Author Archives: Inktspettersblog

Zacht

Zacht

‘Mag ik van jou een bolletje met kaas?’ Ik rij over de A12 en we gaan naar het zuiden. Naar Zeeland om precies te zijn. Eerder had ik al een likkoekje uit het trommeltje gekregen en mijn meisje heeft inmiddels een pakje drinken op. We gaan op vakantie. Nee, we zijn al op vakantie. Met ons tweeën genieten we van de rit. We zien onderweg twee keer een hert, de roofvogels zijn niet meer te tellen en Eva Luna spot een dikke John Deere. We hebben het samen zo goed. Het kleine huis op de prairie verbleekt bij onze knusheid. We hebben jurkjes mee en als ik straks twee vlechten maak kan Eva Luna net als Laura Ingalls zo het duin afrennen. Terwijl ik hierover fantaseer heeft Eva Luna lol met een vrachtwagenchauffeur naast ons. Haar lach sluit aan bij het landschap waar we doorheen rijden. De puurheid. De echtheid. Het land ademt rust uit. De vlakte en de stilte komen samen in zachtheid.

We zijn iets te vroeg op het vakantiepark. Het huisje kunnen we nog niet in, maar we mogen wel het park verkennen. We zoeken ons veldje op en bewandelen het kleine pad naast ons huisje. Binnen 5 minuten staan we op het strand nabij de Oosterscheldekering en nog weer 5 minuten later heb ik mijn handen volgedrukt gekregen met schelpen. ‘Bewaar ze even, ik wil graag op dat klimrek.’ Ik kijk rond en geniet intens. Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht. Zelfs de kleuren zijn zacht.

In het laatste uur licht van de dag zijn we weer op het strand. In de campingwinkel hebben we vanmiddag een schepnet gescoord. Nu de zee zich heeft teruggetrokken inspecteren we de plassen die op het strand zijn achtergebleven. Eva Luna vindt niets en in een poging toch wat in haar net te krijgen, rent ze lachend met haar schepnet achter de meeuwen aan. We laten ons door hen meelokken richting de pier. Tussen de basaltblokken daar, licht af en toe iets op. Het zijn de parelmoerige binnenkanten van oesters zo groot als een hand. We struinen door het lage water en stappen over de rotsen. We verzamelen een zak vol.
Ik omdat ik ze wil proeven. Ik heb gehoord dat ze met een sjalotje en wat frambozenazijn heerlijk zijn en Eva Luna omdat ze hoopt op een parel.

Ik stond net een poos in de keuken met de oesters. Ik huiver bij de aanblik van een geopend exemplaar. Ik stel het proeven nog even uit. Ik doorzoek er nog enkele op parels al zie ik links van mij de mooiste en de grootste.
Eva Luna zit op haar knieën bij de salontafel. Ze heeft haar pyjama aan. Het truitje is poederroze van kleur en zacht als van een teddybeer. Ze tekent in haar nieuwe schetsboek. Ik zit nu achter haar op de bank en typ dit bovenstaande. We hebben tulpen op de tafel staan en er brandt een kaarsje.
Het is hier zo mooi. Zo stil. Zo zacht.

Melodie

Melodie

Sneeuw langs het pad. Lachende stemmen vol verwachting. Door de geopende deur stroomt de warmte mij tegemoet. De geur van een kaars zegt ‘Welkom in dit huis’. De grote mosterdgele wand, voorzien van strepen zon die door de lamellen heen piept. Muzikanten die aan het inspelen zijn. Ik geef mensen een hand. Ik voel de sensatie van huid. Ik kijk in vriendelijke gezichten.

Muziek maken. Muziek beleven. Wie begeleidt wie. De toetsenist het instrument of leidt de melodie hem. Vingers die zelfstandig een weg lijken te vinden naar de toetsen.
Een stem, warm en vol. Een inleidend praatje. Een lied. Ik pik zinnen op en in mijn hoofd begint een feestje. Ik leg mijn hand op mijn buik want ik wil niet alleen in mijn hoofd leven. Ik wil dit door mijn hele lijf. Met mijn hand schrijf ik namen van geliefden op mijn been. Ik wil hen erbij halen.

