Category Archives: 06. Dagboek 2016

Goed

Goed

Het is gelukt! Het is 6 december. En nu uitstappen. Aan het werk.
Ik zit in mijn auto. Sta geparkeerd op de parkeerplaats voor mijn werk. Achter mij het bedrijfspand. Voor mij de geploegde akker met vorst op de voren. Even zit ik helemaal stil en bewonder. Ik zie een parelmoerig kleurige lucht en een zon die rozerood is. Het onderste stuk nog net verstopt achter de aardbol. Op de voorgrond raast het verkeer over de A6. Wat een drukte is het weer. Moeten we weer allemaal mee in de tredmolen’, denk ik geïrriteerd.
Ik corrigeer mijzelf. Ik ben moe. Slaap te weinig, ren soms te hard, maar ik vind mijn werk leuk en verdien er mijn huur mee. En zoals ik al schreef; het is gelukt!

Mijn meisje heeft een super Sinterklaastijd gehad. Een dikke vijf jaar oud en daarmee op haar best voor dit feest. Wat een enthousiasme. Puur. Vol leven. Spanning en plezier net in balans. Tekeningen maken. Schoen zetten. Pepernoten bakken. Het Sinterklaasjournaal volgen. Liedjes zingen. Verkleden als Sint of Piet. Pietengym op school en zo trots zijn dat mama daarbij hielp. Schoentjes knutselen van een vouwblaadje met 16 vierkantjes en dan al die ontmoetingen met Sinterklaas. Hij kwam weer groots met de boot aan in ons dorp en vierde feest in de gymzaal met heel veel Pieten. Samen met mama naar het grote Sinterklaasfeest in de Jaarbeurs met alle bekende Pieten van tv en bekende kindartiesten. Sint bij de buurtvereniging, Sint met ons gezin en gisteren de afsluiter op school.

Ze is zo blij met haar cadeaus, waaronder de cd van Kinderen voor Kinderen. Ze weet nu zelfs het antwoord op de vraag in het vriendenboekje ‘Wat wil je later worden’. ‘Meisje van Kinderen voor Kinderen mama!’ Totdat ik het dekbed ’s avonds over haar heen leg, zingt en springt zij op het nummer Hupsakee!
Ik wil nog weleens zingen ‘Op een onbewoond ei-ei-eiland, daar zou ik willen zijn’. Niets hoeven en liggend in mijn blote billen melk uit een kokosnoot drinken lijkt mij wel wat. De afgelopen weken zijn de invulvakjes van de agenda te klein. Alles is leuk. Ik ben nu alleen achter adem.
Maar wat een geluk. Als ik dan zoals vanmorgen een paar tellen stil zit, voel ik ondanks vermoeidheid ook zo’n blijdschap. Het is gelukt!

Je kan altijd nog langere verlanglijstjes maken, zogeheten bucketlist gaan aanleggen, maar wat is het al mooi. Een lieve gezonde dochter, lieve knappe vriend, prettig huis, werk dat ik leuk vind, sociaal leven met warme contacten, ontzettend mooie reizen gemaakt, mooiste muziek live gehoord. Straks nog Kerstdagen met fijn familiebezoek. O en afgelopen dagen gereden in een Dodge Ram, tickets voor een Volbeat concert voor over een jaar alweer gekocht en bericht gezien dat Lohues weer in het theater komt te staan. Ja het mag wel zo.
Lieverd, ga maar even slapen. Rust maar uit. Het is goed.

Verdraagzaam

Verdraagzaam

Het regent regenbogen. Wat zie ik er veel deze week. Als ik mijn meisje op een regenboog wijs, reageert ze inmiddels zelfs al lauwtjes. Alleen voor een dubbele wil ze nog wel even haar neus tegen het raam duwen.

