heeft voor de mooie poezen dan haar tosti. Door haar kan ik in het pashokje blijven staan en hoef ik niet in een te grote rok met onelegante sokken daaronder door de winkel. Ze ontpopt zich als mijn personal assistant. Door haar heb ik geen hinder van de nevelregen die ook op een van onze vakantiedagen valt. Door haar vind ik het niet erg dat de afdruk van mijn linoleum snede niet zo goed gelukt is. In het grafisch museum Grid volgen we samen een privé workshop en zij tekent, gutst en rolt inkt alsof ze niet anders gewend is.
’s Avonds in het geleende huis van mijn vriendin, waar we drie nachten verblijven, spelen we kolonisten en kruipen laat op de avond tegen elkaar aan in bed. Door haar leer ik veel over zeehonden. We volgen de puzzelspeurtocht door de zeehondencrèche in Pieterburen. Door haar kom ik tot een high five in de lucht en de kreet ‘Girlpower’ die zij vervolgens aftroeft met ‘Vrouwenpower!’ Haar toelichting; we doen veel meer dan dat meisjes zouden doen. We rijden met de auto over doodlopende hobbelpaadjes achter weilanden en een fietspad naar de noordelijkste rand van Nederland. We waaien bijna lachend van de dijk af en zien in de verte eilanden in de zee.
Het duurt een tijd voordat we weer op de A7 uitkomen, op weg naar huis. Ze doezelt weg met haar hoofd tegen haar grote knuffelhond terwijl ik mijn nieuwe cd, gekocht bij Plato beluister. Daniel Lohues zingt ‘Niks mooier as dat’.

En ik weet, er gaat niets boven Eva Luna.

Onward, voorwaarts mars

Onward, voorwaarts mars

‘Huilie huilie, mama?’  Ik wist dat ze naar mij zou kijken. Dat ze wilde zien of ik tranen in mijn ogen had of nog beter, dat ze over mijn wangen stroomden. Ergens mis ik van binnen een muurtje of eigenlijk; ik heb gewoon altijd de deur open staan lijkt wel. Ik kan zo intens voelen. Bij zo’n Disneyfilm van vanmiddag doe ik echt mijn best om niet te huilen, maar zoals vaker in de bioscoop ben ik blij met de verhullende donkerte. Ik voel mij betrapt als Eva Luna mij aankijkt, maar hé, Disney heeft ook gewoon rake zinnetjes erin. Gooi er een goede muziek onder en je hebt mij.
Kunst, natuur en muziek snellen vaak zo mijn ziel in en ontbranden dan in mijn lijf. Pretvlammen komen in de vorm van tranen uit mijn ogen en net zo vaak golft er een reïncarnatie van een ‘big mama’ van het zuidelijk halfrond mijn heupen in.

De laatste dag na drie maanden thuiswerken voor werkgever en school sluiten we af met een uitje. We zitten in het rode pluche en kijken naar Onward. De film speelt zich af in een fantasiewereld waarin de magie een platform krijgt na te zijn weggeduwd door onze moderne technologische levensstijl.  Het verhaal gaat over twee broers en aan het eind van de film ziet een van de jongens hun vader die reeds was overleden, heel even in het echt terug. Dat kan bij Disney. De jongens hadden ook elfenoren en waren lichtblauw getint, maar dat zie je na een uur kijken niet meer. Na het laatste ontroerende slot, in de stilte voordat de aftitelingsmuziek wordt ingezet, zegt het vriendje van Eva Luna: ‘Die vader was eigenlijk best lelijk, maar ja liever een lelijke dan geen vader.’

Dit keer ben ik degene die kijkt wat er gebeurt op het gezicht van dochterlief. De woorden zijn haar hoofd binnen gekomen. Ik volg ze en zie ze via haar onbewogen gezicht naar haar schouders zakken, haar rug recht zich. Haar vader die al bijna zes jaar geen contact met haar opneemt. Hij zakt mee naar haar hart. Daar nestelen de woorden zich in haar basis. Er gebeurt daar wat. Er komt beweging, onward, voorwaarts. Ik zie dat haar hart contact maakt met haar ogen. Ze gaan gloeien. Haar wangen kleuren roze. Haar mond krijgt een krachtige trek en als haar lippen wijken komt er warmte: ‘Ik heb Paul en die is ook nog eens mooi.’