Dit wat ik nu meemaak. Dit is hoe het leven bedoeld was. We zijn hier met dertig mensen bij elkaar, maar veel meer mensen zouden dit moeten voelen. Zouden er mensen zijn die muziek willen maken volgend weekend of het weekend daarna? Het mag bij mij thuis of ik regel een ruimere plek.

Door welke melodie laad jij je leiden. Ik voel wat mijn melodie is. Wat mijn weg is. Ik vind het spannend mij uit te spreken. Slim gekozen woorden en cijfers in de media maken mij stil, terwijl ik zo sterk de trilling op pak van een ander geluid waar ik nog niet de woorden van ken. Geluid ontstaat wanneer er iets in trilling wordt gebracht. Met het oog kunnen we die trillingen niet zien omdat deze heel snel zijn, maar je kan het geluid wel opvangen met je oren.

Ik vang het op met mijn bewustzijn. Het voelt groots. Het voelt zo waar en ik weet dat ik mijzelf mag vertrouwen. Ik wil mij verbinden met mensen, met muziek, met kunst, met natuur. Het kan gewoonweg niet fout zijn dat te doen.
Bescherming van een ander, vaak welkom, maar wanneer pakt het je eigen wijsheid, je eigen leven uit handen.

Ik zie levenslustige gezichten om mij heen en luister naar het lied We’re all coming home. ‘We gaan allemaal naar huis. Luister naar het ritme van je hart als je niet weet waar je heen moet. Luister naar het lied dat op je eigen zielsradio speelt.’

Mooi setje

Mooi setje

‘Ik vind ons wel een mooi setje.’ 
‘Ja, ik het T-shirt en jij de stoere spijkerbroek.’ 
Ik bedoelde een iets ander setje, maar kruip nog even iets dichter tegen Eva Luna aan en sla mijn arm om haar heen. Zij pakt deze vast en trekt hem strakker om haar heen. We genieten allebei. Ze mag vannacht bij mij in bed logeren. Het laatste nachtje van dit jaar.

Aankomende nacht zal ze pas ver in 2021 in bed stappen. Het is een nachtbraker. Eentje die intens kan genieten van een lekker sfeertje om haar heen. Oudjaarsmiddag carbid schieten op het erf bij vrienden. Wie weet daar nog een laat geboren kitten knuffelen. ‘Avonds thuis spetterkaarsjes aan en rond de klok van middernacht toch echt wel rotjes afsteken.

Als kind stond ik stoer, trots en lachend en heel soms een beetje angstig op de zandbakrand voor ons huis met buurtkinderen astronautjes te knallen. Later gooide ik strijkers van me af terwijl ik na middernacht van vriendenhuis naar vriendenhuis trok. Het plezierige sfeertje, het speciale moment; we gaan samen een nieuw jaar in, deed mij zo goed. Wanneer het licht werd kwam ik thuis. Ik kon dan gelijk bij mijn ouders in de auto stappen om de Nieuwjaarswensen over te brengen aan opa en oma. Daar aangekomen hapten we met heel de familie in rolletjes en was er voor de jongsten mierzoete rode kinderlikeur.

Ik weet het. De rotjes mogen dit jaar niet, maar ik wil niet luisteren. Ik kan het niet. Ik weet heus, iedereen maakt offers en levert in en wat stelt een rotje nu voor, maar ik wíl er een paar afknallen. Het is als een soort innerlijk setje met mijzelf. De vrijheid die ik die nachten voelde als puber. Een soort onoverwinnelijkheid. Alsof ik het nog nodig heb. Dat ruiken van het kruid. Het horen van de knal. Die korte lichtflits. Het raakt iets in mij aan dat ik levend wil houden.

Ik weet het, we willen de wereld levend houden. Het tijdperk van de mens oneindig maken of geld oneindig maken. Maar is dat echt de synoniem van vrijheid, van liefde, van mooie setjes?

Schoonheid

Schoonheid

Mijn hele volwassen buitenkant lost op en een kwetsbaar meisje kijkt naar omhoog. Alsof veertig jaar zo wordt weggeveegd.  Hoe hij de woorden ‘lieve kind’ zingt.  ‘Everything passes, my darling child’ en hoe hij weet ‘Better days are coming your way’. Perplex lees ik de tekst in de clip mee. De muziek in een ritme dat alle tijd voor mij heeft.