De dag was bij ons trouwens al gestart met regenbogen. Haren nog verwilderd op het hoofd en brood kauwend staat ze te dansen. K3 gooit er op de televisie het nummer ‘Alle kleuren van de regenboog’ in. De pasjes bij het nummer worden uitgelegd. ‘Stap op zij, rol je schouders, appels plukken.’ Wat is ze toch smeuïg in de heupen en wat zingt ze liefjes mee.

Gisteren op de school van mijn meisje kwam de regenboog ook langs. Er werd stilgestaan bij Allerzielen. De kinderen zongen een lied. Bellen blazen naar omhoog, die alle kleuren hebben net zoals de regenboog. De pastoor kwam aan het woord. Zijn stem klinkt warm. Ik kan me alleen niet vinden in zijn woorden over God. Mijn meisje krijgt deze woorden aangeboden alsof dit de waarheid is. Ik wil me niet irriteren. Ik wil het saamhorigheidsgevoel voor laten gaan. Ik kijk naar buiten. Naar de bomen op het schoolplein. Het blad dat aan het verkleuren is. Ik zie donkere wolken langs de bomenrij. Er zit regen in. Ook zie ik het speciale herfstlicht van de zon. Het is buiten mijn zicht, maar ik weet dat er een eind verderop een regenboog te zien is.

Ik denk aan iets dat ik gisteren hoorde. Een in mijn beleving te ver doorgeslagen strijd over zwarte piet. Ik vind dat zwarte piet wel aangepast mag worden en dat was ook al reeds in gang gezet voordat het hele circus losbarstte; minder kroeshaar, geen typische oorringen en iets minder zwart. Onderhand hebben sommigen dit echter aangegrepen om helemaal los te gaan over racisme.
Ik denk verder.
Ik ben van mening dat vluchtelingen uit oorlogsgebied opvang moeten krijgen. Maar moeilijk hoor. Hoe verenig je verschillende normen en waarden die elk volk meekrijgt bij de geboorte. Kan dat wel? Moet je dat weleens willen? Moet je grenzen misschien toch nadrukkelijker maken? Hulp op een andere manier aanbieden?
Ik volg de herfstbladeren in de wind en daar gaan mijn gedachten weer.
Hoe om te gaan met religies. Prima als je dat vredelievend bij jezelf houd, maar hoe agressief denken sommigen te mogen handelen in de naam van hun geloof.
Wat biedt de wereld mijn kleine meid wel niet allemaal aan, aan zin en onzin. Zal ze goed leren filteren? Zal ze leren dat ook veel dingen naast elkaar mogen bestaan. Dat alles zijn eigen kleur heeft. Dat niet alles jouw lievelingskleur is, maar dat alle kleuren samen wel een mooie regenboog kunnen vormen. Dat het wel dé wereld is die bestaat uit zoveel kleuren.

Ik hoor kinderstemmen. De pastoor geeft het woord aan de kinderen. Ze mogen iets vertellen over het kunstwerk dat ze gemaakt hebben. Een jongetje uit een van de jongste groepen heeft van klei een hand gemaakt. ‘Waarom?’ vraagt de juf. ‘Daarmee kan ik mijn overleden oma altijd een hand geven.’

De regenboog. Een hand geven over elke grens heen?

Tijd

Tijd

Hoe laat zou het zijn. Niet dat het ook maar iets uitmaakt. Ik kijk over de rand van mijn boek. De zon zit achter de tweede palmboom. Ik weet genoeg. Drink een slok van mijn cocktail en zak weer achterover op mijn ligbed.

De eerste dagen was het bij vlagen moeilijk. ’s Morgens een zomerjurkje van het hangertje afwippen, aantrekken en dan zonder plan de hotelkamer aflopen. Onthand sta ik buiten. De ene ochtend lopen we 500 meter over de boulevard naar links. De andere ochtend 500 meter naar rechts. Verbazend over de heerlijke temperatuur op Tenerife. De ronde zwarte stenen op het strand. Om vervolgens met een blanco agenda bij het zwembad te gaan liggen.