Voor ons overigens nog geen aftitelingsmuziek. We bezitten magie en zijn sensitief of noem het fijngevoelig of ontvankelijk. Wij staan in ieder geval open voor het leven en stappen dapper voorwaarts.
Kom daar maar eens overheen Disney!

Alleskunner

Alleskunner

Ik bekijk het filmpje van gisteren tig keer en het liefst met geluid. Ik hoor haar lach en die van mij. We schateren het uit. Die meid van mij, van net 9 jaar, rijdt zelfstandig op de crossmotor en ik mocht een rondje bij haar achterop. Onze lijven dicht tegen elkaar aangedrukt, ons plezier en spanning samengesmolten.
Ze wekt mij tot leven. Het lachen schudt mij wakker. Wat een energie maakt het in mij los.

Mijn ogen vullen zich met tranen. Ik ben moe. Alles gaat goed zeg ik steeds en dat gaat het ook. Ik ben trots op de werkhouding van Eva Luna. Zeven weken lang heeft ze elke ochtend trouw haar schoolwerk gemaakt met mij als stand-by juf. ’s Middags en ‘s avonds sprokkel ik mijn uren voor de werkgever bij elkaar, doe huishoudelijk werk, speel een spel en knutsel en wandel een rondje door het bos en dorp. We lijken een goed ritme gevonden te hebben.

En toch voel ik, ik ga van binnen achteruit. Ik word moe. Ik kan dit ‘coronaleven’ niet meer zo goed volhouden. Tuurlijk, het is mega knus, thuiswerken met een heerlijk geurende sering uit eigen tuin op het bureau en een poes liggend naast mijn stoel, maar het is pittig. Ik heb het idee dat ik constant nog wat moet doen. Wat ook zo is, maar door geen duidelijke tijdsvlakken in de week, lijkt het wel alsof ik elk moment voor alle activiteiten tegelijk ‘aan sta’.
Nu heb ik de waterkoker aan om het water voor de pasta alvast te koken, de wasmachine centrifugeert zijn laatste rondje zo te horen, ik bekijk koelwerkbanken die in de bakkerijkrant moeten en roep tegen Eva Luna die net de deur uitgaat, nadat ze de hele zolder samen met haar vriendin heeft volgebouwd met tig hutten, dat ze om half zes thuis moet zijn.

Ik voel mij verantwoordelijk. Ik wil dat Eva Luna haar schoolontwikkeling goed door blijft lopen en dat ze geniet ondanks deze bijzondere tijd. Ik wil dat alles voor mijn werkgever trouw door blijft gaan. Het liefst doe ik er nog een schepje bovenop om samen deze tijd goed door te komen en eigenlijk doe ik er nog een schepje bovenop, want ik ben zo bang dat mensen denken dat thuiswerkers er de kantjes van aflopen.

Afgelopen vrijdagnamiddag bel ik mijn Lief, maar hij neemt niet op. Hij zal nog wel op een betonvloer zitten. Ik stuur hem een app: Niets bijzonders waar ik voor belde. ‘k Heb het lek en wilde een knuffel. Ik sluit af met een blozende smiley.
Ik schaam me echt. Ik als stoere vrouw, als zelfbenoemde alleskunner, kan toch alles. Ik kan alleen mijn dochter 24/7 opvoeden, haar alle mogelijkheden bieden om te groeien tot een vrouw van de wereld. Ik kan het thuis in mijn eentje runnen, mijn baan vervullen en er voor anderen zijn. Ik kan alle ballen in de lucht houden zonder hulp van ouders. Ik kan de tuin herinrichten en ik kan tegen een week met amper slaap doordat ik elk uur ‘s nachts op de wekker zie langskomen en verstrikt raak in mijn dromen. Dromen waarin, in het heerlijke roze glazuur van tompoucen lange haren blijken te zitten. Dromen waarin ik telkens het inlogscherm van mijn werk zie en daar niet aan voorbij kom. Ook ren ik achter een bal aan die door de wind wegrolt over straat. In een hoek waar alle blad ook in is opgewaaid zoek ik en ik vind mijn dochter die wakker is. Het is alweer ochtend. ‘Mama, wat zullen we vandaag gaan doen?’