Eerst moest ik aan Eva Luna denken bij ‘How it hurts me to see you cry. Boys will be ruthless and girls will be mean. That’s a story that’s as old as time.’ Ze gaat graag naar school, maar dit schooljaar is het lastig om aansluiting te vinden op het schoolplein. Als ze uit school komt moppert ze en ’s avonds in bed tussen haar tranen door hakkelt ze: ‘Dan sta ik op het betonnen paaltje voor school en als ik dan de thuiseters zie aankomen, weet ik dat de middagpauze gelukkig bijna voorbij is.’

‘When you get older you’ll see the world’s great wonders and how their beauty’s in the palm of your hand. It’s not in your schoolbooks and no one can teach you. It’s a thing you gotta feel for yourself.’
Je moeder heeft echter niet zoveel geduld. Jouw tranen kan ik in perspectief zien, al stap ik ’s avonds met een zwaar gemoed de trap af na jou te hebben toegestopt. Aan je schoenen zie ik dat je wel ingaat op de vraag van de jongens om mee te voetballen en ik hoor verhalen over het aanleren van tiktok-dansjes, maar ik maak je graag weerbaarder. Ik wil je kennis laten maken met je eigen schoonheid.
Ik ga op onderzoek en ik kom uit bij Grip PMT. Door middel van bewegen, grip krijgen op jezelf en leren omgaan met de problemen die je op dat moment ervaart.

Ik kan het hier typen, want jij bent zó dapper. Ik was even huiverig, moet je dit nu wel gelijk delen? Maar jij vertelt op school in de kring je verhaal. Ik zit op Grip. Ik ga daarnaartoe omdat ik mij op school soms buitengesloten voel. In de pauzes mag ik wel met de jongens meedoen. Graag speel ik ook met een meidengroepje, maar vaak zeggen zij nee en dan vind ik het moeilijk wat ik dan moet doen.
Ik doe nu oefeningen om meer zelfvertrouwen te krijgen, te ontdekken welke kwaliteiten ik heb. Ik leer voor mezelf op te komen, grenzen aan te geven en hoe ik contact kan maken.

Van haar juffen hoor ik hoe goed ze het verwoordde en dat het delen haar opluchting gaf, terug te zien in haar ademhaling. Thuis zie ik in de afgelopen weken haar verzachting en tegelijk haar kracht.

‘You gotta hold on. You’ve got a life to live. So much love to give.’ Het liedje raakt mij aan. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik kan glimlachen en ben trots. Op ons. Op onze schoonheid. Op jou.

Gebor(g)en

Gebor(g)en

Wat duwt er nu tegen mijn borst. Ik word er wakker van. Ach, het is het koppie van Eva Luna. De laatste nacht in het vakantiehuisje liggen we samen. Ik leg mijn hand op haar hoofd. Hé, wat is haar wang nat. En haar ademhaling is niet van een slapende. Ik knip het licht aan en kijk in een in en in verdrietig gezicht. ‘Mama, wil je wakker blijven?’ klinkt het zacht smekend.
Ze heeft rot gedroomd. In haar droom zou ik niet meer wakker worden en was ze helemaal alleen in het vakantiehuisje.

Ach meisje toch. Ik streel je haren. Met mijn wijsvinger veeg ik je tranen weg. Je schokschoudert en ik zie hoe je mond trilt, terwijl je krampachtig je lippen op elkaar perst. Vechtend om je snik binnen te houden. ‘Lieverd, als jij zo verdrietig bent, dan moet je even huilen. Toe maar. Ik wil je heel graag troosten, maar ik wil niet zo je verdriet wegvegen. Laat die tranen er maar uit komen, dan is er straks weer plek voor leuke dingen.’

Terwijl jij huilt en ik mijn armen om je heen sla, schieten er in mijn slaapsluimerstand ook de ergste dingen voorbij. Zou het je gelukt zijn om Paul te bellen als het echt was? Je zou met je negen jaar niet alleen in ons huis kunnen wonen. Het huis zou trouwens ook terug naar de woningbouwvereniging gaan en jij zou op straat staan. Gelukkig heb ik bij de notaris het een en ander laten vastleggen en weet ik dat er hele lieve mensen zijn die zich over jou zouden ontfermen.
Je zou niets tekort komen.