Ik moet toch wel iets doen? Iets zien? Iets ontdekken? Iets van avontuur beleven? Indrukken opdoen van de wereld? Op zijn minst dat ik een planning maak waarin staat dat ik tussen twee en vier uur even niets hoef, maar daarna toch wel iets?

Braaf volg ik vriendlief. Ik kijk hoe hij ligt. Zijn gezicht ontspannen. Zijn loopje naar de bar. Zijn loopje naar een verfrissende buitendouche en hoe hij weer ligt. Eén en al tevredenheid.

De stilte wordt verbroken. De muziek zwelt aan. Een opzwepende beat. Aqua gym. Zal ik? Ik lig zo lekker, maar ik moet toch wel een keer iets doen? Als ik bezig ben, zal ik het ook vast leuk vinden. Aan de rand van het zwembad staat de instructrice. Ze gebruikt met een fanatiek enthousiasme haar stem en lijf. Uitstappen, armen draaien en lachen. Ik leef me in en dat kan ik heel goed. Ja, ik voel mijn spieren al bijna branden. Het is ook wel best zo. Ik blijf liggen. Glimlachend.

Eén keer maak ik een uitspatting en komt mijn vroegere ik van vorige week om de hoek kijken. Ik kan toch niet een week hier zitten zonder ook maar iets van dit eiland gezien te hebben. We huren een auto. Stappen in met onze flesjes drinken en rijden weg. Waar is die beroemde vulkaan. Wij komen eraan. We worden getrakteerd op een buitenaards landschap. Uitgespuugd door El Teide. Lava, versteend in de meest grillige vormen.
Het dansen op de vulkaan moeten we echter aan anderen overlaten. Het boven wachten, vol in de wind, op de gondelbakjes die ons naar het het topje zullen brengen. Mijn jurkje is veel te luchtig voor deze 3.000 meter hoogte. Ik voel me zo’n domme toerist. Eentje die ik tot vorige week nooit begreep. Heel even voel ik een vleugje misselijkheid om mijn niet-planning.

Later die middag sta ik in de Atlantische Oceaan. Op een mooi, deels verlaten strand laat ik de branding tegen mijn lijf aanbeuken. Het fijne zwarte vulkaanzand plakt tegen mijn benen. Het ruizen van de golven. De witte schuimbellen. De spetters die mijn gezicht verfrissen. Hypnotiserend. Ik geniet. Ik heb de tijd. We doen het een keer omgekeerd.

Toekomst

Toekomst

Alsof ze vliegt. Haar tule rokje wappert omhoog. Haar armen gespreid. Niets belemmerd haar. De angst, die ze vast zal voelen als ze de diepte inkijkt, verliest het van het avontuur. Ze staat op een zeecontainer en springt vanaf daar op het strand.

We zijn een dagje aan zee. Een date met allemaal kinderen geboren in maart 2011. Met de moeders van deze kinderen heb ik sinds mijn zwangerschap contact. We begonnen op het Viva forum, verhuisden naar Hyves en intussen bezetten we met 20 moeders een eigen gedeelte op Facebook. Ging de eerste post nog over de zwangerschap, al snel volgden de eerste tandjes, stapjes en inmiddels schoolperikelen.
Het is fijn om de ontwikkeling van je kind te delen. Een beetje te vergelijken en advies te ontvangen.

En wat zijn we rijk, met zoveel kinderen in goede gezondheid. O, er komt wel van alles langs, maar als ik de afgelopen weken de bladen lees met regelmatig een artikel over kinderen met spierziekte, prijs ik mij gelukkig. Deze week is de collecteweek van het Prinses Beatrix Spierfonds. Ik word benaderd of ik wil collecteren. Natuurlijk.
Ik heb alleen geen zin om mijn kostbare vrije tijd in te leveren voor het salaris van een directeur. Een check op internet en een blik in het boekje dat ik bij de collectebus ontving, geeft mij de informatie dat het salaris van de directeur in de onderste regionen staat van goede doelen-directies. Fijn.