Mijn lief belt. ‘Ik las je app. Wat kan ik voor je doen. Wat zou je willen.’ ‘Ik vind het al fijn even je stem te horen. Het is goed zo.’ Echter; een uur later zit hij op mijn bank, neemt de zorg voor mijn meisje over, speelt met haar en legt haar in bed.

Het was een goed weekend. Ik voel me nog erg moe, maar twee wijze lessen die ik de komende tijd goed ter harte moet nemen zijn mijn bewustzijn binnengedrongen. Je mag jezelf pas tot alleskunner uitroepen als je hulp kan vragen en ruimte vrij kan maken om te lachen!

Bloesem

Bloesem

‘Linkervoet op groen.’
Als ik de slogan ‘Advies en maatwerk in grootkeukens’ nu eens boven die afbeelding plaats.
‘Rechterhand op rood.’
Ja, dan komt het tekstvlak voor Ovri, de rvs-fabriek van Hakvoort Professional ook beter uit.
‘Ieuww!’
Ik hoor een gil en een harde bons boven mij op de zoldervloer. Blijkbaar is dat laatste standje in Twister niet haalbaar geweest.

Op zolder speelt Eva Luna met haar vriendin en ik zit in mijn geïmproviseerde kantoorkamer op de eerste verdieping. Her en der sprokkel ik mijn thuiswerkuren bij elkaar en maak momenteel advertenties in de nieuwe huisstijl op.
De eerste dag dat de school en opvang sloten, nam ik Eva Luna nog mee naar kantoor. Ja, ik waste mijn handen vaker, maar verder zat het corona nog niet in mijn systeem. Tot ik mijn directeuren zag. De spanning van de afgelopen weken en de bevestiging in de eerste toespraak van premier Rutte, tekenden zich af in hun lichaamshouding. Schouders die vermoeid naar voren hingen, de opeenstapeling van nieuwe ontwikkelingen zichtbaar in de rimpels op hun voorhoofd. Leen die voor het eerst niet glimlachte bij het zien van mijn meisje. ‘Hou haar op je kantoor, ze mag niet door het pand lopen.’

Mijn Lief heeft inmiddels een tante en een oom verloren aan het coronavirus. Een zoon is plots geslaagd voor zijn opleiding. Alle evenementen zijn geannuleerd, steeds meer winkels en bedrijven dicht. Ik voel angst als ik hoor dat in de Noordoostpolder mensen besmet zijn.

En onder al die onrust, verstopt als onder een laken waar we een tent van hebben gemaakt, leven Eva Luna en ik. We hebben een ritme gevonden. ’s Morgens om acht uur uit bed. Wassen, aankleden en ontbijt en om negen uur beginnen met het schoolwerk. De uitkomst van de som 7×8 kon ik nooit onthouden, maar nu ik dagelijks de tafels nakijk zal ik 56 altijd linken aan deze weken. Terwijl ik de ramen was, zie ik Eva Luna gebogen over haar spellingswerkschrift. Tussen de middag eten we samen aan de ronde tafel. We lachen veel.
O, we hebben elkaar ook wel in de haren gezeten. ‘Jij legt het helemaal verkeerd uit. Juf doet dat heel anders!’, maar juf vlogt en mailt en schreef dat Eva Luna geduld met mij moest hebben. ‘s Middags mag ze spelen in de tuin met haar vriendin of heeft ze ineens online blokfluitles. Twintig minuten stond ik met mijn telefoon in de hand met de camera op haar gericht, zodat zij met juf kon videobellen via de app.
Na het avondeten wandelen we. We zien kikkerdril en beren.

Het gekloot met inlogschermen van allerlei online lesmateriaal, het soms tot tien uur ’s avonds aan het werk zijn, het altijd aanwezig zijn van corona; ergens word ik moe van alles.
Maar het is net zoals het verhaal uit het prentenboek ‘Wij gaan op berenjacht’: We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor… O nee! We moeten er dwárs doorheen.

Ik begrijp dat mensen vanuit een vorm van controle willen hebben, doemscenario’s bedenken, maar ik denk dat je handelen je gedachten volgt …
Ik kijk naar de eerste witte bloesemblaadjes van de pruimenboom. Ik zie een nieuw begin van nieuwe vruchten. Hier wil ik in investeren en ik bewerk de grond.