Jawel. Je zou wel veel tekort komen. Je zou je moeder missen. Je zou het missen dat je voor eentje altijd op nummer 1 staat. Je zou het missen dat er iemand glimmend van trots in het klimbos naar je staat te kijken. Die de spanning van je overneemt.  Je zou het missen dat iemand zoveel herinneringen met je deelt. Je zou het missen om onbekommerd boos te kunnen zijn, om de deur eens hard dicht te slaan en stampvoetend de trap op te gaan in de wetenschap dat voordat je slaapt er iemand is die je knuffelt. Iemand die bijvoorbeeld tegen je zegt: ‘huil maar even, dan is er straks weer plek voor leuke dingen’.

Ik streel je rug en blijf wakker. Ik denk aan al de leuke dingen die we deze vakantiedagen hebben gedaan. O en ik wil nog zoveel meer leuks met je ondernemen. Twintig jaar doe ik er sowieso nog bovenop. Dan ben ik 68 en jij 29 jaar. Nee, dan ben je nog te jong. Dertig jaar dan; ik 78 en jij 39 jaar.
Ik stop met rekenen.
Ik beslis deze nacht dat ik 100 jaar word. Ik kan je niet missen.

Liefs je mama

Freerunnen

Freerunnen

‘Hou je bek, kut.’ De eerste kennismaking bij de proefles Freerunnen kan maar duidelijk zijn. ‘Maar ik zei helemaal niets’, perst ze er nog net kleintjes uit voordat haar stem haar verlaat en zij zichzelf via haar rug uit haarzelf duwt. ‘Nou, je keek naar me’, wordt ze toegebeten. Een kort gedrongen jongetje met stekelhaar zit in kleermakerszit op de verhoging naast de trampoline. Hij kruist zijn armen demonstratief over elkaar. Zijn hoofd is naar voren geknakt. Bij het horen van de stem van meester Juan draaien zijn ogen naar boven en glimmen, net zichtbaar onder zijn gefronste wenkbrauwen op.
Ik zie hem. Hoe sneu ik dit moment ook voor mijn meisje vind, ik zie een speciaal jongetje. Meester Juan reageert naar Eva Luna en de jongen en ik trek mij snel terug. Zij is net zoals het jongetje in goede handen.

Het was spannend die eerste les in februari eerder dit jaar. De lessen daarna ook nog wel. De groep bestaat op 1 meisje na, waar ze niets mee heeft, uit zo’n 20 jongetjes. Sportieve mannetjes, schuchtere jongens, hyperactieve stuiterballen en eigenlijk is ieder op zijn of haar manier speciaal. Het is een mooie mengeling aan individuen.

Wie ben je. Wat vind je leuk. Wat doe je als het spannend wordt. Ik vind het mooi om haar beweging te zien in de uren freerunning. Hoe ze overzicht heeft gekregen in de hectiek van de Jumpstyle-hal. Ook mooi is dat de meesters na de zomervakantie de lessen zo gestructureerd aanbieden. Haar plezier krijgt hierdoor makkelijker de ruimte.
Het tikspel bij de warming up wordt behalve met spannende oogjes nu gecombineerd met een lachende mond en regelmatig glunderen haar wangen trots als ze pas als een van de laatsten getikt wordt. Ze krijgt het nu voor elkaar om, het zij zachtjes, bij een meester aan te geven dat ze de backflip graag wil leren. En hoe heerlijk, ze kan het inmiddels. Ze groeit in het ontdekken van haarzelf, haar lichaam en kracht.

Dat ze niet vrijelijk rond rent in een groep begroot mij soms. Dat ze zich zo bewust is van de aanwezigheid van de ander. Ik had haar meer vrijheid gegund. Iets onbezorgder, luchtiger, speelser of zoiets.
Maar ze wil niets fout doen en aan regels houd je je. Ze kan anderen lezen en vindt het naar als iets niet puur is. Ze kan compleet ontdaan zijn als iets niet eerlijk verloopt. Ze kijkt de kat uit de boom en vind het heerlijk om filmpjes te kijken met poes Nova op schoot.

Mijn fijngevoelige meisje, mijn dappere avonturier, ik hoop dat, terwijl je al die sprongen maakt, je mag beleven dat er meer is dan hoog en laag. Dat daar heel veel tussenin zit. Ga maar freerunnen en ontdek het maar. Het is goed. Ik zie je.