Mijn meisje is al aan het proeflopen in de kamer. Een vorige collecteronde mocht ze samen met haar vriendinnetje met mij mee en ze ziet het weer helemaal zitten. Ik verdiep mij intussen nog even in het waarom van het collecteren en in het Prinses Beatrix Spierfonds. Het fonds financiert en stimuleert onderzoek naar genezing en een beter leven voor spierziektepatiënten nu. Het fonds krijgt geen overheidssteun en is volledig afhankelijk van donateurs en de inzet van vrijwilligers. De collecte is een van de belangrijkste inkomstenbronnen.

Mijn wenkbrauwen gaan naar omhoog. Geen overheidsgeld voor deze belangrijke onderzoeken? Hoe wordt het overheidsgeld verdeeld? O ja, Derde Dinsdag van September, Prinsjesdag, Rijksbegroting. Een begrotingshoofdstuk per ministerie en natuurlijk per hoofdstuk heel veel projecten en er is maar 1x geld te vergeven. Ik lees dat de overheid de zorg voor mens, dier, milieu en natuur meer en meer aan de maatschappij zelf gaat overlaten en enkel de rol van regelgeving nog gaat invullen.

Ik ben benieuwd waar het overheidsgeld dan aan besteed gaat worden, maar voor nu weet ik even genoeg. ‘De maatschappij, dat zijn wij’, springt er voor mij uit. Je moet het samen doen. Kleine moeite, groot plezier, dat soort kreten. Klinkt ouderwets, maar ook zo logisch.

Mijn meisje. Ze huppelt rammelend met de collectebus voor me uit. Een gezamenlijke activiteit. Mooie ‘quality time’ samen, een nieuwe kreet. Goed om samen te voegen met de zojuist genoemde. Voor een veilige sprong in de wereld van de toekomst.

Later

Later

Ze zit naast mij in de auto. Ik moet naar mijn werk en zij, omdat zij nog wel vakantie heeft, naar de opvangboerderij. Ze borstelt haar haar. Het is weer even wennen deze vroege tijden. ‘Ik wil later heel lang haar hebben. Ik wil later groot zijn. Ik wil later een andere naam.’ Dat eerste dat geloof ik allemaal wel, maar wat bedoelt ze met dat laatste. ‘Ja anders heb ik toch als ik groot ben een kindernaam.’
Terwijl ik daar nog over nadenk en de ruitenwissers aanzet zingt zij: ’t is klotenweer kloot kloot klotenweer.’ Aangeleerd door vriendlief en goedgekeurd door moeders want het is van Daniel Lohues.

Later als ik groot ben. Onlangs moest ik in haar vriendenboekje schrijven. Wat wil je later worden. Ik vulde in wat het eerste in mij opkwam, schrijfster. Eigenlijk is het nu al lang later. En ik ben heel tevreden. Ik ben moeder geworden en het grafische werk was ook wat ik graag wenste. Maar stel dat er later nog weer een later komt.

Ja dan ga ik dromen over dat huisje met grote wilde bloementuin. Een grasveld dat amper gemaaid wordt. Dan zie ik mijzelf zitten aan een werktafel bij het grote raam. Dan ga ik al mijn blogs verzamelen en nalopen. Ik ga ze voorzien van mooi zelf ontworpen beeldmateriaal. Ik ga ook een prentenboek vormgeven. Ik ga daarvoor heel goed naar mijn meisje luisteren. Zij heeft namelijk een heel goed boek in haar. Haar woordkeuze, haar gedachtegang, haar houding als ze iets doet. Ik hoef het alleen maar op te schrijven. Vanmorgen kwam ze blij de trap af. Haar borst vooruit, haar hoofd een tikje schuin de lucht in. Wijzend naar haar net zelf uitgezochte kleren: ‘Kijk, alles in de oceanenkleur mama!’ Als je een kleur zo kan benoemen, dan kan je toch ook een verhaal vertellen?