Opdat wij niet vergeten

Opdat wij niet vergeten

‘Heeft oma geleefd in de oorlog?’
‘Nee, zij is daarna geboren.’
Een tijd terug stelde ze ook al vragen over de oorlog.
‘Heb je op school gewerkt over oorlog en welke dan?’
‘Ja, hoezo welke?’
‘Er is helaas vaker oorlog, maar ik denk dat jij het over de Tweede Wereldoorlog hebt gehad?’
‘Ja, die naam was het.’
Ik leg de naam daarvan uit.
‘Hoe begon die oorlog mama?’
‘Een man had ideeën en wilde dat iedereen zijn ideeën als waarheid zag en dat lukte bij heel veel mensen. Wat zou jij doen? Zo maar meedoen of zou je nadenken over wat hij zegt?’
‘Ik wil misschien wel bij een groep horen. Ik wil niet dat ze achter mij aan zitten.’
‘Wil je zien hoe die man, Adolf Hitler heet hij, eruit zag?’
‘Ja, want ik heb een monster in gedachten, maar hij was dus een gewone man?’
Ik zoek een foto op en we zien zijn snor, kapsel en rode band met hakenkruis om zijn arm.
‘Ik wil ook een filmpje over Joden zien’ en ze pakt mijn telefoon.
Uhhh, dit kan heftig zijn.
Ik vertel snel wat over barakken, hele grote huisjes op een soort camping maar dan zonder de gezelligheid en in de huisjes alleen maar rijen stapelbedden. Heel veel mensen die de hele dag een soort gestreepte pyjama grijs, blauw aan hebben, waarin ze moesten slapen maar ook werken. Bijna geen eten dus mager en korte haren vanwege de luizen.
Terwijl ze nog zegt: ‘Dan pak je toch een spin van de muur’ drukt ze op play.
Ik kijk goed mee. Is dit filmpje geschikt?
We horen een vrouw jodelen.
‘O, je hebt het verkeerd getypt.’
‘Nee hoor, dit zei de juf. Maar hebben wij nog iemand in de familie die de oorlog kent?’
‘Ja, die oudtante die bij ons was toen we de Tulpenroute gingen rijden. Zou je haar wat willen vragen over de oorlog?’
‘Ja, of ze kan jodelen.’

‘Op 4 en 5 mei hebben de mensen het er over. Dan denken we er bewust over na.’
‘Waarom? Is het toen gestopt?’
‘Ja, die oorlog stopte toen in ons land. We denken dan aan de mensen die dood gingen in de oorlog en aan de bevrijding. Dat het fijn is dat wij nu in vrijheid mogen leven én dat we er samen aan moeten werken dat dat zo blijft.’

Misschien moet ik die tante vragen om op Eva Luna’s school in de eerste week van de maand mei wat te vertellen. Zoals vaak bij een doorfluisterspel komt aan het eind van de rit het verhaal er heel anders uit. Dit zijn de laatste jaren waarin we nog rechtstreeks kunnen horen hoe het was om als kind in Nederland, op te groeien in oorlogstijd.

Opdat wij niet vergeten.

Saamhorigheid

Saamhorigheid

‘Lange dag school, opvang op de Boterbloemboerderij en als ik je daar, na werktijd heb opgehaald, rijden we op weg naar huis langs de viskraam.’
Mijn antwoord op de vraag die elke avond als ze in bed ligt terugkomt: ‘Wat ga ik morgen doen?’

Op dinsdag staat de viskraam in het dorp en sinds een paar maanden zijn we daar steevast iets na half zes te vinden. Mijn meisje verheugt zich altijd op dat moment. De dinsdag is qua invulling waardeloos in haar ogen, maar het vooruitzicht op die overheerlijke kibbeling, maakt dat ze de dag doorkomt. Dat en ook een stukje nieuwe traditie. Ze vindt het mooi om gebruiken te hebben.
Kerst vier ik al meer dan tien jaar inclusief een logeerpartij van mijn broertje en gezin en met Oud en Nieuw moeten er spetterkaarsjes afgestoken worden. Tradities die ik graag met haar deel.
Als kind stond ik stoer, trots en lachend en heel soms een beetje angstig op de zandbakrand voor ons huis met buurtkinderen astronautjes te knallen. Later gooide ik strijkers van me af terwijl ik na middernacht van vriendenhuis naar vriendenhuis trok. Het plezierige sfeertje, het speciale moment; we gaan samen een nieuw jaar in, deed mij zo goed. Wanneer het licht werd kwam ik thuis. Ik kon dan gelijk bij mijn ouders in de auto stappen om de Nieuwjaarswensen over te brengen aan opa en oma. Daar aangekomen hapten we met heel de familie in rolletjes en was er voor de jongsten mierzoete rode kinderlikeur.