Elkaar vasthouden

Elkaar vasthouden

Zet de tijd maar stil. Laat mij hier maar staan. Met mijn voeten in de modder. Tot over mijn knieën in het slootwater. Mijn rode jurk met witte stippen lichtelijk omhoog getrokken.
Zicht op slootwanden gevuld met botergele bloemen. Een frisgroene rietstengel tussen mijn tanden. De schaterlach van Eva Luna rollend tussen het mooiste blauw van de hemel door. De zon maakt dat ik mijn ogen een beetje dichtknijp. Mijn mondhoeken gaan mee omhoog net zoals mijn stem. Licht en helder roep ik wat terug tegen mijn meisje, terwijl ik een lichtblauw vlindertje spot.

We lopen het Blote Voetenpad. Eva Luna zit inmiddels in de modder en bedekt haar blote benen ermee. Die meid kan zo genieten en zo ontzettend stralen.
Samen met een lieve vriendin en haar kinderen zijn we bij De Strandhoeve. Eerst dwaalden we hier door maisdoolhoven. De mais is nog niet op de maximale hoogte en stiekem is dat wel leuk. We zien de kinderkoppies er nog net bovenuit steken; rennend van links naar rechts en weer terug.
Ik hoor een plons en gegil. Over de vijver is een touwbrug gespannen. In het midden daarvan is Eva Luna met kleren en al er vanaf gesprongen.
De jongsten likken aan een ijsje en wij de moeders, delen gebak en onze liefde voor dit moment.

De volgende dag delen we kwark met honing en walnoten. We zitten op een picknickkleed in een veld vol paarse bijenkorfjes en gele bloemetjes die lijken op wilde leeuwenbekjes in de bossen van Schokland. Eva Luna en Stan graven in het zand van de Gesteentetuin.
We lopen door het bos en er worden vele kikkertjes gevangen en net zoveel weer vrij gelaten. Er wordt weegbree gezocht voor op de opgelopen brandnetelbulten. We wijzen elkaar op mooie kleuren groen, op roofvogels en ondergaan de zuiverende rust tussen de bomen.

We spelen in onze polder. We lopen met onze liefsten. We delen ons eten. We delen onze glimlach en onze tranen. We zijn benieuwd naar de toekomst. We zouden willen weten hoe het er over een jaar uitziet. Mijn vriendin is ziek.
De tijd van deze twee heerlijke middagen stil zetten en vasthouden kan niet en hoeft ook niet.
We houden elkaar, gewoon even wat vaker vast.

Niks mooier as dat

Niks mooier as dat

‘Deze hanger is mooi voor aan jouw ketting.’ Ze houdt een goudkleurig zonnetje omhoog. ‘Want jij bent het zonnetje in huis.’ Zij zelf is met haar naam Eva Luna vanzelfsprekend de maan en poes Nova de ster. We staan in een sieradenwinkeltje in Groningen. Zojuist hebben we ook al oorbellen uitgezocht en het leuke is, we hebben besloten daar samen mee te doen. Met haar negen jaar is ze een echte grote meid aan het worden en door haar blijf ik jong.

Door haar tel ik alle treden van de Martinitoren. Door haar zie ik een jongen met een Knolpower shirt. Zijn moeder zegt even later op een terras aan de Grote Markt: ‘Wat heeft je dochter een coole trui zegt mijn zoon’. Trots gaat ze rechterop zitten in haar hoodie van Brawl Stars. Door haar zitten we op de grond in een grote boekhandel en lezen elkaar stukjes voor. Ze is helaas nog niet zo’n fervent lezer als ik, maar als stimulans mag ze voor haar nieuwe boeken ook een 3D boekenlegger uitzoeken. Door haar zit ik twee dagen achter elkaar in Kattencafé ‘Op z’n kop’ te lunchen waar ze meer aandacht heeft voor de mooie poezen dan haar tosti. Door haar kan ik in het pashokje blijven staan en hoef ik niet in een te grote rok met onelegante sokken daaronder door de winkel. Ze ontpopt zich als mijn personal assistant. Door haar heb ik geen hinder van de nevelregen die ook op een van onze vakantiedagen valt. Door haar vind ik het niet erg dat de afdruk van mijn linoleum snede niet zo goed gelukt is. In het grafisch museum Grid volgen we samen een privé workshop en zij tekent, gutst en rolt inkt alsof ze niet anders gewend is.
’s Avonds in het geleende huis van mijn vriendin, waar we drie nachten verblijven, spelen we kolonisten en kruipen laat op de avond tegen elkaar aan in bed. Door haar leer ik veel over zeehonden. We volgen de puzzelspeurtocht door de zeehondencrèche in Pieterburen. Door haar kom ik tot een high five in de lucht en de kreet ‘Girlpower’ die zij vervolgens aftroeft met ‘Vrouwenpower!’ Haar toelichting; we doen veel meer dan dat meisjes zouden doen. We rijden met de auto over doodlopende hobbelpaadjes achter weilanden en een fietspad naar de noordelijkste rand van Nederland. We waaien bijna lachend van de dijk af en zien in de verte eilanden in de zee.
Het duurt een tijd voordat we weer op de A7 uitkomen, op weg naar huis. Ze doezelt weg met haar hoofd tegen haar grote knuffelhond terwijl ik mijn nieuwe cd, gekocht bij Plato beluister. Daniel Lohues zingt ‘Niks mooier as dat’.