In de vakantie zijn we voor het eerst samen naar de bioscoop geweest. We zagen de film Grote Vriendelijke Reus van Roald Dahl. Dat magische van die film, dat wil ik in ons boek. We gaan naar Eva Luna’s maan. Schrapen daar wat sterrenstof van de korst en strooien dat over onze zinnen. Daarmee maken wij de woorden levend. Zo levend dat je je huid voelt tintelen. Je gaat voelen dat je mondhoeken omhoog gaan. Je gaat hardop meepraten in de wereld die wij voor je neer leggen. Je zal mee feesten en soms misschien de tranen in je ogen voelen branden. Ja, later gaan we nog zulke mooie dingen creëren.

‘Wat nou later’ zegt een spiritueel coach. Je moet in het nu leven.
‘Mag ik een snoepje mama?’ ‘Ja, pak maar.’ Haar standaard reactie: ‘Hoeveel?’ Doe vandaag maar twee. Een voor nu en een voor later.
Wij pakken gewoon beide!

Vastgelegd

Vastgelegd

Met z’n tweeën op weg voor ons eerste vakantiedagje Zeelandstrand. Onze drie mannen liggen in het zwembad. Halverwege de wandeling mis ik ineens mijn camera. Ik baal. ‘Maar mama dan vertel je toch gewoon hoe de foto eruit zou zien, dan zie je het toch ook weer?’

Mijn meisje. Nog liggend in de foetus houding van de nacht, ogen meer dicht dan open, maar met een stemmetje wel zo vol leven. ‘Nog 1 nachtje mama en dan gaan we op vakantie!’ Na het ontbijt gevolgd door de opmerking: ‘Zullen we naar bed toe mama?’

Je vermaakt je goed op de camping. Koos Konijn krijgt innige knuffels. Met je vriendinnetjes op ons campingveld  heb je een hut in het struikgewas. Heb je thuis in bad nog problemen met het haren wassen, hier in het overdekte zwemparadijs is daar niets van weer te vinden. Je springt  vanaf de kant zo het diepe in. Je maakt zelfs bommetjes, inclusief het vasthouden van opgetrokken knie. Handig die nieuwe knappe broers. Ook zeker om mee te schermen als je in het klimpark wordt belaagd door andere kinderen: ‘Nouhou ik wil daar langs en anders haal ik Roy en Sem op!’ Je rent naar de tafel waar we zitten om te vertellen wat er gebeurt. De broers zitten op scherp, wachtend op jouw teken om in te mogen springen.

Tussen alle liefheid door ben je ook rustig een draak dat zeurt om muntjes voor al de automaten  in de kantine. Vertoon je donderwolken op jouw gezicht als je die dag geen tweede cola mag. Stampvoet je de caravanvloer er bijna uit als kleren niet lekker zitten en als klap op de vuurpijl krijg ik te horen dat ik een rotmama ben als ik iets over bovenstaande durf te zeggen.

Mijn meisje dat precies vijf jaar geleden op precies hetzelfde plekje strand tegen mij aan lag. Opperst tevreden na het drinken aan mijn borst. In slaap gesust door het ruizen van de zee. De eerste vakantie van ons twee. Je was nog geen half jaar oud en we zaten in een huisje op hetzelfde park als waar nu de caravan van ons vernieuwde gezin staat.
Nu lig je met je lange mooie bruine benen vol schaafplekken van het buitenspelen naast mij op een badhanddoek. Ik zie de witte donshaartjes op je armen en rug. Je blauwe ogen spatten tevoorschijn uit een gaaf lief bruin gezichtje omlijst met witte haren. Op het strand zocht je zojuist na het zien van de grote hoeveelheid, alleen nog maar speciale schelpen. We sprongen hand in hand over de golven. ‘En nee mama, het water is helemaal niet vies. Het smaakt precies zoals dat potje met witte spul dat over een ei gaat. Ik lik thuis soms over het potje’, biechtte je plots op.
Ik kan je zachte huid voelen zelfs zonder mijn handen. Ik ken je geur. Ik kan je zien ook al loop je achter mij. Ik proef je enthousiasme voor leven. Het is zo overweldigend.