Nu zoek ik Oudejaarsdag samen met mijn meisje de carbidknallen op. We staan op een boerenerf gevuld met mensen rond een groot vat vol vuur en zij mag haar eerste echte rotjes knallen.
Ze was precies 9 maanden oud toen ze met vuurwerk begon. Met ons tweetjes zaten we knus het jaar uit en na middernacht stonden we buiten bij de voordeur. We hielden elkaar en de spetterkaarsjes stevig vast. We lachten om de spetters die de boze geesten voor ons gingen verjagen en verwelkomden het licht om ons het nieuwe pad, dat voor ons lag, te laten ontdekken.

Het hebben van enige structuur is fijn. Een soort van ankerpunten door het jaar heen. De andere kant; het niet weten hoe je dag er morgen uit ziet, leven in een andere cultuur en je begeven tussen wildvreemden, het avontuur leven; dat wat ik tijdens mijn backpackreizen mocht beleven, is het lekkerste wat mij is overkomen.
Maar toch, geef mij beide maar. Ik had die reizen niet met iemand samen willen ondernemen, maar ik vond het wel fijn om mijn verhalen via een blog te delen. Het verbinden geeft meerwaarde. Zo is het ook met gebruiken, met het uitvoeren van tradities, ze maken dat je ergens bij hoort. Samenhorigheidsgevoel. Dat vuur, die warmte, dat is mooi om door te geven.

Dat mijn meisje niet in klederdracht de klompendans hoeft op te voeren zoals ik dat tijdens mijn afscheidsmusical op de lagere school deed, prima. Zij hult zich nu met haar schoolvriendinnen in oranje kleren tijdens de Koningsdagspelen en staat dansend te genieten op het speciale lied van Kinderen voor Kinderen. Een traditie mag best in ontwikkeling blijven.
Als het vuur in tradities maar uit de goede benodigdheden, de vuurdriehoek; voeding, zuurstof en warmte blijft bestaan. Als er één van die drie mist of niet zuiver is, gaat het vuur niet aan of met ons aan de haal.

Wat brengen we samen in. Wat is onze voeding aan normen en waarden. Stroomt er fris zuurstof in ons bloed of zijn we vergiftigd en hoe zit het met onze warmte, onze hartelijkheid.
Je kan conclusies trekken aan de hand van het as en het vuur verbieden, maar als de mens blijft met haar inbreng. Moet je dan niet gewoon beter naar de mens kijken?

Bescherming

Bescherming

‘Mijn geluksgetal is 31 mama, mijn geboortedag, maar ook 13 en weet je waarom? Niemand gebruikt het geluk dat bij 13 hoort.’

Tijdens het Kerstfeest op school wordt gevraagd wat een ieder voor gedachten heeft bij vrede. Thuis praten we erover na en zeg je: ‘Bij vrede denk ik aan de regenboog. De regenboog zie je alleen bij zon én regen en het woord vrede bestaat alleen doordat er ook ruzie is.’ Vervolgens noem je de namen van jouw naasten en geeft iedereen een kleur. ‘En dan wil ik oranje zijn en jij bent rood.’ ‘Waarom?’ vraag ik. Je pakt mij vast en zegt: ‘Dan ben je altijd naast mij.’

We hebben samen de knusse Kaarsjesavond in de Orchideeën hoeve bezocht. Nu alleen nog even naar de wc en dan door het donker naar huis. We staan een poos in de rij te wachten, maar eindelijk is er een hokje vrij. Jij gaat snel zitten. ‘Die oma voor ons heeft lang op de wc gezeten.’ ’Ja? Is de bril warm?’ ‘Ach als je over de rand pist is het ook lekker warm’.