En ik weet, er gaat niets boven Eva Luna.

Onward, voorwaarts mars

Onward, voorwaarts mars

‘Huilie huilie, mama?’  Ik wist dat ze naar mij zou kijken. Dat ze wilde zien of ik tranen in mijn ogen had of nog beter, dat ze over mijn wangen stroomden. Ergens mis ik van binnen een muurtje of eigenlijk; ik heb gewoon altijd de deur open staan lijkt wel. Ik kan zo intens voelen. Bij zo’n Disneyfilm van vanmiddag doe ik echt mijn best om niet te huilen, maar zoals vaker in de bioscoop ben ik blij met de verhullende donkerte. Ik voel mij betrapt als Eva Luna mij aankijkt, maar hé, Disney heeft ook gewoon rake zinnetjes erin. Gooi er een goede muziek onder en je hebt mij.
Kunst, natuur en muziek snellen vaak zo mijn ziel in en ontbranden dan in mijn lijf. Pretvlammen komen in de vorm van tranen uit mijn ogen en net zo vaak golft er een reïncarnatie van een ‘big mama’ van het zuidelijk halfrond mijn heupen in.

De laatste dag na drie maanden thuiswerken voor werkgever en school sluiten we af met een uitje. We zitten in het rode pluche en kijken naar Onward. De film speelt zich af in een fantasiewereld waarin de magie een platform krijgt na te zijn weggeduwd door onze moderne technologische levensstijl.  Het verhaal gaat over twee broers en aan het eind van de film ziet een van de jongens hun vader die reeds was overleden, heel even in het echt terug. Dat kan bij Disney. De jongens hadden ook elfenoren en waren lichtblauw getint, maar dat zie je na een uur kijken niet meer. Na het laatste ontroerende slot, in de stilte voordat de aftitelingsmuziek wordt ingezet, zegt het vriendje van Eva Luna: ‘Die vader was eigenlijk best lelijk, maar ja liever een lelijke dan geen vader.’

Dit keer ben ik degene die kijkt wat er gebeurt op het gezicht van dochterlief. De woorden zijn haar hoofd binnen gekomen. Ik volg ze en zie ze via haar onbewogen gezicht naar haar schouders zakken, haar rug recht zich. Haar vader die al bijna zes jaar geen contact met haar opneemt. Hij zakt mee naar haar hart. Daar nestelen de woorden zich in haar basis. Er gebeurt daar wat. Er komt beweging, onward, voorwaarts. Ik zie dat haar hart contact maakt met haar ogen. Ze gaan gloeien. Haar wangen kleuren roze. Haar mond krijgt een krachtige trek en als haar lippen wijken komt er warmte: ‘Ik heb Paul en die is ook nog eens mooi.’

Voor ons overigens nog geen aftitelingsmuziek. We bezitten magie en zijn sensitief of noem het fijngevoelig of ontvankelijk. Wij staan in ieder geval open voor het leven en stappen dapper voorwaarts.
Kom daar maar eens overheen Disney!