Mijn eerste vakantieweek ooit denk ik, dat ik zonder fototoestel loop. Ik heb hele mooie fotoboeken die ik met plezier doorblader. Maar zoals jij al op de eerste dag vertelde, deze beelden, dit gevoel ligt ook op deze manier wel vast.

Vrij

Vrij

Ahh, dat voelt niet fijn. En toch druk ik door. Mijn borsten plat. De knoopjes van mijn jas schuren over het modderige grindpad. ‘Yes!’ Ik schuif weer een stukje naar voren. En gelijk daarna ‘O fuck, mijn billen’.

We hebben in de beachclub gezeten. In het donker hobbelen we naar buiten en lopen over het dijkje terug. Het eerste hek van de camping zit dicht. Wat doen we. Helemaal omlopen zodat we bij de hoofdingang van de camping naar binnen kunnen of gokken. Verderop is nog een hek. We zijn avonturiers, of hebben geen zin in extra meters, in ieder geval, we gokken. We struinen als een lang gerekt lint door het hoge natte gras. Even later hoor ik de voorhoede rammelen aan het hek. Duidelijk voorzien van ketting. Balen? Nee we lachen nog.

Vriendlief met zijn lange benen redt zich wel. Eén van de pubermeiden klimt ook over het punthek. Haar slipper wordt gespiesd. Pubermeid nummer 2 gaat met enig gesteun en gekreun voor de sluiproute onder het hek. Mijn kleine meisje gaat van hand tot hand erover, maar dan moet ik nog.
En daar lig ik plat op mijn buik. Vast onder het hek. Achteruit is geen optie wil ik nog borst aan mijn lijf overhouden. Vooruit lukt niet. Mijn bilpartij, door dochterlief rond genoemd, door vriend lekker rond, blijkt nu té lekker rond. Met een angstkriebel in mijn buik schiet ik in de lach.

Vast en toch zo vrij. Ik voel me zo fijn hier op de camping.
Vrijdagmiddag gekomen voor een weekendje. We hebben niet veel nodig. Ik klap de stoelen uit voor de caravan en samen met mijn meisje eet ik kersen. We spelen met de bal. Leggen een kleed op het gras en lossen liggend naast elkaar een puzzel op uit het Grote-vakantie-spelletjes-doe-boek. ’s Nachts slapen we met z’n drieën knus in de caravan en ‘s morgens loop ik met een toiletrol onder mijn arm over de camping naar het washok.
We bakken taartjes op het strand. Begraven een vis. Verwelkomen logeetjes en zitten tijdens wat minder weer aan de stamtafel van een leuke kroeg in het dorp.

De werkzaamheden van afgelopen week en volgende week, het zal me wat. Ik wil hier nog best een tijdje vertoeven. Oké, hier onder het hek is misschien net wat minder. Even later geef ik mijn vriend dan ook een dikke smakkerd. Hulde aan zijn krachten die daarmee kostbare millimeters wist te winnen door het hek wat op te tillen.
Maar ach, misschien onthouden voor deze week; het leven is als op vakantie gaan … beseffen dat je niet aan grote eisen hoeft te voldoen om te kunnen genieten.

 

Trots

Trots

‘Zo. Dus jij bent het neukertje van hem.’
Mijn mond valt open. Klapt weer dicht. Ik houd de tafelrand vast. Zou willen dat de aarde zich splijt en ik verdwijn en ergens zou ik naar voren willen vliegen en hem laten kennis maken met mijn vlakke hand.

Waarom moet je een onbekende volwassen vrouw die op een feestje staat waar ze het merendeel van de mensen niet kent, zo begroeten. Ik vond het wel even spannend om het tentdoek open te ritsen en alleen naar binnen te stappen, maar wat maakt het ook uit. Ik vermaak me wel. Kan met iedereen een praatje maken. Zelfs een tijdje later met degene met foute openingszin. Maar de woorden en vooral het kleinerende daarin echoën nog een tijd na.