Ik hou van je, mijn wijze grappige meisje. Wat word je toch groot.
Vannacht lagen we naast elkaar. Ik heb niet veel geslapen.
Je zou het niet verdragen hebben als je wist hoeveel ik naar je keek. Het is maar goed dat jij sliep. Je had anders gekke bekken getrokken, dat weet ik zeker. Nu kon ik rustig je mond met volle lippen, je lange wimpers, je blonde lokken en blozende wangen bewonderen.
Jouw zachte kreungeluidjes vanuit je dromen, de warmte die je lijf uitstraalt. Wat een hoog knuffelgehalte heb je op mij. Ik houd me in, want ik wil je niet wakker maken.  
Maar hé, ik heb altijd koude voeten. Zal ik … nee, dat kan ik niet maken. Ach, ik kan het misschien wel even proberen, je slaapt altijd zo vast. Mijn voeten leg ik tegen je benen. Je gaat wat verliggen, gelukkig zonder dat mijn voeten wegglijden en legt een hand op mijn borst.
Ik kijk deze nacht telkens of je nog onder het dekbed ligt en tegelijk denk ik, is het niet te warm voor je. Ik leg mijn arm om je heen. Als baby lag je ook zo graag met je hoofd  in de holte van mijn oksel. Ik krijg wat kramp, maar vind het zo knus. Een uur later word ik wakker. Mijn arm ligt wel heel onprettig hoog. Voorzichtig wil ik je hoofd iets verleggen. Wat blijkt, ik heb stomweg een knuffel liggen beschermen.

Maar meisje, ook al ontvang je steun van je getallen 31 en 13 en heb je tig knuffels om je heen, ook ik blijf je beschermen.
Als jij oranje bent, blijf ik rood.
Erewoord.

Eigenwaarde

Eigenwaarde

‘Leviathan where are you now?’ Ik sta tussen mystiek grijze mistflarden in. Af en toe zie ik een stukje van mijn geheime vriend uit de onderwereld boven de golven uitsteken. Zingend roep ik hem: ‘Leviathan open your eyes!’

Als kind was ik bang voor jou, het monster in mijn buik. Ik wist dat je er was, maar durfde geen contact te maken. Ik trok mij terug, maakte mij onzichtbaar en hield mij stil. Totdat dat moment kwam. Wilde ik niet geheel oplossen in het niets dan moest ik nú mijn stem gaan gebruiken.
Doodsbang stond ik voor je. Jij was mijn verwrongen van pijn misvormde ik. Je hitte sloeg pijnlijk in mijn gezicht. Je rood-oranje ogen waren gevuld met hoog opspattend vuur. Je benam mij de adem met je stank en toen ik probeerde te zien hoe je eruit zag, kroop ik tegelijkertijd het liefst weg. Met je vele tinten zwart en zonder echt duidelijke contouren leek je mij oneindig groot. Had je vinnen, klauwen, vleugels of meerdere staarten en groeiden er nu hoorns uit je kop?

Maar ik kroop niet weg. Ik liet mijzelf zien. Ik ging kijken naar mijn eigen ogen, naar mijn lijf, naar mijn contouren en grenzen. Je stimuleerde mij. Geef jezelf maar vorm zei je tegen mij. Ontdek jouw vuur maar. Jij kan de hele wereld aan. Open gerust je mond, dan worden jij of zij maar even bang.

Ik word wakker door mijn eigen zingende stem. Ik heb een glimlach rond mijn mond. Met open ogen stap ik krachtig uit mijn dromen. Vroeger is vroeger en heel soms nog een beetje nu. Maak het een fijn leven op deze wereld. Voor iedereen, maar ook zeker voor jezelf. Neem maar. Vraag maar. Als het alleen maar om geven ging in het leven, had je wel gedroomd over unicorns met regenbogen. Liefde geven dat gaat je wel goed af, maar neem die liefde ook. Kom maar in actie. Echt, jij bent het waard.

Mijn meisje stuitert telkens, al bij het intro op de autostoel en onderweg herhaalt ze het nummer tig keer. ‘Dit is mijn lievelingsnummer op deze nieuwe Volbeat-cd mama!’
Ieder heeft zijn eigen Leviathan, maar ik hoop mijn lieverd, dat jij die van jou eerder de hand schudt dan dat ik heb gedaan. Gebruik je vuur om liefde te geven, maar vul er ook zeker jezelf mee.