Alleskunner

Alleskunner

Ik bekijk het filmpje van gisteren tig keer en het liefst met geluid. Ik hoor haar lach en die van mij. We schateren het uit. Die meid van mij, van net 9 jaar, rijdt zelfstandig op de crossmotor en ik mocht een rondje bij haar achterop. Onze lijven dicht tegen elkaar aangedrukt, ons plezier en spanning samengesmolten.
Ze wekt mij tot leven. Het lachen schudt mij wakker. Wat een energie maakt het in mij los.

Mijn ogen vullen zich met tranen. Ik ben moe. Alles gaat goed zeg ik steeds en dat gaat het ook. Ik ben trots op de werkhouding van Eva Luna. Zeven weken lang heeft ze elke ochtend trouw haar schoolwerk gemaakt met mij als stand-by juf. ’s Middags en ‘s avonds sprokkel ik mijn uren voor de werkgever bij elkaar, doe huishoudelijk werk, speel een spel en knutsel en wandel een rondje door het bos en dorp. We lijken een goed ritme gevonden te hebben.

En toch voel ik, ik ga van binnen achteruit. Ik word moe. Ik kan dit ‘coronaleven’ niet meer zo goed volhouden. Tuurlijk, het is mega knus, thuiswerken met een heerlijk geurende sering uit eigen tuin op het bureau en een poes liggend naast mijn stoel, maar het is pittig. Ik heb het idee dat ik constant nog wat moet doen. Wat ook zo is, maar door geen duidelijke tijdsvlakken in de week, lijkt het wel alsof ik elk moment voor alle activiteiten tegelijk ‘aan sta’.
Nu heb ik de waterkoker aan om het water voor de pasta alvast te koken, de wasmachine centrifugeert zijn laatste rondje zo te horen, ik bekijk koelwerkbanken die in de bakkerijkrant moeten en roep tegen Eva Luna die net de deur uitgaat, nadat ze de hele zolder samen met haar vriendin heeft volgebouwd met tig hutten, dat ze om half zes thuis moet zijn.

Ik voel mij verantwoordelijk. Ik wil dat Eva Luna haar schoolontwikkeling goed door blijft lopen en dat ze geniet ondanks deze bijzondere tijd. Ik wil dat alles voor mijn werkgever trouw door blijft gaan. Het liefst doe ik er nog een schepje bovenop om samen deze tijd goed door te komen en eigenlijk doe ik er nog een schepje bovenop, want ik ben zo bang dat mensen denken dat thuiswerkers er de kantjes van aflopen.

Afgelopen vrijdagnamiddag bel ik mijn Lief, maar hij neemt niet op. Hij zal nog wel op een betonvloer zitten. Ik stuur hem een app: Niets bijzonders waar ik voor belde. ‘k Heb het lek en wilde een knuffel. Ik sluit af met een blozende smiley.
Ik schaam me echt. Ik als stoere vrouw, als zelfbenoemde alleskunner, kan toch alles. Ik kan alleen mijn dochter 24/7 opvoeden, haar alle mogelijkheden bieden om te groeien tot een vrouw van de wereld. Ik kan het thuis in mijn eentje runnen, mijn baan vervullen en er voor anderen zijn. Ik kan alle ballen in de lucht houden zonder hulp van ouders. Ik kan de tuin herinrichten en ik kan tegen een week met amper slaap doordat ik elk uur ‘s nachts op de wekker zie langskomen en verstrikt raak in mijn dromen. Dromen waarin, in het heerlijke roze glazuur van tompoucen lange haren blijken te zitten. Dromen waarin ik telkens het inlogscherm van mijn werk zie en daar niet aan voorbij kom. Ook ren ik achter een bal aan die door de wind wegrolt over straat. In een hoek waar alle blad ook in is opgewaaid zoek ik en ik vind mijn dochter die wakker is. Het is alweer ochtend. ‘Mama, wat zullen we vandaag gaan doen?’

Mijn lief belt. ‘Ik las je app. Wat kan ik voor je doen. Wat zou je willen.’ ‘Ik vind het al fijn even je stem te horen. Het is goed zo.’ Echter; een uur later zit hij op mijn bank, neemt de zorg voor mijn meisje over, speelt met haar en legt haar in bed.

Het was een goed weekend. Ik voel me nog erg moe, maar twee wijze lessen die ik de komende tijd goed ter harte moet nemen zijn mijn bewustzijn binnengedrongen. Je mag jezelf pas tot alleskunner uitroepen als je hulp kan vragen en ruimte vrij kan maken om te lachen!