Waarom begroette je mij zo denigrerend. Weet je wel wie je voor je had staan?
Een vrouw die al ruim 5 jaar alleen een gezin draaiende houdt bestaande uit haarzelf en haar meisje. Geen mede ouder om mee te overleggen, geen kinderalimentatie, amper de mogelijkheid om ongestoord op de wc zitten zonder geroepen te worden, geen tijd om ziek te zijn.
Altijd in je eentje de boodschappen doen, koken, huishouden, gras maaien, naast wat nog veel grootser is, de verantwoordelijkheid voor de opvoeding. En als ze op een avond nadat ze van de bank is gevallen een bloedneus heeft die maar blijft stromen, in je eentje met je meisje en jezelf onder het bloed in het donker naar de Eerste Hulp van het ziekenhuis. Zorgen makend, valt ze weg omdat ze moe is of is er wat mis en tegelijkertijd auto rijden. Zo koelbloedig mogelijk en jezelf groot houden, want er is niemand anders die op dat moment voor ons zorgt.

Daarnaast gewoon aan het werk. 3 dagen bij een werkgever en de overige tijd steek ik in mijn eigen onderneming. Ik maak uren op school bij het maken van lampionnen en het begeleiden van uitjes. Ik zet mij in voor de buurtvereniging en sleep samen met hen een eerste prijs binnen op een dorpsfeest. Collecteer als mensen mij daarvoor benaderen. Zet koffie voor de werkmannen die in de straat aan het werk zijn en als de buurman aanbelt en plots oppas nodig heeft, spring ik bij en pas op zijn kinderen. Ik onderneem leuke dingen met vrienden. Ga naar festivals, bezoek met mijn meisje het theater en we wandelen met de boswachter mee. We kampeerden met z’n tweetjes en bezoeken pretparken zoals andere gezinnen.

Daarnaast probeer ik mijzelf goed te verzorgen zodat ik er niet bijloop zoals ik mij soms wel voel; lopend op mijn tandvlees.

Ik dacht onlangs, ik kan wel heel on-Nederlands of in ieder geval heel on-Alinda’s vertellen hoe trots ik wel niet ben op mijzelf. Hoe ik mijn leven dat nooit saai is, toch zo lekker op de rit heb. Dat ik blij ben. Dat ik mij sterker, nee dat heb ik altijd wel gevoeld, maar rustiger ben dan ooit. Accepterend de leuze ‘het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt.’
Nou bij deze. Ik ben trots op mijzelf!
O en nog een ding. Naast dit alles neuk ik ook nog eens verdomd lekker!

Ontsteld

Ontsteld

Wat ben ik gelukkig! Ik lig op een kleedje. Omarm een vriendin en kus haar. ‘Wat ben ik gelukkig’, zeg ik voor de zoveelste keer. Ik ben bedwelmd door het heerlijke weer, goede muziek, fijne vrienden, een relaxed festivalsfeertje en oké, enkele blikjes jack daniels.

Ik til mijn hoofd op van mijn bureau. Onder luid gekreun laat ik mijn collega weten dat ik 40+-er ben. Tjonge wat een herstelperiode. Er zit al een etmaal tussen een festivaldag Dauwpop en deze eerste werkdag van de week, maar mijn lijf hunkert naar dat kleedje in de zon.

Ik blader door mijn agenda. Kan ik ergens deze week nog een paar uur extra slaap pakken? Ik zie dat aankomend weekend nog niets gepland staat. Nadat ik zie dat er dat weekend daarop een tuinfeestje staat, een etentje en een verjaardagsfeest, het weekend daarop 3 avonden Dorpsfeest en een verjaardagsfeest, weekend daarna weer verjaardagen en weekend daarop Oordfestival pak ik een rode pen en zet gelijk een groot rood kruis door het aankomend weekend.
Help! Hoe ga ik deze maand overleven?

Ik voel me echt bagger. Slaat de aftakeling dan toch ineens snoeihard toe? Het ging heel lang goed. Het was misschien ook wel te mooi om waar te zijn. Kreeg afgelopen week zelfs nog complimenten van iemand die mij lang niet had gezien. ‘Word jij niet ouder of zo? Wat zie je er goed uit zeg, nog precies dezelfde uitstraling als 20 jaar geleden’. Ik ga nu geloven dat dat een opmerking uit fatsoen was. Ruim een etmaal later en nog aan het bijkomen van een dagje lummelen op een festival. Triest.

En dan is daar ineens hét bewijs. Het ultieme bewijs dat het nog meevalt met de leeftijd. Of in ieder geval dat de overgang nog niet is ingezet. Het is een paar dagen te vroeg. Maar nu begrijp ik waarom ik gisteravond langs de pomp moest voor een chocoladereep. Ik ’s middags trouwens al een keer tranen in mijn ogen kreeg om niets. Waarom de weegschaal vanmorgen een kilootje meer aangaf en ik nu zo gaar op kantoor zit. Ik ben gewoon ongesteld! Thank God! Dat ik daar nog eens zo blij mee zou zijn. O en ik zal het nooit meer delen hoor, maar dan zit ik dus over 2 dagen weer gewoon heerlijk in mijn vel!

Wat ben ik gelukkig! Ik zie de hele feestmaand weer zitten. Niets aftakeling! Het is nog helemaal niet gedaan met het feesten! O en als er iemand nog leuke plannen heeft voor dit weekend? Ik kan!

 

Wensbloem

Wensbloem

Haar ogen stijf dichtgeknepen. Haar wangen bol van lucht. Haar schouders hoog opgetrokken. Staand op haar tenen. En dan. Met een harde lange stoot lucht blaast ze zoveel mogelijk pluisjes los. Weg van haar wensbloem. Haar woorden ‘Ik wil zo graag een poesje’ hangen tussen de pluisjes in de lucht. De pluisjes zullen in mijn grasmat verdwijnen en volgend jaar zorgen voor nakomers. Zullen haar woorden ook gaan groeien? Krijgt haar wens vorm?

Ze is gek met dieren. Poezen en konijnen kunnen rekenen op een knuffel. De kleinere kruipbeestjes worden ook gezien en zelfs verzameld. Mieren in boterhamzakjes met piepkleine luchtgaatjes anders kruipen ze eruit en slakken in een leeg boterbakje met gras en blaadjes. Komen hun koppies te ver over de rand dan worden ze weer terug gezet om uiteindelijk toch echt door mij de tuin te worden uitgebonjourd. Ver weg van mijn hosta’s.

’s Avonds loop ik door de tuin en zie nog een pluizenbol. Zal ik? Wat zal ik wensen? Ik weet wel wat. Ik zou de ogen van mijn lief wel elke dag willen zien. De liefde willen voelen in een aanraking in plaats van via de app.
Ach, dat is een wens voor ooit. Voor nu is een latrelatie goed en volgt er geen verhuizing. Zo gaat mijn meisje nu naar een heerlijk schooltje. Ze gaat naar de meest leuke opvangboerderij. Ze fietst vrijelijk  door de buurt en er zijn hier altijd kinderen om mee te spelen.

Wat zal ik nu dan toch gaan wensen met mijn wensbloem. Ik denk, maar mijn hoofd blijft leeg.
Ik voel mijn voeten zwart worden terwijl ik de hoeveelheid knoppen van de ramblersrozen bewonder. Ik ruim de borden op die nog op de tuintafel staan. Heerlijk dat buiten eten. Ik luister naar de lach van mijn meisje. Lachend en kletsend zit zij op de schommel. Mijn hoofd hangt bedwelmend in de seringen.

En dan sta ik stil. Hap een volle teug lucht en blaas.
Wensend dít gevoel vast te blijven houden.
Gevoel van tevredenheid.